Race naar bodem van de schatkist

De effectieve belastingdruk in de landen van de Europese Unie varieert enorm. En de manier waarop belasting wordt geheven of kwijtgescholden blijkt een lappendeken. Europese coördinatie wordt moeilijk.

Stapels ordners in kartonnen dozen zijn gisteren met een steekwagen in Brussel verspreid onder afgevaardigden van de lidstaten van de Europese Unie (EU) en de euro-commissarissen Van Miert en Monti. De pakken papier met tabellen, grafieken en onnavolgbare formules, die vandaag ook naar de Tweede Kamer in Den Haag gaan, illustreren hoeveel verschillende belastingregimes en speciale fiscale regelingen voor ondernemingen de landen in de EU tellen.

Staatssecretaris Willem Vermeend (Financiën) heeft de belastingsadviesbureaus PricewaterhouseCoopers en BakerMcKenzie laten uitzoeken hoeveel ondernemingen in de verschillende EU-landen in de praktijk betalen aan belasting. Het is waarschijnlijk het meest omvangrijke onderzoek naar de belastingdruk voor bedrijven in de EU dat ooit is uitgevoerd. Met deze papieren bom in Brussel hoopt Vermeend de huidige discussie over de fiscale regelingen in Europa in een voor Nederland gunstige richting bij te sturen.

De EU-landen zijn verwikkeld in wat genoemd wordt ,,de race naar de bodem van de schatkist'' in de internationale concurrentieslag om investeringen. Bij het lokken van bedrijven proberen de landen elkaar de loef af te steken met fiscale faciliteiten. De concurrentieslag is de laatste jaren verhevigd door de informatietechnologie die het bedrijven mogelijk maakt om zich in land A te vestigen en in land B zaken te doen en door de komst van de euro, die de onderlinge vergelijking makkelijker maakt. De euro heeft bovendien de muntdevaluaties onmogelijk gemaakt, zodat alleen arbeidsmarktbeleid en belastingen als concurrentiemiddelen zijn overgebleven.

In het besef bezig te zijn de belastinginkomsten uit te hollen, probeert de EU de belastingregimes meer op elkaar af te stemmen. `Belastingharmonisatie' wordt gezien als politiek onhaalbaar, maar `belasting-coördinatie' is wel het streven. Een werkgroep onder leiding van de Britse onderminister Dawn Primarolo heeft inmiddels tachtig zogeheten `schadelijke' belastingmaatregelen in kaart gebracht. EU-landen hebben elkaars regelingen, die zij beschouwen als concurrentievervalsend, bij Primarolo `verklikt'. Nederland blijkt op deze lijst met negen regelingen – ondermeer de concernfinanciering – te behoren tot de `koplopers', vlak achter Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Portugal (elk tien stuks).

Vermeend, die ook in de werkgroep zit, heeft op de valreep nog eens 96 belastingregelingen van andere landen aangemeld, die in het augustus vorig jaar begonnen onderzoek zijn opgedoken. De Nederlandse staatssecretaris vindt de inventarisatie van de regelingen echter veel te beperkt, omdat zogeheten `generieke' maatregelen buiten schot blijven. Zo heeft Ierland zijn Unie-genoten geschokt door een paar regelingen af te schaffen in ruil voor een verlaging van de vennootschapsbelasting tot 12,5 procent (Nederland: 35 procent). Denemarken heeft vergelijkbare plannen.

De discussie moet wat Vermeend betreft dan ook gaan over de `effectieve belastingdruk' voor ondernemingen in de verschillende EU-landen, want ,,tarieven blaffen wel maar bijten niet'' zoals een geliefde uitspraak van hem luidt. Om die reden heeft Vermeend de belastingsadviseurs dan ook gevraagd uit te zoeken wat ondernemingen werkelijk betalen aan belasting op arbeid, kapitaal en consumptie. Het onderzoek is per land gedaan door de lokale kantoren van de internationale belastingsadviesbureaus, waarbij dus Spaanse adviseurs in Spanje hebben gekeken ,,wat er mogelijk is''.

Op die manier zijn behalve de officiële belastingtarieven, ook talloze stimuleringsregelingen en zelfs officieuze onderhandelingsmogelijkheden op tafel gekomen. Zo kent Frankrijk 58 stimuleringsregelingen en is het volgens de rapporteurs altijd mogelijk om op het ministerie van Financiën te onderhandelen over de belastingafdracht. Spanje kent weer andere, vooral regionale stimuleringsregelingen voor ondernemingen, die niet eerder aan het licht zijn gekomen.

Uit de baaierd van gegevens worden twee zaken glashelder. Allereerst gebruiken alle vijftien lidstaten de belastingen om de economie te ordenen, of het nu gaat om milieuvriendelijke investeringen (Nederland) of om investeringen zonder meer (Griekenland bijvoorbeeld). Ten tweede lopen de manieren waarop de belasting wordt geheven of kwijtgescholden zo uiteen dat kan worden gesproken van een lappendeken. Mede daardoor zijn, afhankelijk van wat precies wordt gemeten, de verschillen in de effectieve lastendruk tussen de lidstaten enorm groot.

Zo is de belastingdruk voor bedrijven en aandeelhouders gezamenlijk in België nog geen 30 procent, terwijl in Spanje ruim 80 procent opgaat aan vennootschaps- en dividendbelasting. De belasting op kapitaal varieert in de EU van ongeveer nul procent tot bijna 30 procent.Het onderzoek wekt op het eerste gezicht de indruk dat de gehele belastingcoördinatie buitengewoon moeilijk zal worden. Vermeend lijkt met zijn onderzoek dan ook in eerste instantie tijd te kunnen winnen bij het gevecht om het behoud van de Nederlandse regelingen.