Burenruzies

Zelden komt het voor dat ik alles weet wat ik wil. Bij Buren van Frans Bromet is dat meestal het geval. En dat komt door zijn zuigende vragen. Met de camera op de schouder confronteert hij de ene buur met de kritiek van de ander. ,,U schreeuwt er maar op los?'' vraagt hij aan de leden van een tennisclub die burengerucht zouden veroorzaken. ,,Nee, het is gewoon spelvreugde'' antwoorden ze. De klagende buur blijkt terug te roepen en zijn muziek hard aan te zetten. ,,,U zet wel eens de muziek hard aan als ze een toernooi hebben?'' vraagt hij dan. ,,We hebben in de stal altijd barokmuziek uit een transistorradiootje. Daar worden de paarden rustig van'' is het antwoord. Maar de tennissers vloeken wel eens, klaagt hij. Brommet gaat dan weer naar de tennisclub: ,,Mag ik u vragen, vloekt u wel eens?''

Zo gaat hij heen en weer als tv-bemiddelaar om alle klachten tot de bodem uit te zoeken. Meestal is het vruchteloos. Bijna de helft van de Nederlanders heeft burenruzies. En het gaat meestal niet om de klachten zelf. Meestal hebben de mensen ooit besloten dat ze zich gaan ergeren aan een bepaald gedrag of geluid en dan ontstaat een spiraal. Niets helpt, behalve verhuizing van een van beiden. Procedures worden aangespannen. De rechtbank, de Raad van State, de gemeente, het helpt niets, de vete blijft. Gisteren ging het over een bioloog in het landelijke Breukeleveen die ten strijde trok tegen een naburig aannemersbedrijf dat met bouwlawaai moerasvogeltjes zouden verstoren. De aannemer moest naar een industrieterrein, vond de bioloog.

Volgende week de 75ste en laatste burenruzie. Dan gaan Bromet en zijn dochters medefirmanten wat anders doen. Dat vind ik jammer maar wel begrijpelijk. Maar over een jaar zou ik ze wel weer missen. Er bestaat nu een nieuw documentairegenre, dat van de verslaggever met de camera op de schouder. Het is niet alleen goedkoop, maar het heeft ook vormvoordelen. De geïnterviewde kijkt direct in het beeld, de huiskamer in. Zo'n pratende lens went kennelijk, want de geïnterviewde stort net zo goed zijn hart uit. Al was het maar om zijn buur te pesten of om woedend te reageren op een beschuldiging van de andere kant van de heg. Wat dat betreft lijkt Buren op Jerry Springer maar dan gepaster. De mensen mogen rustig uitleggen wat hun bezielt en ik als kijker trek mijn conclusies. Soms is een buur duidelijk de querulant, een andere keer is er voor beiden wat te zeggen.

In een Volkskrant-interview haalde Bromet uit naar andere documentairemakers die de kijker zouden belazeren. Toch heeft dit directe schoudergenre zijn beperkingen. Het levert scherpe portretten op uit het dagelijkse leven, maar meer niet. Voor een conflict over ontgrinding in Limburg was deze hoogwaardige vorm van reality tv te weinig. Een ontgrindingsbedrijf wilde een enorme groeve pal naast iemands tuin. Het was een te grote kwestie voor om-en-om-gesprekjes. Ontgrinding heeft een lange politieke en maatschappelijke geschiedenis in Limburg. Ik wens dan meer duiding en context, kunstmatig of niet. Dat geldt ook voor de serie Veldpost Europa met portretten van de onderklasse. Waarom kan dat nou niet zoals die prachtige documentaire over de Oostzee afgelopen zondag met feitelijk samenvattend commentaar? Maar ja, te weinig artistiek.

Duiding kreeg ik gisteren ruim bij de Koerdencrisis. Ervoor opgebleven ben ik niet, maar het Journaal wel. Dat volgde de hele nacht de ontknoping van de gijzeling in de Griekse ambassade. Om half één zag ik nog een bulletin van de wakkere verslaggever ter plekke toen de ME'ers rond de Griekse ambassade zich in beweging zetten.

Parijzenaar Philip Freriks had een correspondent van Le Monde in Istanbul gecharterd en ik verheugde me op een Franse ondervraging. Wel flauw nou toch. Ze hield het bij Engels. Een echte Nederlandse tv-correspondent wordt steeds harder nodig daar. Verder brachten de actualiteitenrubrieken Nova en Netwerk en B&W achtergronden van de crisis. Terecht, dacht ik.