Het extra van de Bijlmer

De parlementaire enquête, `het zwaarste wapen', wordt alleen gebruikt als alle andere middelen hebben gefaald terwijl de behoefte aan volstrekte openbaarheid onweerstaanbaar is geworden. Eigenlijk is het dan al te laat. Als het publiek de indruk krijgt dat zijn politici en bestuurders – de verantwoordelijken – blijven vergeten, draaien, liegen, of zich telkens weer in ongrijpbare taal hullen, groeit de zekerheid dat ze iets van het grootste belang verborgen houden. In deze sfeer van achterdocht ontstaan de samenzweringstheorieën. Een hardnekkige samenzweringstheorie is de zwaarste motie van wantrouwen in een democratie.

De verdenking dat ten behoeve van de geheimhouding is samengezworen, is niet de unieke eigenschap van het complex dat Bijlmer heet. In de geschiedenis wemelt het van dergelijke complexen. Naarmate de opheldering langer op zich laat wachten, groeien ze tot monsterachtige afmetingen. Dan, eindelijk, verschijnen in Nederland de enquêteurs (in Amerika de speciale aanklager). De laatste zoekers naar de waarheid beginnen met twee handicaps. Door het publiek zijn ze beladen met de hoogste verwachtingen, en ze moeten in volledige openbaarheid het complex van raadsels ontrafelen. De ontrafeling verloopt in fasen, van verhoor naar verhoor. Ieder resultaat is voorlopig – een gegeven voor het eindrapport – maar tegelijkertijd is ieder resultaat óók nieuws op zichzelf.

Ieder antwoord wordt door het publiek geplaatst in de context van het voorafgaande. Als X verklaart dat hij een hoogst belangrijk feit geheim heeft gehouden, en drie dagen later blijkt dat dit geheime feit niet ter zake doet omdat het geen feit was maar fictieve wetenschap die X voor de waarheid heeft gehouden, dan is dit tweemaal nieuws: eerst als de onthulling van een kwalijk geheim, en dan, drie dagen later, als de onthulling dat de eerste onthulling niet ter zake heeft gedaan. De sensatie die beide keren door het nieuws wordt veroorzaakt is de onvermijdelijke som van drie factoren: de voorgeschiedenis, de fasegewijze ontrafeling en de openbaarheid.

In deze krant van zaterdag vraagt Peter Vasterman, docent aan de School voor Journalistiek, `de media' in de Bijlmerenquête, een `schandaalkoers' te vermijden. Ze horen zich meer met de mogelijke gevaren van de lading bezig te houden dan met het stellen van de schuldvraag. ,,Het is begrijpelijk'', schrijft hij, ,,dat journalisten gretig doorgraven in het schandaal en de vele fouten die zijn gemaakt, maar ze zouden veel meer oog moeten hebben voor de gezondheidsrisico's.'' Het is een opvatting. Afgezien van dit `gretig' dat me aan de obligate afkeer van het journaille en de persmuskieten doet denken, lijkt me de vraag om aandacht voor de gezondheidsrisico's prijzenswaardig. Maar is er in `de' media al niet sinds jaren naar de inhoud van de vrachtbrieven gespeurd? En heeft niet het gebrek aan aandacht, of beweerd gebrek, van medische kant meters en meters drukwerk veroorzaakt? Is de rol van de medici niet – tot nadere uitkomsten van de enquête – een onderdeel van een mogelijk schandaal, dat als zodanig moet worden behandeld, waarbij `gretigheid' wel de geringste tekortkoming mag heten? En is een gezondheidsrisico niet onverbrekelijk met schuld verbonden?

In de Bijlmerramp zijn gezondheidsrisico's, staat van onderhoud der vliegtuigen, luchtverkeersleiding, bestuurlijke en politieke verantwoordelijkheden niet van elkaar te scheiden. Bij de ontrafeling is het onvermijdelijk dat naast alle andere aspecten juist de bestuurlijke en politieke verantwoordelijkheden telkens weer aan de orde komen, want die vormen na en door zes jaar het sluitstuk – misschien van een schandaal. Die conclusie ligt dan in het eindrapport besloten.

Men kan erover van mening verschillen of alle media zich onafgebroken naar de gouden standaard van de Nederlandse journalistiek hebben gedragen. Als ze dit niet hebben gedaan, kan men dat de boosdoeners kwalijk nemen, maar afgezien daarvan is ook dit op zichzelf een politiek feit. Enquête en publiciteit hebben zich de afgelopen weken een eigen bestaan verworven. Een reeks van onthullingen, tegenspraken, ontdekkingen van nieuwe raadsels heeft zich via de media verdicht tot een zelfstandige politieke gebeurtenis. Het is dit geheel van de Bijlmerenquête dat de publieke opinie bezighoudt, intensiever dan alle andere politiek, en met een minimum aan `hype' waarmee de politici in deze tijd hun bedrijf proberen op te fleuren.

De enquête als zich zelfstandig ontwikkelende gebeurtenis heeft tot nu toe een eigenaardig gevolg. In plaats van – tot dusver – zuiverend, desnoods louterend te werken, wordt het wantrouwen tegen alle politiek erdoor bevorderd. Dat is het risico bij het gebruik van dit `zwaarste wapen'. De RSV- en IRT-enquêtes hebben evenmin het vertrouwen in de politiek doen toenemen. In hoeverre dit komt doordat `de politiek' vervolgens niet de consequenties aan de slotconclusies heeft verbonden, laat ik nu in het midden. De Bijlmerenquête als gebeurtenis hoort in een opklimmende reeks. In deze krant van gisteren heeft Bert Kreemers, directeur voorlichting van Defensie, een pleidooi gehouden voor een enquête naar Srebrenica, hoewel er een onderzoek, dat van Oorlogsdocumentatie, gaande is. Srebrenica hoort ook in deze reeks.

Lang geleden, in de Nederlandse staat van Willem Drees, vertrouwde het volk op de onkreukbaarheid van zijn ministers en bestuurders (hoewel er toen ook weleens iets viel op te helderen). Die tijd is voorbij. In deze jaren van enquêtes naderen we tot een heel andere toestand: die waarin de overheid kreukbaar wordt geacht tot ze het tegendeel heeft bewezen. En ieder falen draagt bij tot het cumulatief effect: een extra bevestiging van de achterdocht. Daarbij gaat het niet alleen om de grote affaires die voor een enquête in aanmerking komen. Ook langdurige, grootschalige aarzelingen over de oplossing van de problemen met de infrastructuur, asielbeleid, nog meer slepende kwesties, versterken de overtuiging dat `de' politiek en het bestuur niet meer te vertrouwen zijn. Hoge verwachtingen slaan om in diep wantrouwen. De Bijlmerenquête is meer dan het zoeken naar de waarheid, zes jaar na een ramp. Er wordt mee bevestigd dat de Nederlandse politiek op het ogenblik in staat van afbraak is.