Sacra anorexia

Het is elke week wel ergens carnaval. Voetbalinterlands, schaatswedstrijden en vrijgezellenfeesten hebben een carnavaleske sfeer en de traditionele vastenavondtractaties als broeders, worstenbroodjes en nonnevotten zijn het hele jaar verkrijgbaar. De vasten, daar merk je weer veel minder van. Wel de lusten, maar niet de vasten.

Handig koppelden ooit de kerkvaders heidense lentefeesten aan de veertigdagentijd van vasten, boetedoening en bezinning. Aan de start van de vasten gingen zes `vette dagen' vooraf. De kerk moedigde de gelovigen aan de vreugden van de vastenavond te ondergaan om zich daarna gewillig te laten onderwerpen aan de tucht van de vasten. Paus Martinus IV hield de gelovigen voor `enkele dagen vastenavond te houden en vrolijk te zijn'. De zes vette dagen werden uiteindelijk driehonderdvijfenzestig vette dagen en de vasten ging teloor. De Nederlandse katholieke kerkprovincie kent sinds 1967 alleen Aswoensdag en Goede Vrijdag als vasten- en onthoudingsdagen. De carnavalsdagen en de eerste dagen van de vasten heten tegenwoordig `krokusvakantie'. We zijn weer bij het heidens lentefeest beland.

In de nadagen van het rijke roomse leven heb ik als kind nog een paar jaar een vastentrommeltje gehad. Het was de bedoeling om daarin tijdens de vastentijd aangeboden snoepjes en koekjes te bewaren tot Palmzondag. Dan ging het snoepgoed als versiering van de palmpasentak naar zieken- en bejaardenhuizen. Het trommeltje beheerste mijn gedachten. Droombeelden dienden zich aan, mijn trommeltje zou te klein zijn voor de enorme hoeveelheden snoepgoed die ik me zou weten te ontzeggen. De eerste paar dagen wilde het nog wel lukken, maar daarna begon het oprekken van de regels. Dan ging niet de hele lekkernij in de trommel, maar de helft. En ook de helft was een rekbaar begrip. Al snel dreigde de inhoud van het trommeltje een blamage voor de palmpasentak te worden, die alleen te voorkomen was door de plakkerige massa van het half opgegeten snoepgoed alsnog naar binnen te werken. Voor het vastentrommeltje bleek ik niet in de wieg gelegd.

De ervaringen van de jonge gelovige blijken soms aardig overeen te komen met die van de volwassenen. Ook de rijpere vasters hebben door de eeuwen heen de grenzen van de voorschriften verkend. Zo beschouwde men ooit alles wat in, op en om het water leefde – zoals eenden, bevers en kikkers – voor het eetgemak als vis. Dat gaf wat meer mogelijkheden voor het menu op de onthoudingsdagen als het genot van vlees en vleesnat was verboden.

Niettemin bereikten sommigen grote hoogten in de kunst van het vasten, vooral vrouwen konden er wat van. Rudolph Bell onderzocht de levensbeschrijvingen van dertiende-eeuwse vrouwelijke heiligen, zaligen, eerwaardigen en dienaressen van God. Velen van hen hongerden zichzelf uit in het streven naar heiligheid, overigens tegen de wil van de kerkelijke autoriteiten. Bell noemt het verschijnsel `sacra anorexia'. Treffend zijn immers de overeenkomsten met de twintigste-eeuwse jonge vrouwen die lijden aan anorexia nervosa. Zij streven geen heiligheid maar – bijna even onbereikbaar – slankheid na en verliezen daarbij ook de relatie tussen doel en middel uit het oog. De staat van uithongering wekt hallucinaties van voedsel op, in de Middeleeuwen voor hemelse visioenen aangezien. Zo ontstond het beeld van de hemel als culinair paradijs.

Zijn er, behalve paters en nonnen wier dagelijks werk het is, nog vasters in de christelijke cultuur van onze dagen? Beschouwen we de aanhangers van Atkins of Montignac en de volgers van de sapvastenkuur en andere diëten als zodanig, dan zijn er heel wat jojo-vasters. Maar net als de reinigers en ontslakkers zijn ze gefixeerd op het lichamelijke. Daarom tellen ze eigenlijk niet mee. Pleitbezorgers voor het echte vasten zijn tegenwoordig te vinden in de reeks `Holistisch Welzijn' of op het `Global Prayer Network'. De rechtgeaarde vaster maakt, door zich te beperken in eten en drinken, ruimte voor het opnemen van geestelijk voedsel en staat open voor gebed, bezinning en meditatie. Voor de jojo-vaster is dat het grote raadsel. Want zoals elke ervaren slankelijner weet, nooit denk je zoveel aan eten, als wanneer je niet eet. Het vastentrommeltje blijft de gedachten beheersen.