Geldmarkt in rustiger vaarwater

Na de turbulente ontwikkelingen in de twee voorgaande weken, is de Europese geldmarkt in wat rustiger vaarwater terechtgekomen. De posten die niet direct worden beïnvloed door het monetaire beleid van het Eurosysteem veranderden nauwelijks. Zo bleef de nettopositie van het Eurosysteem in vreemde valuta, de vorderingen minus de verplichtingen in vreemde valuta, met 226,6 miljard euro vrijwel gelijk.

Ook de post `Bankbiljetten in omloop' veranderde nauwelijks. Dit ondanks het carnaval dat in een deel van de EMU het afgelopen weekend is losgebarsten. Rond dergelijke festiviteiten neemt het aantal bankbiljetten in omloop meestal toe. Waarschijnlijk is de toename ruimschoots gecompenseerd door een afname van de bankbiljettencirculatie in andere delen van de EMU.

In de posten die direct verband houden met het monetaire beleid van het Eurosysteem, deden zich wel enkele grote mutaties voor. Zo nam aan de actiefzijde van de balans de post `Basisherfinanciering' af met ongeveer 4,1 miljard euro. De afname van deze post hing samen met het vervallen van een oude (69 miljard euro) en de verrekening van een nieuwe basisherfinancieringsoperatie van 64,9 miljard euro. De toewijzing bij deze operatie was relatief klein en bedroeg slechts 6,92 procent.

Verder nam het beroep op de marginale beleningen af met 0,4 miljard euro, waardoor de totale kredietverlening aan tegenpartijen uit de financiële sector met 4,5 miljard euro daalde. De rekening courant positie van de financiële sector in het EMU-gebied geeft tenslotte een indicatie van de ruimte op de Europese geldmarkt.

Over de kasreserveperiode van 1 januari tot en met 23 februari is tot nog toe gemiddeld 100,2 miljard euro aangehouden, waarvan 0,9 miljard euro niet tot de verplichte aanhouding behoort. De door het Eurosysteem gemaakte schatting van de verplichte aanhouding op de kasreserve bedraagt 98,2 miljard euro.

Nu het einde van de kasreserveperiode in zicht is en blijkt dat er per saldo 1,2 miljard euro meer aangehouden is dan noodzakelijk, proberen marktpartijen hun overtollige reserves uit te zetten in de geldmarkt. Dit heeft een drukkend effect op de korte geldmarkttarieven. Zo daalde de daggeldrente door de ruimere monetaire verhoudingen zelfs even onder de 3,0 procent. Momenteel ligt dit tarief rond 3,04 procent, circa 10 basispunten lager dan een week eerder.

Bron: ING Economisch Bureau