Veel politie bij première van Turkse film

Een kordon van oproerpolitie en zenuwachtig over hun mobilofoon confererende agenten in burger – die eer valt op de Berlinale zelfs geen première met Amerikaanse sterren ten deel. Maar juist op de dag dat in heel Europa Koerden slaags raakten met de politie, ging in Berlijn de Turkse competitiefilm Günese Yolculuk (Reis naar de zon) van de vrouwelijke regisseur Yesim Ustaoglu in première, die een rauw en verhelderend licht werpt op de oorlogstoestand waarin delen van Oost-Turkije nu al vele jaren verkeren, en de funeste invloed van het Koerdische conflict op de burgerlijke vrijheden en rechten in Turkije.

Reis naar de zon, overigens een Nederlandse co-productie, is onder andere een goede film omdat de makers ervan zich niet begeven in al te veel politieke verklaringen of rechtvaardigingen. De film schildert het leven van twee vrienden, beiden afkomstig uit een arme streek van Anatolië, die in de grote stad Istanboel proberen het hoofd boven water te houden. Dat mislukt, in economisch opzicht, maar ook omdat beiden onverdiend in de problemen komen met de politie en dan van terrorisme worden verdacht.

De film geeft een prachtig beeld van de metropool Istanboel, die door de toevloed van have nots uit de provincie maar door blijft groeien. Wanneer één van de vrienden in politiebewaring overlijdt, besluit de ander (overigens geen Koerd) hem naar het plaatsje waar hij vandaan kwam terug te brengen. Er volgt een prachtig gefilmde, en in toenemende mate deprimerende tocht naar het deel van Oost-Turkije dat door het leger nu al jarenlang bezet wordt en waar veel dorpen en stadjes zijn verwoest om de Koerdische guerrilla geen kansen te geven.

Ongeregeldheden bleven gisteren uit rond Reis naar de zon. Er waren in Berlijn wel acties van boze Koerden, en een poging tot zelfverbranding, maar die richtten zich op het Griekse consulaat, twee straten verderop.

In de competitie van Berlijn zijn zeer verschillende films ondergebracht. De nieuwe David Cronenberg bijvoorbeeld, Existenz, een vermakelijk sprookje over uit de hand lopende computerspelletjes, vooral geslaagd door de onsmakelijke manier waarop de regisseur een integratie van organisch materiaal en digitale software in de toekomst projecteert.

Een andere leuke film is het Spaanse publiekssucces La niña de tus ojos, over een groep Spanjaarden die in 1937 bij de fascistische vrienden in Berlijn een film moeten draaien, maar in Nazi-Duitsland niet erg kunnen aarden. La nina de tus ojos wordt in niet geringe mate gedragen door de vreselijk mooie actrice Penélope Cruz, en is gelukkig vrij van de overacting die veel Spaanse films ontsiert. Het is eerder een melancholische dan een komische film.

En dan zijn er in Berlijn natuurlijk de eclatante mislukkingen, waaronder Breakfast of champions van de Amerikaan Alan Rudolph, naar Kurt Vonnegut en mét Bruce Willis. Ik heb hem zelf niet gezien, maar het schijnt dat de Berlijnse zalen in drukkende stilte deze als satire bedoelde film doorstaan.

Ook Ça commence aujourd'hui van de Franse veteraan Bertrand Tavernier, over een mannelijke docent op een kleuterschool en zijn moedige strijd tegen sociale verloedering en armoede onder de hem toevertrouwde kleuters en hun ouders, stelt teleur: te braaf, te traag, te zwaarmoedig ook. Het is wel een betere film dan Taverniers vorige, het volstrekt mislukte oorlogsdrama Le Capitaine Conan. Maar er worden tegenwoordig door jonge Franse filmers zoveel aardige, vaak snijdende films over sociale thema's gedraaid, dat Taverniers benadering als ouderwets en wat erg moralistisch door de mand valt.

Toch lijkt het maken van een goede film soms zo bedrieglijk eenvoudig, zoals in de Kazachstaanse film 1997, over de stemming onder de jeugd van Almaty tegenwoordig. Er gebeurt nauwelijks iets in deze film, gemaakt zonder sterren of budget, maar met zichtbaar veel liefde door een groep studenten van het Filminstituut van Almaty onder leiding van Ardak Amirkoelov: men slentert wat door de stad en maakt eens een terloopse opmerking. Toch kijk je anderhalf uur ademloos toe.