Vaders worden niet vermoord door brave zonen

`Hier gaat het over in de cultuur, de komende jaren' is de titel van een reeks van vijf publieke debatten. Nieuw cultuurbeleid wordt voorbereid door denken en spreken over grote thema's. In aflevering 2 ging het over generaties: waar blijft de strijd tussen gevestigden en nieuwkomers?

Lennart Booij (28) en Erik van Bruggen (30), kandidaat-partijvoorzitters van de PvdA, zijn geen vadermoordenaars. Ze koesteren de minzame instemming van hun politieke voorgangers, van revolutie willen ze niets weten. Ideologische standpunten zijn aan hen niet besteed, zoals gisteren in deze krant te lezen viel. Conflicten evenmin: ,,Als er onenigheid is, dan bespreek je dat met elkaar'', aldus Booij. Van Mierlo is amper van het politieke toneel verdwenen, en de reïncarnatie van zijn kleurloze pragmatisme treedt reeds uit de coulissen.

Politiek en kunst hebben veel met elkaar gemeen, zo bleek tijdens de tweede avond in de reeks `Hier gaat het over'. Ook in de kunsten wordt de generatie van '68, door revolutie in het pluche beland en sindsdien niet meer opgestapt, niet bepaald belaagd door de huidige twintigers en dertigers. Omverwerpen van het bestaande is geen doel van de nieuwkomers, liever verwerven ze in stilte, nuchter en pragmatisch, hun eigen plek. Journalist John Jansen van Galen citeerde twee jonge theatermakers: hoe harder de vaders roepen dat ze vermoord willen worden, hoe minder zin de zonen daarin hebben. Oscar van Woensel van toneelgroep Dood Paard hoeft Jan Joris Lamers van Maatschappij Discordia niet van het podium te jagen, zoals Lamers dat als 26-jarige in 1968 deed met zijn voorgangers. Rijnders, Boermans, Simons, ze mogen blijven van de jonge garde. En als het op is, zoals bij Leonard Frank in Arnhem, dan stapt zo'n artistiek leider zelf wel op.

Jansen van Galen vergeleek het huidige kunstbestel met het poldermodel. Niet toevallig gedijen juist Limburgers uitstekend in de corporatistisch getinte jungle van adviescommissies, waarvan de leden elkaar overal tegenkomen en elke plooi bij voorbaat glad strijken. Prima systeem, want nooit gedonderjaag, maar beter voor het bewaren van de status quo dan voor het doorvoeren van vernieuwing, aldus Jansen van Galen. Te veel democratie staat anarchie in de weg. De '60-ers – geboren in de oorlog, 26 in 1968, nu in de vijftig, met veertigers op sleeptouw – zijn gek op commissies, maar ze beseffen niet dat twintigers en dertigers lak hebben aan beleidsstructuren en overal dwars doorheen lopen. Zelfs de vergrijzing onder cultuurbestuurders wordt bestreden met een nieuwe commissie (voorzitter Melle Daamen is met zijn 39 jaar zonder twijfel de jongste representant van de '60-ers-mentaliteit), maar jonge kunstenaars zitten eerder te wachten op faciliteiten dan op rapporten en voornemens.

Het streven naar een combinatie van vernieuwing en toegankelijkheid, zoals bepleit door staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur, bestempelde Jansen van Galen als een erfenis van de '60-ers. Blind ontzag voor `echte' kunst enerzijds (,,We begrepen niets van Antonioni, maar dat durfden we elkaar niet te zeggen'') en ideologische overtuiging anderzijds (,,Ook in Oost-Groningen hebben ze recht op Hamlet'') werken nog steeds door en houden het kunstbeleid gevangen in een paradox. Volgens de overheid moet kunst vernieuwend zijn, maar tegelijk een breed publiek trekken. Jansen van Galen bepleitte een keuze voor bepaalde criteria – kwaliteit bijvoorbeeld, om maar wat geks te noemen - in plaats van het huidige sparen van kool en geit.

Ondanks zijn leeftijd bleek de spreker te veel affiniteit te hebben met de jonge garde om door de drie co-referenten, vertegenwoordigers van literatuur, theater en film, weersproken te kunnen worden.

Toen voorzitter René Boomkens de avond wilde besluiten met de conclusie dat de nieuwe generatie niet bestaat, kwam er toch nog enig verzet uit de zaal. Iemand van de `cultuurwerkgroep van Niet Nix' - welke ideologie gaat daar achter schuil? - betichtte alle aanwezigen van `babyboom-denken'. Wij bestaan wel, maar jullie zien ons niet! Boomkens corrigeerde: de nieuwe generatie bestaat wel, maar niet als collectief. En dus is ze onzichtbaar.

    • Mark Duursma