De macht in Nigeria komt uit een olievat

Nigeria's economie verkeert in een diepere recessie dan ooit sinds de onafhankelijk- heid in 1960. Het burgerregime moet ingrijpende hervormingen doorvoeren, die echter gevestigde financiële belangen van vooral militairen kunnen raken.

Generaal Abdulsalam Abubakar nam sinds hij vorig jaar president van Nigeria werd enkele door de zakenwereld als moedig omschreven besluiten. Hij schafte eind vorig jaar bijvoorbeeld de dubbele wisselkoers af. De militaire machthebbers konden tegen een kwart van de commerciële koers buitenlandse valuta kopen, die ze vervolgens met forse winst doorverkochten. Vele generaals vergaarden op deze wijze fortuinen. ,,Abubakar maakte er een einde aan, maar hij moest zijn generaals er een prijs voor betalen'', vertelt een hoge Westerse diplomaat in Lagos. ,,De president gebruikte daarvoor een deel van de geconfisceerde miljoenen dollars van zijn voorganger, de overleden Sani Abacha.''

Een burgerpresident zou minder gemakkelijk dergelijke fondsen kunnen aanboren, om onderhandse deals te maken om zo de vrede te bewaren. Door de gekelderde internationale olieprijzen lopen de nationale inkomsten dit jaar naar verwachting 30 procent terug. Nigeria is voor ruim 90 procent van zijn inkomsten afhankelijk van olie-export. Bovendien gaat het gebukt onder een buitenlandse schuld van ten minste 32 miljard dollar. Als de regering deze niet blijft afbetalen, ligt er geen regeling met het Internationale Monetaire Fonds in het verschiet, wat weer zal leiden tot een terughoudende houding van buitenlandse investeerders.

Een verzekerde stroom van olie voor export wordt bedreigd door het allang slepende, maar inmiddels tot aan het kookpunt opgelopen, conflict met de minderheidsstammen in de olieproducerende gebieden. Radikale jongeren van het Ijaw-volk in de zuidelijke Niger Delta willen stopzetting van alle oliewinning in hun gebied, tot de regering een akkoord met hen sluit over een nieuwe verdeelsleutel van de opbrengsten uit de olie. Het eerste bod van de Ijaw's is dat zij alle olie-inkomsten zelf mogen houden en over deze inkomsten belasting betalen aan de centrale regering in Abuya. Ijaws zetten in toenemende mate hun eisen kracht bij door sabotage van olie-installaties.

,,In het oostelijke gedeelte van de Delta produceerde Shell vorig jaar 25 miljoen minder vaten olie, goeddeels als gevolg van sabotage,'' zegt Shell-woordvoerder Bobo Brown in Port Harcourt. De controverse over de verdeling van de nationale inkomsten raakt het fundament van de federale staat Nigeria. De burgerpolitici zijn het oneens over een oplossing.

De macht in Nigeria komt uit het olievat. Achtereenopvolgende militaire en burgerpolitici verdienden miljarden dollars aan corruptie in de oliesector en hun vergaarde kapitaal vermeerderde hun invloed in het politieke machtsspel. Het aandeel van rond de 60 procent van de staat bij de oliewinning maakt deze illegale verrijking mogelijk. Privatisering van de olie-industrie - tegenstanders noemen het de verkoop van Nigeria's tafelzilver - vormt het grootste economische meningsverschil sinds de onafhankelijkheid. ,,Ik ben voorstander van de verkoop van alle staatsaandelen in de oliesector'', zegt de econoom Pat Utomi, die economische beleidsplannen schreef voor verscheidene aspirant-presidentskandidaten. ,,Het levert geld op voor bijvoorbeeld investeringen in de landbouw en verhindert de nieuwe regering nog langer cashcalls te betalen.''

De belangen van de generaals bij de oliewinning maakt privatisering onder een burgerregering moeilijk en gevaarlijk. ,,Olusegun Obasanjo, de grootste kanshebber bij de presidentsverkiezingen op 27 februari, zal zich huiverig tonen bedrijven te privatiseren, waarin militairen belangen hebben, zoals in de oliesector en Nigeria Airways,'' voorspelt een diplomaat met goede contacten in het leger. Abasanjo is een generaal buiten dienst en wordt gesponsord door de militaire ex-president Babangida. Babangida verdiende tijdens zijn regeerperiode van 1985 tot 1993 een geschatte 10 miljard dollar, in belangrijke mate door zijn aandeel in corruptie in de olie-industrie. ,,Babangida blijft onder een regering van Obasanjo een belangrijke rol spelen in de schaduw,'' aldus de diplomaat.

Een groot probleem bij de privatisering van talrijke overheidsbedrijven vormt de erbarmelijke staat waarin vele van de ondernemingen verkeren. Een directeur wiens bank interesse toont voor de koop van staatsbedrijven: ,,Voor een papierfabriek bieden we slechts één dollar, want het hele bedrijf moet van de grond af aan opnieuw worden opgebouwd. We wilden een kunstmestbedrijf bezoekenvoor taxatie. Dit bleek onmogelijk, want het was er te gevaarlijk door de kans op explosies als gevolg van lekkage.''

Abubakar heeft 60 procent van de aandelen in de nationale telefoon - en elektriciteitsbedrijven te koop aangeboden, maar ook deze bedrijven zijn zwaar verwaarloosd. Een evenzo vette kluif voor het burgerregime zal de reorganisatie blijken van de ambtenarij. Het overheidsapparaat, vooral op regionaal niveau, bestaat alleen nog op papier. ,,We zouden in één harde klap een einde moeten maken aan de cultuur van corruptie in dit land,'' bepleit econoom Pat Utomi. ,,Dat kan door alle ambtenaren te ontslaan en dan de goede onder hen te herbenoemen. Vervolgens dient de regering aan de nieuwe ambtenaren forse salarisverhogingen te geven. Van de huidige lonen valt niet meer te overleven.''

Abubakar verhoogde eind vorig jaar hun salarissen met 300 procent en trok in januari dit besluit weer in toen er door de gedaalde olieprijzen onvoldoende geld beschikbaar was. Een nieuwe burgerregering kan minder gemakkelijk dergelijke harde beslissingen doorvoeren. Zij zal er juist naar neigen om een populistische houding aan te nemen en daaronder vallen geen massale ontslagen.

Nigeria heeft, in de woorden van Pat Utomi, a new deal nodig. Het doorbreken van de economische afhankelijkheid van de oliewinning, de heropbouw van de veronachtzaamde landbouw en de privatisering van de inefficiënte en corrupte staatsbedrijven, lijken de eerste prioriteiten. Om een sociale explosie te voorkomen dient het nieuwe regime bovendien de ineengestorte onderwijs- en gezondheidssector te verbeteren. De sociale indicatoren vertellen het verhaal van het groeiend aantal arme Nigerianen: ondanks de rijkdom aan grondstoffen scoort het land op deze terreinen veel slechter dan Tanzania, Burundi en zelfs het verpauperde Rwanda.

De verwachtingen zijn niet hooggespannen. De burgerpolitici voelen nu al de hete adem in de nek van het leger, een nieuwe militaire staatsgreep binnen twee jaar behoort tot de reële mogelijkheden. De nieuwe regering zal daarom vermoedelijk onvoldoende zelfvertrouwen vertonen om de politiek gevaarlijke hervormingen in de economie op korte termijn door te voeren.