Korfbalcoach is folklore bij Blauw Wit zat

Helemaal voor niets reisde Jaap Lenstra drie keer per week van Groningen naar Amsterdam om korfbalclub Blauw Wit te coachen. Tot hij vorige week de strijd opgaf met ,,pseudovedetten die denken dat ze topsporters zijn, terwijl geen enkele korfballer dat is''.

Keurig ontving hij gisteravond de bestuursleden van korfbalclub Blauw Wit in zijn drankgroothandel in Groningen, want door rancune heeft Jaap Lenstra zich nimmer laten leiden. Over de financiële afwikkeling van zijn contract hoefde de 57-jarige Groninger niet te praten, want Lenstra ontving geen stuiver voor zijn diensten. ,,Anders had ik nu wellicht vanwege de centen moeten blijven bij Blauw Wit'', vertelt Lenstra. ,,Ik kwam dus gratis drie keer per week vanuit Groningen naar Amsterdam, omdat ik van deze sport houd. Maar dan wil ik niet worden geconfronteerd met spelers die een training afzeggen vanwege een pijnlijke teen. Zijn ze helemaal gek?''

In het begin van de jaren negentig had de markante trainer veel succes bij de Amsterdamse hoofdklasser, die hij zelfs naar de zaalfinale in Ahoy' loodste. Nu strijdt Blauw Wit tegen degradatie. ,,Omdat bij deze club pseudovedetten domineren die ten onrechte menen dat ze topsporters zijn'', luidt het harde oordeel van Lenstra. Hij had de spelers bij Blauw Wit nog zo gewaarschuwd. ,,Wie het waagt tijdens de competitie met wintersportvakantie te gaan, is er hoogstpersoonlijk voor verantwoordelijk dat Blauw Wit een nieuwe trainer moet zoeken. En toch gebeurde dat. Deze club gaat ook gebukt onder nostalgie. Vedetten als Rob Middelhoek en Erwin Dik zijn allang vertrokken. Toch verlangt Blauw Wit naar spelers die het niet kon waarderen toen ze hier nog speelden. Het is net als met de broertjes De Boer bij Ajax. Eerst moesten ze oprotten en nu vindt elke Amsterdammer het vreselijk dat ze bij Barcelona voetballen.''

Graag mag Lenstra de draak steken met het misplaatste superioriteitsgevoel van de Amsterdammer. Hij hoeft alleen maar naar de stand te wijzen in de hoofdklasse zaalkorfbal. ,,Amsterdam stelt op sportgebied niets voor'', klinkt het uitdagend. ,,Amsterdam is met zijn 700.000 inwoners een dorp in Europa en toch denkt de Amsterdammer dat hij van een buitenstaander niets kan leren.'' Onbuigzaam is hij altijd geweest. ,,Blauw Wit wist dat het een trainer in huis haalde die nooit concessies doet. Ik ben blij voor de club dat ze zonder mij het belangrijke duel met Rohda hebben gewonnen, want ik had de helft van de ploeg niet opgesteld en desnoods invallers uit het derde team gehaald.''

Principieel is Lenstra ook. Werden de korfballers van SCO uitgelachen door de voetballers van FC Groningen? Lenstra meldde zich onmiddellijk in het Oosterpark om de spelers uit te dagen een conditietest af te leggen tegen de vrouwen uit zijn ploeg. De provocatie werd door de voetbalprofs wijselijk genegeerd. Tegelijkertijd wist Lenstra de status van zijn sport op waarde te schatten. Toen binnen het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond (KNKV) voorzichtig werd nagedacht over professionalisering bruskeerde de Groningse coach de korfbalelite met de vaststelling dat ,,ik als sponsor nog geen vijftig gulden in de korfbalsport zou willen stoppen, omdat het korfbal het bedrijfsleven niets heeft te bieden''.

Je hoeft Lenstra namelijk helemaal niet te overtuigen. ,,Natuurlijk is korfbal folklore'', zegt hij. ,,Maar tachtig procent van de topsport in Nederland is folklore. Ik kom er rond voor uit dat ik een softe jongen ben die graag met de meisjes een bal door de mand gooit. Wij zijn een leuke, gezellige familiesport, die jaarlijks een fantastische reünie organiseert in sportpaleis Ahoy' waar 9.000 mensen op afkomen. Maar hoe denk je dat de Oostenrijkers over ons denken als ze een stelletje mafkezen op de Wannsee zien schaatsen en dat een alternatieve Elfstedentocht noemen? Ik word niet moe van de vooroordelen over korfbal. Ik raak wel moedeloos van spelers bij Blauw Wit die denken dat ze topsporters zijn als ze twee keer per week trainen. Ik zou die gasten graag bij Nereus in een roeiboot willen zetten.''

Zo vastgeroest zijn de mores in zijn sport dat Lenstra meewarig glimlacht als hij verneemt dat Rohda-voorzitter George Kruse zich openlijk afvraagt waar drie keer trainen per week dan goed voor is. ,,Die man is stil blijven staan in de tijd. Blijkbaar vindt Rohda het niet erg opnieuw uit de hoofdklasse te degraderen. Maar het Amsterdamse korfbal holt zo wel achteruit. Het probleem is dat korfbal internationaal niets voorstelt. We krijgen geen enkele impuls van buitenaf en waarom zou je dan meer gaan trainen? Een topspeler als Taco Poelstra handhaaft zich in de hoofdklasse, terwijl hij vanwege een blessure vier weken niet kon trainen. Dat is de situatie in het Nederlandse korfbal.''

Die zal ook niet veranderen door korfballers te gaan betalen, denkt Lenstra. ,,Waarvan dan? Onderwijzers als Ben Crum (Deetos) en Jan-Sjouke van den Bos (PKC) lopen al jaren te gillen over onkostenvergoedingen voor het aantrekken van spelers. Alsof dat het korfbal een ander imago geeft. Flauwekul, het korfbal bezit geen cent. Wij moeten niet een te grote broek willen aantrekken. Topsport behoort nog steeds niet tot het cultuurgoed in Nederland. Staatssecretaris Vliegenthart is trots dat ze topsporters binnenkort een basisuitkering kan geven van 400 tot 600 gulden per week. Alsof een echte topsporter van dat bedrag kan rondkomen.''