Claim tegen topman Heino Krause

Zo'n honderdvijftig melkveehouders uit de buurt het Heino in de Achterhoek willen van het gerechtshof in Arnhem de uitspraak dat de voormalige directeur J. Sijtsema van zuivelcoöperatie Heino Krause jegens hen onrechtmatig heeft gehandeld en dus schadeplichtig is. De boeren zijn in hoger beroep gegaan van een uitspraak van de Arnhemse rechtbank, die eerder stelde dat leden van een coöperatie niet tegen hun eigen directeur kunnen procederen op grond van het zogeheten ABP/Poot-arrest.

Als het hof de boeren in het gelijk stelt, volgt een schade-procedure, waarbij mr. M.H.J. van den Horst, de Haagse advocate van de boeren van Sijtsema naar schatting veertig miljoen eist. Eerder heeft de strafrechter in Zwolle de ex-directeur al veroordeeld wegens valsheid in geschrifte.

De gedupeerde boeren kwamen in actie nadat in maart 1991 bleek dat Heino Krause over het voorgaande jaar een verlies had geleden van ongeveer 22 miljoen gulden. Dat kwam voor de leden zo onverwacht, dat zij gingen twijfelen aan de juistheid van de cijfers over de voorgaande jaren. Zij riepen de hulp in van de Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI), waarvan de Amsterdammer Pieter Lakeman voorzitter is.

Volgens de onderzoekers heeft Heino Krause tot 1985 op normale wijze de door de leden aangevoerde melk `verpoederd en verboterd'. In die jaren bleek het echter slecht te gaan met het bedrijf, waarvan de ledenvergadering in 1979 had besloten over te gaan op volledige nieuwbouw. Die zou uiteindelijk in 1987 voltooid zijn. Intussen was de door Brussel afgekondigde melkquotering echter van kracht, waardoor de hoeveelheid aangeleverde melk van 74 miljoen kilo in 1979 tot 69 miljoen kilo in 1987 was teruggelopen. De schuld bij de bank was mede door de nieuwbouw in die periode opgelopen van 419.000 gulden tot 24,2 miljoen gulden.

Uit het onderzoek is gebleken dat de sinds begin 1985 fungerende nieuwe directeur vanaf 1986 op steeds grotere schaal fraudeerde door melkpoeder aan te lengen met goedkope lactose. Vervolgens werd dit mengsel als onverdunde melkpoeder met subsidie van de EU naar landen buiten de gemeenschap geëxporteerd, vooral naar ontwikkelingslanden.

Van Nederlandse bedrijven afkomstige melk is zo rijk aan eiwit, dat ruim werd voldaan aan de minimum-eis van het Centraal Orgaan voor de Zuivelcontrole. De melkpoeder kan voor 8,5 procent met lactose worden verdund zonder beneden die minimum-eis te komen.

Vanaf 1986 is directeur Sijtsema melk en -melkpoeder bij gaan kopen, hoewel de melkprijs daar geen enkele aanleiding toe gaf. Die aankopen leidden in de jaren '86 tot '90 tot verliezen van bijna veertig miljoen gulden. Zij werden aanvankelijk gecompenseerd door de kostprijs van de melkpoeder laag te houden. Dat kon door het `versnijden' met lactose.

Toen begin 1989 de poederprijzen sterk begonnen te dalen, bleek Heino Krause vast te zitten aan zeer ongunstige contracten die het bedrijf verplichtten meer melk bij te kopen.

In 1991 wilde Heino Krause fuseren met Coberco en werd daarin geadviseerd door een accountant van Moret, Ernst & Young. Volgens de SOBI had deze accountant het bedrijf moeten adviseren faillissement aan te vragen, zodat de aangesloten leden vrij zouden zijn van `uittree-geld', ter grootte van vier procent van hun jaaromzet. Dat gebeurde niet.

Inmiddels hebben de boeren ook procedures lopen tegen het accountantskantoor, de voormalige bestuurders van Heino Krause en Coberco. Het hof Arnhem doet op 11 mei uitspraak in het beroep tegen ex-directeur Sijtsema.