Kritiek op Duitse en Franse begroting

De Europese Commissie heeft kritiek op de begrotingsplannen van Duitsland en Frankrijk voor de komende jaren. Volgens Europees commissaris De Silguy bieden deze plannen onvoldoende ruimte voor economische tegenvallers of stijging van overheidsuitgaven als gevolg van nieuwe regeringsmaatregelen.

Hij benadrukte wel dat zowel Duitsland als Frankrijk met de plannen voldoet aan de vereisten van het stabiliteitspact van de Economische en Monetaire Unie. Het oordeel van de Commissie wordt als advies voorgelegd aan de ministers van Financiën van de Europese Unie, die op 15 maart hun definitieve oordeel moeten geven. Tot nu toe hebben de ministers van Financiën de zogenaamde stabiliteitsplannen van de EU-lidstaten aanvaard, ondanks kritiek van de Commissie.

Dat gebeurde het laatst vorige week, toen ondanks kanttekeningen van de Commissie een stabiliteitsplan van Italië de instemming van de ministers van Financiën kreeg. Eerder heeft ook kritiek van De Silguy op het Nederlandse stabiliteitsplan bij de ministers van Financiën niet tot problemen geleid.

Het Duitse begrotingsbeleid is volgens de Commissie ,,minimaal''. Structurele maatregelen zouden begeleid moeten worden door hervorming van de arbeidsmarkt. Duitsland wil in 2002 komen tot een begrotingstekort van 1 procent van het bruto binnenlands product. Maar de Commissie wijst erop dat de daling vanaf de huidige 3 procent volgens de Duitse plannen pas vanaf 2001 zou moeten gebeuren.

Voor die tijd zou het tekort stabiel blijven. De Duitse overheidsschuld zou van 61,5 procent in 2002 op 59,5 procent komen, net onder de in het Verdrag van Maastricht vastgelegde grens van 60 procent van het bruto binnenlands product.