Onafhankelijkheid voor Groenland nog ver weg

In de Groenlandse politiek speelt op de achtergrond de wens om onafhankelijk te worden van Denemarken altijd een rol. Maar bij de verkiezingen van gisteren was het onderwerp niet doorslaggevend.

Groenland mag dan lid zijn van de Europese Unie, het grootste eiland van de wereld kijkt Europa eigenlijk met de rug aan. De hoofdstad Godthåb (Deens voor `Goede Hoop') of Nuuk, zoals de Groenlanders zelf zeggen, is slechts één zeestraat van Canada verwijderd. En de inuit-bevolking (vroeger eskimo's) voelt zich verwant met de noordelijke bewoners van Alaska en Canada, meer dan met de Denen die het land 250 jaar geleden koloniseerden.

In 1979 kreeg Groenland beperkt zelfbestuur – buitenlands beleid, defensie, monetair beleid en justitie bleven Deens – en de bijna 57.000 Groenlanders dromen sindsdien van onafhankelijkheid. Ook bij de verkiezingen van gisteren speelde dit thema, hoewel niet nadrukkelijk aanwezig, op de achtergrond een rol. De uitslag – verlies voor de liberale Atassut (twee van de tien zetels in het 31 leden tellende parlement) en een winst van één zetel voor de linkse oppositiepartij Inuit Ataqatigiit (IA) en vier voor onafhankelijke kandidaten – kan echter niet zonder meer worden uitgelegd als een duwtje in de rug voor dat onafhankelijkheidsstreven. Want de IA mag dan gewonnen hebben, de sociaal-democratische Siumut van premier Jonathan Motzfeldt blijft ondanks een verlies van drie zetels de grootste partij. En Motzfeldt heeft zich nooit expliciet voor afscheiding uitgesproken.

De premier realiseert zich dat de 2,6 miljard Deense kronen (ongeveer 800 miljoen gulden) subsidie die Groenland jaarlijks opstrijkt niet zomaar gemist kunnen worden. Met dat bedrag wordt zo'n 60 procent van de overheidsuitgaven betaald. Pas als de bodemschatten in de territoriale wateren en onder de soms kilometers dikke ijslaag van Groenland succesvol geëxploreerd kunnen worden, kan de situatie veranderen.

Zelfs de liberalen, die het meest huiverig zijn voor onafhankelijkheid, hebben zich in de verkiezingscampagne uitgesproken voor meer macht voor het Groenlandse bestuur. ,,Ja tegen meer soevereiniteit, nee tegen afscheiding'', aldus partijleider Daniel Skifte. Hij is wel bang dat Groenland nu alle kaarten zal zetten op de winning van grondstoffen (behalve olie en gas waarschijnlijk ook goud, diamant en zink). In het verleden leefde Groenland vrijwel geheel van de kabeljauwvangst, en die is ineens bijna verdwenen. Zoiets mag niet nog eens gebeuren, waarschuwt Skifte, wiens partij zich in de eerste plaats richt op het terugdringen van overheidsuitgaven en verlaging van de belasting om daarmee de hoge werkloosheid (ruim 12 procent) aan te pakken.

Josef Motzfeldt, verre familie van de premier en leider van de IA, gelooft niet in de voorzichtigheid van de liberalen. ,,We denken dat veel van onze problemen sneller zouden zijn opgelost als we een soevereine staat zouden zijn.'' De klacht van de Denen dat ze zuchten onder de financiële lasten van Groenland, wijst hij als ,,onzinnig'' van de hand. Volgens Motzfeldt verdient Denemarken juist goed aan de militaire bases van de NAVO op Groenland en de Faerer-eilanden, ook Deens gebied.

Vooral de VS-basis in Thule (Qaanaaq in het Groenlands), van strategisch belang als waarschuwingssysteem voor eventuele raketaanvallen, is veel Groenlanders een doorn in het oog. In 1968 stortte een Amerikaans gevechtsvliegtuig met kernwapens aan boord neer in het noorden van Groenland, waarna het verdrag voor de opslag van kernwapens in Thule werd opgezegd. In 1995 bleek de Deense regering het verdrag in het geheim vernieuwd te hebben. Dat was koren op de molen van de politici die losser van Denemarken willen komen.

De 59-jarige premier Jonathan Motzfeldt, die Groenland al sinds 1979 regeert met een kleine onderbreking toen hij wegens een financieel schandaal en een alcoholprobleem tijdelijk buitenspel kwam te staan, kan opnieuw een regering formeren. Doelend op de onafhankelijkheidswens zei Motzfeldt gisteravond zich te willen inzetten voor ,,het terugdringen van de mythen die recent naar boven zijn gekomen''. Zonder het ideaal helemaal uit het oog te willen verliezen, wordt het wat hem betreft tijd om de werkelijke problemen – gebrek aan huizen, leraren, goede gezondheidszorg en de werkloosheid – aan te pakken.