`Lading Boeing bekend op Schiphol'

Direct na de crash van het El Al-vrachtvliegtuig op 4 oktober 1992 in de Bijlmermeer beschikten de verantwoordelijke autoriteiten op Schiphol over de belangrijkste gegevens betreffende de lading in het toestel. Kort daarna werd door een El Al-medewerker in een telefoongesprek met de verkeersleiding alarmerende, maar onjuiste informatie verstrekt omtrent de lading.

Dit bleek vanmorgen tijdens de verhoren door de parlementaire enquêtecommissie Bijlmerramp. Volgens A. Yarkoni, de hoogste luchtvaartautoriteit in Israel, gaat het om een zogenoemde samengestelde zending. ,,Uit de bijbehorende verzamelstaat hebben we kunnen opmaken dat het niet om gevaarlijke goederen ging. Het waren voornamelijk elektrische apparaten'', zei hij gisteren op een persconferentie. Volgens Yarkoni is de Mossad op generlei wijze bij de afhandeling van de ramp betrokken geweest. Hij bevestigde dat er vorig jaar op zijn initiatief een rapport is opgesteld na het bericht in NRC Handelsblad over de aanwezigheid van dimethyl methylfosfonaat (dmmp), een grondstof voor het gifgas Sarin. Dit rapport is overhandigd aan de enquêtecommissie.

De avond van 4 oktober 1992 verliep voor de medewerkers op de vrachtafdeling van El Al bijzonder hectisch, zo vertelden zij vanmorgen de commissie. Een enkeling raakte zelfs in een shock door de ramp, zoals cargo supervisor H. Aaij. Toen hij door de verkeersleiding in de toren om 19.09 uur werd opgebeld met de vraag wat er nu precies in het vliegtuig zat, gaf hij prompt de verkeerde opsomming. Aaij wist niet meer of hij het voorlas van papier of van zijn computerscherm. Hij herkende echter wel zijn stem toen de commissie hem – voor de eerste keer – confronteerde met de geluidsband van het gesprek. Voordien hadden medewerkers van Aeroground Services, dat voor El Al een deel van de vracht afhandelt, echter al de juiste papieren over lading bezorgd bij de volgens het rampenplan ingestelde commissie van overleg op Schiphol.

BIJLMERENQUÊTE: pagina 2