Kraamkamer

Nu eens even de andere kant. Stel, ik ben een jongen uit München. We zijn helemaal gekgemaakt met Germaanse propaganda, de korte training was een avontuur in onze wereld van zekerheden, en daar komen we met drieduizend studenten, want niemand wil dit missen. De onzen hebben dankzij de `Dikke Bertha' de forten van Luik veroverd, ze hebben Antwerpen ingenomen en nu marcheren we in de nacht op de Engelsen bij Ieper af. Ik citeer één van hen: `Als de dag zich uit de nevels begint te vormen sist plotseling een ijzeren groet over onze hoofden en slaat in met een scherpe knal, terwijl de natte grond omhoogspettert. Maar voordat de kleine wolk is opgetrokken dreunt uit tweehonderd kelen de eerste bode van de dood een `hoera' tegemoet.' Als het vervolgens begint te knetteren en te dreunen begint, aldus de auteur, A. Hitler, iedereen te zingen - wat ik in dit geval wel van hem aanneem, want die Münchener studenten waren er gek genoeg voor.

De Engelse troepen waren professioneel en ervaren. De drieduizend want bijna niemand overleefde liggen nu op een apart gedeelte van het Duitse oorlogskerkhof, omringd door de namen van hun studentenclubs. Hitler raakte later alleen gewond, naar men zegt in een hobbelig bosje hier in de buurt, waar nog altijd de vage resten van loopgraven zichtbaar zijn. Achteraf zou men spreken van de `Kindermord' van Ieper, en Langemark werd wel `de kraamkamer van de Tweede Wereldoorlog' genoemd. Op de dodenlijst van dit kerkhof had tussen Hirsch, von, Erich en Hoch, Bruno inderdaad makkelijk nog een andere naam kunnen staan.