Pronk twijfelt over Tweede Maasvlakte

Het is een van de lastigste ruimtelijke problemen voor het kabinet: wel of geen Tweede Maasvlakte? Na een bezoek ter plaatse weet minister Pronk (VROM) het nog niet zeker.

Langs de uitgestrekte kades van de reusachtige container-terminal van ECT op de Maasvlakte ligt op deze druilerige maandagmiddag slechts een handvol schepen. ,,Ik vind het wat stil hier'', roept minister Pronk plagerig naar zijn gastheren van ECT, die nog liever vandaag dan morgen zouden beginnen met de aanleg van een Tweede Maasvlakte om in de toekomst nog meer containers te kunnen verwerken.

Op maandag is het altijd rustig op de terminal, legt de ECT-leiding de minister haastig uit. ,,U moet hier eens in het weekeinde komen, dan is het hier juist zeer druk.'' Volgens het containerbedrijf, dat gemiddeld 60.000 containers per week verwerkt, moet de politiek met de grootste spoed een besluit nemen over de aanleg van een Tweede Maasvlakte in zee naast de bestaande Maasvlakte.

,,Het is verontrustend te moeten constateren dat die sense of urgency in politiek Den Haag nog onvoldoende wordt gevoeld'', klaagde ECT vorige maand bij de presentatie van de jaarcijfers over 1998. Op uitnodiging van de Rotterdamse havenwethouder H. Simons kwam Pronk gisteren naar het Maasvlaktegebied om de situatie eens met eigen ogen te aanschouwen.

De aanleg van een Tweede Maasvlakte is nog zeer omstreden. Het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR) betoogt dat Rotterdam op den duur niet zonder nieuwe haventerreinen kan. Volgens het GHR zijn er rond het jaar 2020 minimaal 750 hectare extra nodig, in het bijzonder voor de verwerking van containers. Het Centraal Planbureau kwam echter vorig jaar tot de conclusie dat met 490 hectare volstaan kan worden. Veel milieu-organisaties en bewoners uit de gemeente Westvoorne vrezen dat de aanleg van zo'n nieuw terrein de fraaie natuur in de omgeving zal aantasten.

Hoewel de procedures voor het project wel in gang zijn gezet, heeft het kabinet nog geen definitief standpunt ingenomen.

Ook Pronk houdt zich daarover op de vlakte. Hij erkent dat er serieus moet worden gekeken naar de behoeftes van het bedrijfsleven, maar hij liet gisteren doorschemeren dat de noodzaak van de aanleg voor hem desondanks nog allerminst vaststaat. ,,Er bestaat nog weinig zekerheid over de toekomstige behoefte aan ruimte'', aldus Pronk. ,,Voor je gaat bouwen, moet dat eerst goed worden geschat.''

Bovendien is de minister zeer geïnteresseerd in mogelijkheden om reeds bestaande terreinen in de Rotterdamse haven doelmatiger te gebruiken, een praktijk die wordt aangeduid met `inbreiden'. Daarnaast wil hij nader onderzocht zien of er geen mogelijkheden bestaan om eerst de al beschikbare extra capaciteit in de havengebieden van Vlissingen en Terneuzen te benutten, alvorens weer voor de kust aan het bouwen te slaan.

Dat laatste wordt ook krachtig bepleit door de lokale milieubeweging, die zich heeft verenigd in de organisatie Consept. Die zou graag zien dat de havenactiviteiten en industrie zich beperken tot een hoefijzervormige ring, die loopt van de Rijnmond via de Moerdijk naar Vlissingen en Terneuzen. Daartussen zou een blauw-groen hart moeten blijven met de Hoeksche Waard, het Haringvliet, de Grevelingen en de Oosterschelde.

Een belangrijke vraag, waarop het antwoord nog niet vaststaat, is wat de beste benadering is voor een eventuele Tweede Maasvlakte: kan er voor min of meer hetzelfde geld beter in één keer een grote zeewering worden gebouwd – waarbinnen je dan later al dan niet haventerreinen aanlegt – of kan dat ook gebeuren in verschillende fases, zodat je de gevolgen voor het landschap althans in eerste instantie beperkt houdt?

Een consortium, bestaande uit Ballast Nedam, ING en ECT is sterk voor de eerste variant. In november presenteerde het een plan voor een binnenmeer bij de huidige Maasvlakte, waarbinnen later naar believen bedrijfsterreinen kunnen worden aangelegd. Maar Pronk maakte gisteren duidelijk dat hij eerst nog wel eens bewezen wil zien dat dit ook financieel gezien de aantrekkelijkste optie is, zoals het consortium zegt.