Faye Dunaway

In een reeks profielen van gezichtsbepalende sterren dit keer Faye Dunaway, de `70s queen of cool' die deze week het filmaanbod op televisie beheerste. Morgen is ze op Nederland 1 te zien in de drankfilm Barfly.

Het Hollywood van de zilveren jaren zeventig kende vele prinsen en koningen, maar slechts één koningin: Faye Dunaway (Bascom, Florida, 14 januari 1941). Tussen 1970 en 1976 speelde ze onder regie van grootheden als Arthur Penn en Roman Polanski tegenover bijna alle 24-karaats acteurs van haar tijd – van Dustin Hoffman (Little Big Man) en Jack Nicholson (Chinatown) tot Robert Redford (Three Days of the Condor) en Warren Beatty (Network). Drie keer werd de blonde femme fatale voor een Academy Award genomineerd, in 1976 won ze de Oscar voor haar rol in Network, en al die jaren was ze haar concurrentes zo niet in schoonheid dan toch in allure en uitstraling de baas.

Met haar groene ogen, hoge jukbeenderen en stoere vollemaansgezicht raasde Dunaway, in de woorden van regisseur Elia Kazan, `als een elektrische storm door het Hollywood-landschap, wolken van drama achter zich opwerpend.' Na haar grote doorbraak als de supersnelle jaren-dertigmisdadigster Bonnie Parker – eergisteren nog te bewonderen toen Bonnie and Clyde (1967) bij SBS6 werd uitgezonden – specialiseerde ze zich in nonconformisten: de verliefde verzekeringsfraudecontroleur in The Thomas Crown Affair, de mysterieuze weduwe in Chinatown, de overambitieuze televisiejournaliste in Network, en de drinkzuster van Mickey Rourke in Barfly. Veel moeite om zich in te leven in deze onconventionele vrouwen had Dunaway naar eigen zeggen niet: ,,Ik ben mijn hele leven het meisje van de overkant van het spoor geweest, en heb me nooit ergens thuis gevoeld.'' Wat niet wegnam dat de glamour haar bleef aankleven: ze werd gezien als de laatste van de klassieke filmsterren, een waardig erfgenaam van Joan Crawford, die ze in 1980 memorabel gestalte gaf in Mommie Dearest.

De geslaagde Charles Bukowski-verfilming Barfly betekende in 1986 een comeback voor Dunaway, die zoals zoveel vrouwelijke Hollywoodsterren boven de veertig te lijden had/heeft van een gebrek aan uitdagende rollen. Maar echt vlammen deed haar carrière niet meer, al was ze mooi en goed in Drunks en in het afgelopen zaterdag op televisie vertoonde Don Juan DeMarco. Het dieptepunt was haar ontslag, in 1995, bij de musicalbewerking van Sunset Boulevard in Los Angeles; Andrew Lloyd Webber vond dat ze niet goed genoeg zong.

Het laatste nieuws over Faye Dunaway is tragisch én bemoedigend. Ze woont in een slechte buurt van L.A., noodgedwongen omdat ze haar miljoenen geïnvesteerd heeft in een project dat ze als een heilige missie beschouwt: de verfilming van een succesvol toneelstuk (Master Class) over de laatste jaren van Maria Callas. De 58-jarige Dunaway wil zelf de hoofdrol spelen, want in de Grieks-Amerikaanse sopraan ziet zij zichzelf en haar beroemdste filmrollen weerspiegeld: de loner die zich staande moet houden in een vijandige wereld. De plannen zijn pril, en de vraag is of de film de tweede comeback van Dunaway zal betekenen. Maar, zoals een oud operaspreekwoord zegt: It ain't over `til the fat lady sings.

Barfly (Barbet Schroeder, 1986) wordt morgen, donderdag, op Nederland 1 vertoond, van 23u05-0u40.