Strijd om euro verzandt in de loopgraven

De vliegende start van de euro in januari is een duikvlucht geworden. En tussen de politiek en de centrale bankiers in Frankfurt. laait de strijd op.

Het had het jaar moeten worden waarin de Europese economie het voor het eerst sinds 1991 weer beter zou doen dan de Amerikaanse, het jaar waarin de werkloosheid eindelijk structureel zou dalen en het jaar waarin de ene Europese munt, de euro, zich na zijn lancering snel zou vestigen als een volwaardige tegenhanger van de dollar.

In plaats daarvan dreigt al kort na de start van de Economische en Monetaire Unie op 1 januari een loopgravenoorlog tussen de Europese Centrale Bank (ECB), die waakt over de waarde van de euro, en de Europese politiek waarvoor de hoge werkloosheid prioriteit is. De ironie wil dat het front op dit moment in Duitsland ligt, dat in de aanloop naar de muntunie juist de onafhankelijkheid van de ECB stevig heeft verankerd en zichzelf en andere euro-landen een knellend begrotingsbeleid heeft opgelegd met het Stabiliteitspact.

Anderhalve maand geleden gingen vrijwel alle analisten er nog van uit dat de economische groei in Euroland, het gebied waarin de euro is ingevoerd, rond of iets boven de 2 procent zou bedragen in 1999, terwijl voor de Verenigde Staten een scherpe terugval van de groei werd voorzien. Maar een stroom van gegevens over het vierde kwartaal van vorig jaar heeft dat beeld dramatisch omgekeerd: als de economische groei van kwartaal op kwartaal wordt doorberekend op jaarbasis, dan zat de Amerikaanse economie op een groeitempo van 5,6 procent en is op volle stoom het eerste kwartaal van 1999 ingegaan. In Euroland daarentegen haperde de economie in het vierde kwartaal, en de verwachting is dat er nulgroei of een heel bescheiden groei uit zal komen. Invloedrijke banken als Morgan Stanley gaan voor 1999 al weer uit van een Amerikaanse economische groei van 3,5 procent - hoewel die visie wel tot de extreme behoort. Euroland start dit jaar juist uiterst zwak.

De gevolgen van deze omslag zijn groot: onder invloed van een scherp stijgende rente op de Japanse kapitaalmarkt zijn overal in het Westen de rentes op langlopende leningen meegestegen. Maar in de VS is dat veel sneller gebeurd dan in Euroland, hetgeen het grotere momentum van de Amerikaanse economie weerspiegelt. Bovendien is de verwachting dat Amerikaanse centrale banken hun officiële rentetarief zouden laten dalen in rook opgegaan. Omdat aanvankelijk juist een lagere Amerikaanse rente, en een per saldo gelijkblijvende Europese rente in de wisselkoers van euro en dollar was ingecalculeerd, had de dollar aan waarde moeten verliezen tegenover de euro. Maar een tegengestelde rentebeweging wordt nu op de valutamarkt overwogen. De euro is, na een vliegende start in januari waarin de koers klom naar 1,18 dollar per euro, teruggezakt naar 1,12 dollar vanmorgen.

Die zwakke eurokoers is een complicatie voor het rentebeleid van de ECB. De bankiers verschansen zich in hun loopgraaf achter vier bedreigingen voor de prijsstabiliteit in Euroland: de begrotingsdiscipline van de euro-landen dreigt in 1999 te verslappen. Er worden te weinig structurele maatregelen genomen om de arbeidsmarkt beter te laten functioneren waardoor er sneller dan nodig een loon-prijsspiraal ontstaat. De loonstijging in 1999 baart zorgen. En, informeel, de verzwakking de euro is te snel gegaan.

De ironie wil dat deze argumenten met name in Duitsland spelen. Vanuit zijn loopgraaf draaide de Duitse minister van Financiën, Lafontaine, vorige week de zaken om: als de ECB niet over de brug komt met een verlaging van de rente, dan rest de euro-regeringen weinig anders dan de vraag te stimuleren door hun tekorten op te laten lopen. Op het gebied van de flexibilisering van de arbeidsmarkt zijn de inspanningen onder de rood-groene coalitie-Schröder tot stilstand gekomen. De machtige Duitse metaalvakbond IG Metall dreigt met stakingen als de werkgevers niet een heel eind tegemoet komen aan een looneis van 6,5 procent. Veruit de grootste reële loonstijgingen in Euroland worden voor 1999 dan ook in Duitsland verwacht. En op wisselkoersgebied ligt er nog altijd het Duits-Frans-Japanse plan voor een wisselkoerssysteem tussen dollar, euro en yen - hetgeen de ECB en overigens ook de Amerikaanse regering een gruwel is.

In de loop van deze week zullen veel van deze strijdpunten aan de orde komen. Morgennacht loopt een ultimatum van IG Metall af, waarna er landelijke stakingen dreigen als niet voldoende aan de looneisen tegemoet is gekomen. Donderdag zit Lafontaine in het kader van het Duitse voorzitterschap van de EU aan bij de tweewekelijkse vergadering van de Europese Centrale Bank, die alleen daarom al een renteverlaging uit de weg zou kunnen gaan. En het wisselkoersplan zal dit weekeinde ter sprake komen in de ontmoeting van de ministers van Financiën en de centrale bankiers van de zeven grootste industrielanden, de G7. Lafontaine is voorzitter.

Ondanks de politieke loopgravenoorlog, moet de oplossing vooral komen uit de economie zelf. E. van der Gulik van de zakenbank J.P. Morgan verwacht dat in de tweede helft van dit jaar de balans van de economische groei alsnog omslaat in Europees voordeel en Amerikaans nadeel - hoewel volgens ramingen van de bank voor geheel 1999 de Amerikaanse groei toch bijna een procent hoger zal zijn dan die van Euroland. De koers van de euro zal tegen die tijd oplopen naar 1,30 dollar in december. L. Daalder van Rabo International blijft bij het basis-scenario voor dollar-pessimisten, waarin de noodzaak van buitenlandse financiering van het stijgende Amerikaanse tekort op de betalingsbalans moet leiden tot een zwakkere dollar die immers aantrekkelijk moet blijven voor beleggers. Al blijft het de vraag of een sterkere euro in loop van 1999 de weerspiegeling zal zijn van Europa's herwonnen vitaliteit, of de grotere zwakte van de dollar.