Rumoer

Eindelijk weer eens een beetje straatrumoer in de Nederlandse literatuur. Men wil niet achterblijven nu het in Den Haag en omstreken zo onrustig is.

Schrijver Marcel Möring veegt de Nederlandse critici de mantel uit. Het zijn in zijn ogen oppervlakkige stukjessschrijvers geworden. ,,Het doel van de kritiek is niet leuke stukken te schrijven'', aldus Möring, ,,al die leukigheid ontneemt je het zicht op het oordeel.'' Hij zei dit in het tv-programma De Plantage tegen Arjan Peters, de criticus van de Volkskrant, die hij als zo'n gemakzuchtige recensent beschouwt.

Een dag later haalt J. Borré, juryvoorzitter van de Belgische literaire prijs De Gouden Uil, uit naar de schrijvers. Die arme juryleden hadden liefst 253 ingezonden boeken moeten lezen, en nog geen twintig daarvan hadden voldoende literair gehalte gehad. Geen grote thema's, geen epische bevlogenheid, vindt Boré.

Harry Mulisch vertelt vanmorgen in de Volkskrant dat hij het wel eens is met Borré, maar dat er natuurlijk uitzonderingen zijn, zoals Claus en, heel toevallig, Harry Mulisch zelf. ,,Als meneer Borré echt heeft gezegd dat De procedure te oppervlakkig zou zijn voor zijn prijs, is hij gek.'' Binnenkort verleent Mulisch audiëntie aan de paus, dus geen wonder dat hij nu even op zijn strepen gaat staan.

Wat moet de Nederlandse lezer van dit alles vinden? Hem/haar wordt niets gevraagd. Volgens hoogleraar Anbeek bestaat die lezer ook nauwelijks meer: er wordt alleen nog literatuur gelezen door verweesde vrouwtjes van boven de vijftig. Tegen Borré zou ik namens deze vrouwtjes willen zeggen: noem mij één taalgebied waar per jaar wél 253 meesterwerken verschijnen. Twintig boeken met voldoende literair niveau? Mij dunkt, dat is geen slechte score, zeker als we beseffen dat België – sorry Borré – nauwelijks meetelt.

Ik vrees, eerlijk gezegd, dat we al blij mogen zijn met jaarlijks drie boeken die zoveel literair niveau hebben dat ze over twintig jaar nog gelezen worden. En daar hoort zeker dat langdradige, overpretentieuze boek van Geerten Meijsing, Tussen mes en keel, dat Borré zo prachtig vindt, niet bij.

Daarmee komen we bij Möring. Ik verdenk hem ervan dat hij de Nederlandse kritiek eigenlijk te negatief vindt over zijn en andermans boeken. Het is een bekende misvatting onder schrijvers. Die kritiek is juist veel te mild. Elke week lees ik wel ergens dat er weer een grote schrijver in Nederland is opgestaan. Als je al die critici mag geloven, verschijnen er inderdaad elk jaar minstens 253 meesterwerken.