De fiscale pers

Wat is een democratie zonder een onafhankelijke pers? Duidelijk is dat alleen een échte democratie zich een actieve en kritische pers kan veroorloven. Een pers die tegenwicht biedt aan de telkens weer insluipende neiging van de overheidsfunctionarissen openbaarheid van bestuur als `lastig' te ervaren. `Ze lopen je zo voor de voeten'. Die kwalificatie heeft de pers gemeen met de rechterlijke macht en de wetenschap. Hun gemeenschappelijke noemer is hun onafhankelijke opstelling tegenover overheid en samenleving. Zij behoren zich niet te laten inpalmen door degenen die het beleid moeten `verkopen' en evenmin zich te laten meeslepen met maatschappelijke emoties. Waarheidsvinding is het codewoord voor pers en wetenschap. Daarin gaan de journalist en de wetenschapper parallelle wegen. De rechterlijke onafhankelijkheid heeft in ons staatsbestel haar institutionele kaders gekregen. Hieraan is pas geleden op deze plaats afzonderlijk aandacht besteed.

Ook voor pers en wetenschap is onafhankelijkheid een bestaansvoorwaarde. De journalist die vanwege het commerciële adverteerdersbelang van de krant een kritische beschouwing achterwege laat of, erger, de feiten rooskleuriger voorstelt dan ze zijn, is geen knip voor de neus waard. Evenmin mag een onderzoeker, noch de onderzoeksinstelling waaraan hij verbonden is, zich plooien naar de belangen van de opdrachtgever. Men zou vanwege deze professionele verbondenheid een intensieve wisselwerking verwachten tussen de journalistiek en de wetenschap. De journalist als communicator tussen de wetenschap en de maatschappij. Toch valt dit tegen. De doorsnee wetenschapper ervaart het vaak allerminst als een compliment als zijn geschriften als `journalistiek' worden bestempeld. De journalist wenst van alle markten thuis te zijn; hij ervaart specialisatie vaak als een verschraling van zijn journalistieke opdracht. Maatschappelijk zou er veel gewonnen zijn als de wetenschapper leert zich journalistieker uit te drukken en de journalist het deskundigheids-

niveau op zijn aandachtsgebied poogt op te krikken.

Op fiscaal terrein leidt de pers een armetierig bestaan. Dat wordt in de hand gewerkt omdat persoonlijke fiscale aangelegenheden en belastinggeschillen zich afspelen onder de wettelijke dekmantel van de geheimhoudingsplicht. Smeuïge hapklare brokken fiscale sensatie, toegespitst op personen die met naam en toenaam worden vermeld, kunnen daarom niet zonder het risico van strafrechtelijke vervolging worden opgediend. Daar hoeven we trouwens bepaald niet rouwig om te zijn. De tegenwoordig zo populaire zogenaamde onthullingsjournalistiek is vaak ontluisterend. Maar over fiscaal beleid en fiscaal-maatschappelijke ontwikkelingen zou de pers toch bepaald wel wat meer kunnen zeggen dan het doorgaans braaf afdrukken van officiële persberichten of kortademige incidentbeschrijvingen. Wanneer tref je over majeure belastingoperaties beschouwingen aan in de pers die verder reiken dan het aan elkaar rijgen van oppervlakkige meningen van belangengroepen? Het zijn uitzonderingen. De helft van ons bruto nationaal product krijgt echter via collectieve uitgaven zijn bestemming. Via belastingen, premies en andere verplichte bijdragen worden deze direct of indirect aan de burger en het bedrijfsleven onttrokken. Kritische en deskundige aandacht van de pers zou hierbij op zijn plaats zijn, te meer omdat de belastingen niet alleen een budgettaire functie hebben, maar ook worden ingezet als stuurgeld. Belastingen en subsidies programmeren ons gedrag. In bestuurlijk jargon heet het dat ze een ordenings- en reguleringsdoelstelling hebben. Dat is niet erg, zolang de burger de regie maar overziet en deze kan meebepalen. Op een recent VNO-NCW-symposium maakte de directeur van het Centraal Planbureau daarover zijn twijfels kenbaar: ,,Behalve aan gebrekkige prikkels voor efficiëntie, lijdt de overheid ook aan gebrekkige criteria voor het stellen van de juiste doelen. Daarmee dreigt ze tegelijk speelbal te worden van lobby-groepen, die elk vanuit hun eigen belang de uitkomst van het politieke proces proberen te beïnvloeden. Maar al te vaak is het belang van de belastingbetaler (de eerlijke afweging van maatschappelijke kosten en baten) in het lobby-proces slecht vertegenwoordigd.''

Dat mag ook de pers zich aantrekken! Als daarenboven de fiscale expertise van het parlement in relatie tot het budgettaire beslag zeer pover is, wordt aan de fiscale beleidsmakers een groter speelveld gegund dan democratisch gezien gezond is. Daarmee wens ik beslist geen afbreuk te doen aan het fiscale vakmanschap en de politieke behendigheid van onze huidige staatssecretaris van Financiën. Mijn waardering daarvoor is, zoals insiders kunnen weten, oprecht. Maar het is de taak van de pers de beleidsmakers te bevragen en inzicht te verschaffen in de Haagse belangenmakelaardij. Hij fungeert als poortwachter tegen zelfgenoegzame bestuurlijke arrogantie.

NRC-Handelsblad heeft op deze plaats via de fiscale columns van Aertjan Grotenhuis, als een van de weinige kranten, die taak vervuld. Grotenhuis is erin geslaagd het van nature nogal gesloten fiscale wereldje toegankelijk te maken voor de buitenwacht. Dat zijn bijdragen bij de 'Prijs voor de dagbladjournalistiek 1996' een eervolle vermelding kregen, is een opmerkelijke onderscheiding. Nu hij op basis van een stipendium, hem onlangs uitgereikt door prins Claus, afreist naar Duitsland voor de algemene berichtgeving, houdt de vertrouwde en unieke fiscale column in NRC-Handelsblad weer op te bestaan. Jammer dat er geen jonge fiscale journalist in de startblokken staat om deze estafettestaf over te nemen. En dat in een tijd waarin we bezig zijn met de meest ambitieuze belastingoperatie sinds de invoering van de inkomstenbelasting....

Prof.dr. L.G.M. Stevens is hoogleraar fiscale economie Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn gastcolumn is de laatste aflevering van Aertjan Grotenhuis' slotserie van belastingcolumns.