`Broers Geboers': heftig drama met Gentse tongval

,,'n Niks zijt ge. Een luis.'' Dat de rechter dit tegen Marnix gezegd heeft, dat zit hem meer dwars dan zijn zojuist uitgezeten gevangenisstraf. ,,Mar-nix: gij zijt niks'', prevelt de vrijgelatene en de woede borrelt in hem op als een geest die uit de fles moet.

Marnix is een creatie van de Vlaamse schrijver Arne Sierens. De minderwaardigheidscomplexen, de frustraties en agressies van de mensen aan de onderkant kent Sierens van dichtbij. Hij groeide op in een verpauperde Gentse arbeiderswijk, vertelt hij in vraaggesprekken te pas en te onpas, en als iemand uit die wijk met klachten over bijvoorbeeld de huisbaas naar de rechtbank stapte, werd hij gegarandeerd voor schut gezet. En de ouderen gaven de armoede en de sociale onhandigheid en de nooit verwerkte vernederingen door aan de jongeren: dat merkte Arne Sierens toen hij laatst de wijkbewoners interviewde.

Bevindingen uit die interviews zijn terechtgekomen in De broers Geboers, een heftig drama in een sappige Gents-bargoense tongval. In de enscenering van Johan Dehollander speelt de reus Wim Opbrouck de getergde Marnix en tegenover hem staat de schriele Wim Willaert als Marnix' broer Ivan. Een komisch duo, gezien het fysieke verschil. Een tragisch duo, gezien de overeenkomst: ook Ivan heeft een dagtaak aan het mislukken. Hij is gestopt met school, slaapt lang uit en vertreuzelt de rest van zijn tijd met verkleedpartijen. Op de dag dat Marnix uit het cachot komt ziet hij zijn broertje dansen, met een roodgerokt kontje dat op Marnix precies zo'n effect heeft als een bloedige lap op een stier. Op de dag dat Marnix uit het cachot komt hoort hij dat ma in het ziekenhuis ligt, dat zijn ex een nieuwe vrijer heeft, dat het ouderlijk huis in puin is gereden door een vrachtwagen die uit de bocht vloog. Overbodig te vermelden dat Marnix eveneens uit de bocht vliegt: het is hem te veel van het slechte en bovendien heeft hij nooit iets anders gedaan dan uit de bocht vliegen, puin trappen, door het lint gaan en exploderen.

Het probleem van De broers Geboers is de voorspelbaarheid. Schrijver en regisseur laten de voorstelling met een explosie van emoties beginnen en hun brutale inzet overrompelt het publiek. Hoe verder? Met meer van hetzelfde, moeten de makers hebben gedacht. Ze zouden hun keuze kunnen verdedigen door te wijzen op de voorspelbaarheid van de levens van de mensen uit die verpauperde Gentse volkswijk. Wie in het getto geboren is, komt er doorgaans niet meer uit en het weinige dat er verandert is zelden een vooruitgang – dat soort redeneringen.

Alleen: theater ís de werkelijkheid niet. Theater is er niet voor het gewone maar voor het buitengewone. Dat Marnix en zijn broertje brokken maken is gewoon. Dat Marnix en zijn verwanten elkaar en vooral De Buitenlanders de schuld van alle ellende geven, ook dat is gewoon. Dat er snoeiharde muziek aan te pas komt en een bombardement van donkerslagen, luidruchtig acteerwerk en een lelijk, uit asbestplaten of iets dergelijks opgetrokken decor: ik kijk er niet van op. En ik had zo graag wél opgekeken. Wat me lukte bij de Sierens-stukken Bernadetje en Moeder en Kind. Misschien komen de teksten van Arne Sierens het best tot hun recht in de regies van Alain Platel: die maakt er vulgaire magie van. Johan Dehollander echter tilt de vulgariteit nergens op; hij blijft in plat realisme steken en het enige personage dat even ontroert, is de oma (de piepjonge actrice An Miller) met haar vertederde relaas over de finale misdaad gepleegd door de broertjes Geboers.

Voorstelling: De broers Geboers, van Arne Sierens, door Nieuwpoorttheater & Theater Zuidpool. Regie: Johan Dehollander. Decor: Guido Vrolix. Spel: Jakob Beks, Wim Opbrouck, Wim Willaert, An Miller, Didier De Neck. Gezien: Plaza Futura, Eindhoven. Van 16 t/m 19/2 in Rotterdamse Schouwburg. Inl. (010) 411 81 10. Tournee in Vlaanderen t/m 13/3 Inl. 0032 9 223 00 00.

    • Anneriek de Jong