Morse leeft

Het artikel over morse (NRC Handelsblad, 2 februari) bevat twee onjuistheden. Ten eerste is morse anders dan het tweetallige systeem van moderne computers een driewaardig systeem: stip, streep en rust. Dit komt omdat het `einde' van elk symbool ook een waarde (rust) moet hebben. Ten tweede is morse niet dood. Een langzaam toenemend aantal mensen ontdekt de grote waarde die morse kan hebben voor mensen met een communicatiehandicap. Sommige mensen die door een ziekte én niet meer kunnen spreken én geen toetsenbord meer kunnen bedienen kunnen door morse, al dan niet met tussenkomst van computerspraak, nog met de buitenwereld contact onderhouden. Alle toetsen kunnen gebruikt worden, ook de muis, een standaard is in de maak, software is beschikbaar die een-, twee- en drietoets morse ondersteunt.

Morse is aanzienlijk sneller dan het alternatief (letterscannen) en er zijn zelfs mensen die er ondanks een dwarslaesie hun brood mee verdienen. Men zegt wel dat de code bij langdurig gebruik geen aandacht meer vraagt en geheel onbewust wordt. De kracht van het morsesysteem blijkt wel uit de snelheid die ermee mogelijk is. Ervaren telegrafisten haalden voorheen snelheden van 45 woorden per minuut en kregen daarvan indertijd wel eens een `telegrafistenarm'. Een probleem was dat voor de komst van de computer met dergelijke snelheden foutloos afluisteren van radiosignalen jarenlange training vereist. Tot slot wil ik graag vermelden dat het morsesysteem mede door de rooksignalen van Amerikaanse indianen geïnspireerd werd.