Koel hoofd is van slag

Premier Kok heeft door de jaren heen een weerbestendige onverstoorbaarheid getoond die hem een onbetwiste reputatie van evenwichtig- en gelijkmatigheid heeft bezorgd. Een regeringsleider die nooit met deuren smijt, in de moeilijkste omstandigheden zijn hoofd koel houdt en altijd de zaken onder controle heeft. Maar in Koks harnas zijn de eerste haarscheurtjes bespeurd en zijn koelbloedigheid begint weervlekken te vertonen die de eerste tekenen van slijtage verraden.

Zijn vulkanische uitval naar de Volkskrant, die vorige week mededelingen uit een gesprek tussen koningin Beatrix en een groep leden van de Tweede Kamer publiceerde, is óf een symptoom van regeringsmoeheid óf van een onbeheersbare irritatie die hem onder invloed van stress parten speelt - of allebei. De grote woorden die hij op zijn wekelijkse persconferentie gebruikte waren aan het verkeerde adres bezorgd en stonden in geen enkele verhouding tot het gewicht van de kwestie. Kok deed het voorkomen alsof de Volkskrant Kamerleden tot een misdrijf had aangezet. Die suggestie is van elke grond ontbloot. De krant heeft bericht wat Kamerleden in vrijheid over hun contact met de koningin hebben losgelaten. Het betreft ontboezemingen van publieke ambtsdragers, vergaard op publiek terrein. Voor de pers is daarmee de kous af. Als premier Kok zulke indiscreties wil beteugelen en herhaling wil voorkomen, moet hij zich met de Kamer verstaan. Die moet in de eerste plaats de vraag beantwoorden of Kamerleden op het paleis wel iets te zoeken hebben en zo ja, voor zichzelf uitmaken of de condities van de vertrouwelijkheid geen nadere specificatie behoeven. Voor de meesten zal dat niet nodig zijn, maar voor sommigen wel. Als gasten van de koningin de gebruikelijke vertrouwelijkheid niet in acht nemen en uit de school klappen, is dat een inbreuk op een regel die ook in het gewone mensenverkeer geldt en waarvan schending ook daar als ontoelaatbaar wordt beschouwd. Maar dat wettigt noch razernij noch het uitroepen van de noodtoestand. Er is geen man overboord gevallen, er is geen staatsbelang gekrenkt en er is ook geen reden om moord en brand te schreeuwen omdat de mening van de koningin over politieke kwesties in omloop is gekomen.

Het is al eerder gebleken dat premier Kok moeite heeft zijn kalmte te bewaren zodra de Kamer maar wijst naar de koningin en haar rol in de regering ter sprake brengt. Zo ook vrijdagavond toen hem op zijn wekelijkse persconferentie gevraagd werd of de uitspraken die in de Volkskrant aan de koningin waren toegeschreven door de ministeriële verantwoordelijkheid werden gedekt. Dat was een geldige vraag, waarvan premier Kok de geldigheid niet inzag. ,,Ik neem geen verantwoordelijkheid voor lekkages van Kamerleden. Ik ga die Kamerleden niet belonen met een premie door nu te reageren'', was zijn antwoord. Met die reactie miskende hij zowel de relevantie als de aard van de ministeriële verantwoordelijkheid voor uitspraken van de koningin. Dat is in overeenstemming met de politieke praktijk om slechts één dimensie aan deze doctrine te onderscheiden, maar er is wel degelijk nog een dimensie. De hoofdregel luidt dat de ministers verantwoordelijk zijn voor alles wat de koningin publiekelijk zegt, maar dat impliceert niet dat de koningin alles kan zeggen wat zij wil. In de boezem van de regering mag zij tegenover de ministers aan elke mening uiting geven, maar daarbuiten moet zij zich beperkingen opleggen. In geen geval mag zij standpunten uitdragen die ingaan tegen of afwijken van het regeringsbeleid. Zij moet het ministers dan ook mogelijk maken de koninklijke onschendbaarheid te beschermen. Dat is de complementaire regel waarop de regel van de ministeriële verantwoordelijkheid steunt: deze werkt niet alleen naar buiten (tussen ministers en parlement), maar ook naar binnen (tussen koningin en ministers).

De geciteerde koninklijke opvattingen over de beleidsterreinen van Justitie en Binnenlandse Zaken (bedenkingen tegen het referendum voor de gekozen burgemeester, bezorgdheid over het cellenoverschot en over de trage invoering van de pepper-spray) vallen alle drie binnen de categorie: afwijking regeringsbeleid. Zulke onderwerpen worden doorgaans niet op theekransjes besproken. Niemand heeft ook beweerd dat de gesprekken die de koningin - op haar initiatief - met de Kamerleden heeft gevoerd, theekransjes zijn. Dat verklaart ook een groot deel van de opwinding die zich van premier Kok meester heeft gemaakt. In plaats van kranten en Kamerleden de mantel uit te vegen, zou Kok er verstandig aan doen zijn coördinatie met het paleis nog wat te intensiveren en de opvattingen van de regeringsorganen binnen de kroon beter met elkaar in overeenstemming te brengen.

In het publieke woedevertoon van premier Kok wordt intussen een zeker emotioneel patroon zichtbaar. Twee jaar geleden verschoot Kok in het conflict tussen de minister van Justitie Sorgdrager en de procureur-generaal Docters van Leeuwen zijn kruit voordat de feiten over de ambtelijke `muiterij' die geen muiterij bleek te zijn, bekend waren. Zijn woede over de zogenaamde onthullingen van de parlementaire enquêtecommissie Bijlmerramp van vorige week had al even weinig basis: in plaats van de hand in eigen boezem te steken en zijn eigen verantwoordelijkheid te erkennen voor de falende inspanningen van zijn ministers om essentiële informatie over de ramp te achterhalen, koos hij ondergeschikte ambtenaren als kop van jut uit. Er was daarentegen alle reden geweest voor een orenwassing van de ministers van Verkeer en Waterstaat Jorritsma (oud) en Netelenbos (nieuw), niet voor uitbranders voor ambtenaren die niet aan zijn gezag onderworpen zijn. Die onbekookte uitspraken versterken de indruk van een vermoeid populisme en doen afbreuk aan een moeizaam verworven reputatie van bedaarde besluitvaardigheid. Misschien wordt het tijd een relatietherapeut in een van de nevenvertrekken van het Torentje achter de hand te houden.

    • Harry van Wijnen