`Vandaag zijn we vrouw, daarna weer man'

Terwijl in Rio de Janeiro de praalwagens voorbijtrekken aan een select publiek in het sambastadion, is Salvador de Bahía, zo'n 1.200 kilometer boven Rio, de plaats van het `echte volkscarnaval'. Culturen vermengen zich in een lange liefdesmars door de hoofdstad van de zwarte cultuur in Brazilië.

Doodstil zit hij op zijn krukje op straat, terwijl een vrouw met naald en draad de witte handdoek op zijn hoofd tot tulband ombouwt. Een witte tuniek en witte sandalen. ,,Ik ben een zoon van Gandhi'', zegt de man. Niet één, maar vijftienduizend `zonen' van de Indiase vredesgoeroe bevolken vandaag de straten van Salvador de Bahía.

De carnavalsgroep viert deze week zijn vijftigjarig bestaan. Maar wat heeft Gandhi met Brazilië te maken? Vanwaar de verering van deze Aziaat in een stad waar de meerderheid afstamt van zwarte slaven? ,,Omdat hij voor dansen en vrede is'', zegt de man. ,,Hij komt uit Afrika. Net als ik.'' Met een grote grijns zit hij op zijn krukje te swingen. Afrika of Azië, wat doet het ertoe. Juist dit magische klutsen van betekenissen is het kenmerk van het volksfeest dat deze week in de stad woedt.

Daar paraderen ze, de zonen van Gandhi. Een zee van wit golft door de vervallen straten. Op hun kleed staat de naam van de Afrikaanse god Oxalá. Ook de blauw-witte kralen om hun nek zijn een eerbetoon aan deze god uit West-Afrika. ,,Omdat het leuker is, denk je niet'', zegt één van de `zonen'. In plaats van het ingetogen brilletje van Gandhi draagt hij een grote spiegelbril onder zijn tulband. Een hoog Malcolm X-gehalte. De jongen lacht en haalt onder zijn rokken een flesje eau de cologne tevoorschijn. Zo sjansen de vijftienduizend Gandhi's langs de vrouwen van het parkoers. Ze spuiten hun geurtjes in de nek, delen handkussen en echte kussen uit.

Één lange liefdesmars, terwijl bovenop de trio elétrico - de tot geluidsbom omgebouwde vrachtwagen – een kopie van de oude Gandhi staat te wuiven. Naast hem de koningen van de Bahiaanse muziek, Gilberto Gil en Caetano Veloso. Zij zorgden begin jaren zeventig voor een revolutie in de Braziliaanse muziek door de traditionele samba te combineren met invloeden uit de Amerikaanse jazz, elektronische pop, en indiaanse ritmes. ,,Elke stijl is belangrijk en relevant'', is hun credo, en zo werd ook hun muziek een symbool voor de smeltkroes die Bahía is. Daar staat Gilberto Gil bovenop de wagen, met in zijn handen twee witte duiven. Geanimeerd praat hij met Caetano Veloso, terwijl hij de spartelende duiven als aanwijsstokje gebruikt naar de massa beneden.

,,Dit is het echte carnaval. Het feest van het volk'', zegt een oudere vrouw terwijl de duivenveertjes om haar hoofd dwarrelen. Ze heeft de tradionele witte hoepelrok aan van de huisslavinnen op de suikerrietplantages. Haar man draagt het bedrukte stofje van de carnavalsgroep Mundo Negro – zwarte wereld. Hier geen glitter, geen kapitale praalwagens en naakte dames zoals in Rio de Janeiro. Voor een paar tientjes kopen de mensen een bloesje, en dansen achter één van de oorverdovende trio elétrico's aan tot ze erbij neervallen. Elk trio elétrico heeft zijn eigen muziekband, zijn eigen shirtje. ,,De spontane sympathie van een volk waar wit, mulat, zwart of indiaans zich in grote vreugde mengt'', prijst de blanke burgemeester van Salvador de Bahía zijn stad. Hier heerst het toppunt van `raciale democratie', meent hij. De magie van een mengvolk zonder kleurproblemen.

Daar komt de carnavalsgroep Eva aangedanst. Bleke gezichten en blonde haren achter een muziekband waarvan de zangeres nog het meest van Madonna weg heeft. Ze worden van de rest van de bevolking gescheiden door een koord dat door pikzwarte dragers omhoog wordt gehouden. ,,Chauffeur'', antwoordt de zwarte jongen op de vraag wat hij de rest van het jaar zoal doet. Zwetend probeert hij de blonde tieners gescheiden te houden van de rest van het volk.

En daar komen eindelijk de Apaches. ,,De oudste en meest prestigieuze indiaanse carnavalsgroep van Bahía'', zegt de burgemeester. Ze verzetten zich tegen ,,de uitbuiting en knechting van de Braziliaanse indianen'', met als inspiratie de Amerikaanse cowboyfilm. Steeds trager en trager dansen de Apaches onder de verstikkende tropenzon. Hun oranje nepveren beginnen af te geven. Een groep van niet meer dan tien indianen in rieten rokjes loopt als in een klein reservaat tussen de rest.

,,Het rassenvooroordeel in Brazilië bestaat eruit dat men zegt dat het niet bestaat'', stelt de Amerikaanse socioloog Joseph Page in zijn studie over Brazilië. Het betekent dat een indeling waarin zwart `arm' betekent en wit `rijk' als natuurlijk wordt aangenomen. Ook in het overwegend zwarte Bahía zijn er geen zwarte politici, nieuwslezers, bankdirecteuren of managers. Toch is de menging van culturen hier tevens sterker dan waar ook. Welke Bahiaan gaat er niet regelmatig naar de terreiro, de tempel van de Afrikaanse godsdienst, om te offeren aan zijn orixá , zijn beschermgod. Al eeuwenlang knielen blanken neer voor Afrikaanse priesters en priesteressen. Ze laten hun toekomst uit de schelpen lezen, communiceren met hun voorouders. En dat in een stad waar het praktiseren van een Afrikaanse godsdienst tot in 1970 verboden was. Steeds weer die vreemde, schijnbaar conflictloze manier waarop de samenleving verder danst. Een ongrijpbaar geheel.

,,Ben jij flikker of zo'', vraagt een man in een rokje met netkousen aan een beeldschone jongen in een wit kostuum. De jongen loopt als Afrikaanse god mee in de zwarte vrouwengroep `dochters van Oxúm'. De vrouwen hebben prachtige rokken van zilver en goud. Ze dansen en dansen op hun sandalen. ,,Mannen hebben het hele jaar door al carnaval, nu is het onze beurt'', zegt de voorzitster van de groep. En de man met de netkousen? ,,Ik hoor bij de groep Muquiranas'', zegt hij boven zijn zwarte snor. ,,Vandaag en morgen zijn we vrouw. Daarna weer man.''