Preken voor eigen parochie over de toekomst van defensie

Minister De Grave (Defensie) wil graag dat de mensen direct meepraten over de toekomst van de krijgsmacht. Dat moet gebeuren in het Strategisch Toekomstdebat Defensie.

Het is nog niet echt begonnen, het Strategisch Toekomstdebat Defensie (SDT), dat voorziet in zoiets als een individueel amenderingsrecht voor de deelnemers, maar de kop is er sinds gisteravond toch een beetje af. Dat is te danken aan de Atlantische Commissie en de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap (KVBK). Zij hadden gisteravond ruim driehonderd belangstellenden naar het Haagse perscentrum Nieuwspoort weten te krijgen voor een forum discussie met aansluitend debat over de Hoofdlijnennotitie: Defensie op weg naar de 21ste eeuw, die De Grave vorige maand publiceerde.

Maar ja, het werd toch niet helemaal het type bijeenkomst dat De Grave voor ogen moet hebben gestaan. Want - dat mocht gezien de namen van de organisatoren al worden verwacht - in feite was hier een soort reünie van een congregatie van gelovigen bijeen. Een snuifje Clingendael, leden van de Atlantische Commissie, ambtenaren van Buitenlandse Zaken en van Defensie. Overigens was de helft van de zaal geüniformeerd en - afgezien van een grote delegatie van de Koninklijke Militaire Academie - van een hogere officiersrang.

De voorzitter van de KVBK, generaal-majoor b.d. Cees Homan, leidde een panel met deskundigen waarvan enkele leden, zoals de Leidse politicoloog Koen Koch en de Groningse hoogleraar Peter Volten (internationale betrekkingen), met hem bekendheid genieten als schrijvers op de opiniepagina's van Nederlandse kranten. In het forum voorts: prof. A. van Iersel (Pax Christi), generaal-majoor A. van Baal, plaatsvervangend chef defensiestaf, en B.Snoep, voorzitter van de Algemene Federatie van Militair Personeel.

Eventuele opstandigheid zou vooral van achter de forumtafel moeten komen, maar ook dat viel niet mee. Want generaal Van Baal heeft zelf aan Hoofdlijnennotitie van zijn minister meegewerkt en hij varieerde dus vooral op het thema: wat de minister heeft gedaan is goed gedaan. De heer Snoep maakte zich qualitate qua zorgen over het budget voor dat deel van het defensiepersoneel dat nu juist niet in de zaal zat.

En prof. Van Iersel, die Defensie en Ontwikkelingssamenwerking graag meer zou zien samenwerken, had voor zulke wensen ook al niet het beste gehoor.

Dientengevolge moest het debat worden gedragen door de wetenschappers Koch en Volten. Maar ook zij hadden voor deze discussie-avond een ongemak meegebracht. Zij zijn het eigenlijk nogal eens in hun kritiek op de notitie van De Grave. Alletwee constateren zij dat Defensie terrein verliest ten opzichte van Buitenlandse Zaken, omdat de verschuiving van de klassieke landsverdediging naar meer crisisbeheersing de politieke beleidsafweging (van Buitenlandse Zaken) nu eenmaal belangrijker maakt. Alletwee vinden zij dat het begin van De Grave's notitie, de op Buitenlandse Zaken geschreven analyse van de internationale toestand, geen logisch vervolg krijgt in de bezuinigingsmaatregelen die De Grave voorstelt. Alletwee vinden zij ook dat er, zoals Volten het zei, in de notitie weer te veel een ,,input-redenering'' is gevolgd in plaats van een ,,output-redenering''. Dat wil zeggen dat er eerst, in verkiezingsprogramma's en in het regeerakkoord, bezuinigingen op Defensie zijn opgevoerd en er niet eerst is nagedacht over de vraag welke defensie Nederland wil of moet hebben. Koch en Volten waren het er ook over eens dat de Hoofdlijnennotitie met haar 56 pagina's het debat over de toekomst vrijwel geheel heeft ,,dichtgetimmerd'' en weinig ruimte laat voor andere opties in de definitieve Defensienota-2000 die De Grave komend najaar wil uitbrengen.

Als dat laatste zo is, en dat lijkt waarschijnlijk, kan ook het Strategisch Toekomstdebat Defensie eigenlijk maar weinig om de hakken hebben. Wie zo wil, zou nu al kunnen zeggen dat de deelnemers aan dat debat dadelijk in dit opzicht een beetje bij de neus worden genomen.

Wat doen zulke inleiders dan op zo'n avond, zou je ook kunnen vragen. Mevrouw, mijnheer, wie in deze sector op geld voor zijn leerstoel of voor zijn instituut uit Den Haag hoopt, of op kopers voor zijn volgende boek, houdt zulke inleidingen. Hij organiseert symposia en schrijft artikelen. Zo gaat eenieder op zijn plaats over tot de orde van de dag, die al vaststaat sinds het jongste regeerakkoord vaststaat en die tot het volgende regeerakkoord wel zal blijven vaststaan.

En inderdaad, dat volgende regeerakkoord komt waarschijnlijk pas in de 21ste eeuw, in 2002.

    • J.M. Bik