ECB ziet euro niet snel aansterken

De wisselkoers van de euro zal op de middellange termijn verhoudingsgewijs aan de zwakke kant blijven. Dat schrijft de Europese Centrale Bank (ECB) in het maandbericht over februari.

De ECB neemt de koers van de euro in de eerste handelsweek van januari als referentiepunt voor deze uitspraak. Destijds noteerde de euro gemiddeld rond de 1,1650 dollar per euro, maar is sindsdien verzwakt tot iets boven de 1,12 euro per dollar vanmorgen. De ECB constateert dat zowel de nominale als de reële effectieve wisselkoers van de euro op de middellange termijn ,,iets onder hun gemiddelde voor de langere termijn zullen uitkomen. De reële effectieve wisselkoers is de koers van de euro tegenover een gewogen gemiddelde van de munten van de belangrijkste handelspartners van de euro-landen, waarbij een correctie is toegepast voor inflatieverschilen tussen de eurolanden enerzijds, en de handelspartners anderzijds.

De ECB constateert evenals in het vorige maandbericht dat de economische groei in de euro-landen hapert, maar laat in het midden hoe sterk de vertraging is en op welke termijn die verder zal spelen. De bank wijst wel op de voortdurende kracht van de Amerikaanse economie. Af te leiden valt dat de ECB de verklaring voor de depreciatie van de euro met name zoekt in de kracht van de dollar.

De rente op de kapitaalmarkt, waar tienjaars staatsobligaties nu een rentevoet hebben van onder de 4 procent, is volgens de ECB historisch zeer laag, ook als wordt gecorrigeerd voor de lage inflatie in het eurogebied. De bank constateert dat ,,de monetaire en financiële omstandigheden derhalve gunstig (zijn) voor een duurzame groei van de productie en werkgelegenheid in het eurogebied in overeenstemming met prijsstabiliteit''.

Omdat met de verlaging van het officiële rentetarief van de ECB in december naar 3 procent al is geanticipeerd op een vertraging van de economie, en de monetaire omstandigheden (rentevoeten en de zwakke euro) gunstig worden genoemd, valt uit het ECB-maandbericht af te leiden dat er voorlopig geen renteverlaging zal worden doorgevoerd. ECB-president Duisenberg is in het openbaar tot nog toe niet afgeweken van de zinsnede dat de rente gelijk blijft ,,voor de voorzienbare toekomst''.

De ECB besteedt in het maandbericht veel aandacht aan ontwikkeling van de geldhoeveelheid in het eurogebied, en contstateert dat die ontwikkeling volgens onderzoek al lange tijd een stabiel karakter vertoont. Dat stabiele karakter kan er op wijzen dat de groei van de geldhoeveelheid aan belang wint als referentiepunt voor de rentestrategie. De ECB combineert nu nog een geldhoeveelheidsbeleid met andere financiële en economische indicatoren om die rentestrategie te bepalen, omdat het gedrag van geld in het eurogebied nog te onzeker is om als enige referentiepunt te kunnen dienen.