Mediashow advocaat strandt in transitruimte

De advocaat van PKK-leider Abdullah Öcalan, de in Nederland woonachtige Duitse Britta Böhler, ging gisteravond naar Turkije om de gevangene te bezoeken. Ze kwam niet eens voorbij de douane.

Ze kijkt aan het begin van de avond, om een uur of zeven, nog opgewekt in de televisiecamera's. Britta Böhler, advocaat van de in Turkije vastgezette PKK-leider, vertrekt samen met twee andere advocaten vanaf Schiphol naar Istanbul ,,om te zien of Abdullah Öcalan nog leeft''. Ze wil ook haar nieuwe Turkse collega ,,een hart onder de riem steken''. De verdediging van de door de Turkse regering gehate Öcalan vergt moed; Feridun Celik toonde die moed volgens haar.

Britta Böhler, naar eigen zeggen politiek advocate, Ties Prakken, bekend van de verdediging van krakers in de jaren tachtig, en Victor Koppe, kantoorgenoot, lijken in het vliegtuig naar Istanbul geen zorgen te hebben. Prakken eet coq au vin in de businessclass, Böhler dommelt even in. Die onbezorgdheid duurt zolang het vliegtuig in de lucht is, ruim drie uur. Daarna blijkt dat Böhler en haar collega's geen voet op Turkse bodem mogen zetten. Een tiental mannen in uniformen neemt hen direct buiten de vliegtuigslurf bij de arm en trekt hen naar binnen, de transitruimte in. Na tegensputteren van Böhlers zijde mag de meegevlogen tolk ook naar binnen. Turkije, zo krijgen de drie advocaten en de tolk daar te horen, mogen ze niet in. Waarom niet, vragen ze. Daarom niet, antwoorden de agenten. De minister van Binnenlandse Zaken heeft de orders gegeven. Niemand kan daar iets aan doen, ook de Nederlandse consul-generaal niet.

Om een uur of twee in de nacht verschijnt hij ten tonele: Adriaan Quanjer, consul-generaal in Turkije, standplaats Istanbul. Hij verklaart ,,gewoon'' zijn werk te doen. Twee Nederlanders, Prakken en Koppe, is de toegang tot het land ontzegd. Öcalans advocaat, Britta Böhler, is geboren in Duitsland en heeft de Duitse nationaliteit. De consul-generaal wil ,,even'' de reden van de weigering weten. Routine, onderstreept hij nogmaals. In een diplomatieke rel heeft Nederland geen zin, zeker niet nadat de PKK-leider met zoveel succes buiten de deur is gehouden. De kleding van de consul-generaal moet onderstrepen dat het om een gewone klus gaat: bruine ribbroek, grijs tweedjasje, groene bodywarmer en in zijn handen een papieren zak met etenswaren voor de advocaten. ,,Hartige en minder hartige dingen en iets gezonds'', zegt Quanjer ten overstaan van een dertigtal journalisten. Haastig trekken Turkse veiligheidsbeambten hen daarna een gang in.

Een kwartier later kan de consul-generaal zijn gezicht nauwelijks in de formele plooi houden. Quanjer, diplomaat, mag de drie advocaten niet bezoeken; hij heeft geen pasje voor dat deel van de luchthaven. En zo'n pasje krijgt hij ook niet, dat geven de Turkse luchthavenautoriteiten alleen aan eigen personeel, aan de schoonmakers bijvoorbeeld. Onbeschoft? Quanjer aarzelt even, ieder woord kan nu immers een diplomatieke rel uitlokken. ,,Ach, onbeschoft. De mensen binnen waren vriendelijk.'' Maar zijn ogen schieten vuur. En dan: ,,Uiteraard ben ik niet erg tevreden. Morgen ga ik dan ook bezwaar aantekenen bij de Turkse autoriteiten.'' Dat één veiligheidsagent tegen zijn rechterarm duwt en een ander aan zijn linkerarm trekt om hem zo snel mogelijk de luchthaven af te krijgen, verbetert zijn stemming niet.

De mediashow Öcalan. Het was 's middags al begonnen, met een persconferentie van zijn advocaat Böhler in Amsterdam. Maar de nadrukkelijke aanwezigheid van de pers (,,Jullie zijn onze veiligheidsgarantie'', zegt Koppe tegen een RTL-journalist) baat niet in Istanbul. De advocaten worden direct apart genomen. Dat levert overigens wel veel publiciteit op – één van de redenen waarom Öcalan de 38-jarige Britta Böhler als advocaat in de arm heeft genomen. ,,Zet de Koerdische kwestie op de Europese agenda'', had hij tegen haar gezegd.

Het contact met de Nederlandse journalisten op de Turkse luchthaven is daarna alleen nog maar mogelijk via mobiele telefoons. Slechts gescheiden door één verdieping wordt met elkaar gecommuniceerd. Het eerste telefoontje: ,,Ze willen ons op het eerstvolgende vliegtuig naar Nederland zetten.'' Het volgende telefoontje: ,,Ze willen ons geen beschikking geven.'' Het derde telefoontje: ,,We hadden vanavond een afspraak met de Turkse advocaat van Öcalan. Maar we hebben net gehoord dat hij is opgepakt in het zuidoosten van Turkije, met zo'n 30 anderen. Ze laten niemand bij Öcalan toe. Dit is verschrikkelijk!''

Ten slotte meldt Koppe dat de consul-generaal onderweg is. Maar ook Quanjer maakt niets klaar, zelf de etenswaren kon hij niet afgeven. Quanjer belooft de advocaten via een mobiele telefoon dat hij de volgende ochtend een nieuwe poging zal wagen. Maar dat heeft geen zin meer. De eerste KLM-vlucht naar Nederland vertrekt om 06.10 uur, met aan boord Öcalans advocaten.