Arsenal

Naar mijn particuliere smaak is het bijzonder aardig wat er jongstleden zaterdag op Highbury is gebeurd. Ik bedoel: na afloop. Arsene Wenger, de Franse coach van Arsenal, gaf daar in een grandioze opwelling van sportiviteit in een spontane reactie op de 2-1 overwinning van de Gunners op Sheffield United aan, ,,dat ik zo niet wil winnen''. Omdat de ongeschreven regel voorschrijft dat men bij een uit het veld trappen van de bal om een blessurebehandeling mogelijk te maken, niet van balbezit profiteert, maar de bal aan de tegenpartij teruggeeft. Arsenal deed dat niet, Hanou zette voor en Overmars scoorde. Hoho, riep Wenger, zo wil ik niet winnen. Gevolg: er wordt overgespeeld.

Ik vind dat Wenger een compliment verdient en ik prijs het bestuur van de Football Association dat het met dit magnifieke gebaar is akkoord gegaan. Want in wat voor tijd leven we? In een tijd van halen wat je halen kunt. Bovendien gaat het om cupvoetbal, dus één nederlaag en je ligt er uit. Geld speelt in een soms sinistere sfeer de hoofdrol en Arsenal wil toch wel heel dringend de Cup Final halen. Wie in Engeland niet? Dan trekt de ingooier (Parlour) zich niets van bovenstaande ongeschreven regel aan en gooit de bal naar een medespeler die Overmars aanspeelt. Dat kan toch geen vergissing zijn geweest maar moet onder de rubriek `boze opzet' worden ingevuld.

Nu verklaart Jan Mulder in de Volkskrant dat het met dat ingooien naar een tegenstander toch al hommeles was: nooit meer in de buurt van de plaats waar de geblesseerde lag, maar zo ver mogelijk van de eigen goal vandaan. Ik zal dat niet ontkennen, maar houd vol dat de tegenpartij in elk geval opzettelijk in balbezit werd gebracht en dat er overigens een spreekwoord bestaat dat zegt dat al te goed buurmans gek is. Breng vrijwillig niet je eigen ploeg in groot gevaar, maar verschaf de tegenstander wel het balbezit.

Verder zegt Mulder dat Wenger zogenaamd sportief was, omdat hij niet wenst dat Arsenal jarenlang op alle velden in Engeland zal worden uitgefloten. Het is sterk de vraag of dit gevaar er werkelijk in zat en overigens verzoek ik Jan Mulder om zich eens in de geschiedenis van Arsenal te verdiepen. Nooit was de club een toonbeeld van sportiviteit. Arsenal betekende al in de jaren dertig keihard, nuchter professionalisme. Men speelde zelden fraai, maar werd meermalen kampioen via op-de-rand-voetbal. Eindelijk toont de leiding een sympathieker instelling en weer is het niet goed!

Ik weet ook wel dat Wenger en de zijnen juridisch geen been hebben om op te staan. De vraag is wat belangrijker is: juridisch gelijk of een gevoel van wat sportief had moeten gebeuren. Het antwoord lijkt duidelijk. En als mijn vereerde ex-middenvoor J.M. dan vergelijkingen trekt met de 8-1 overwinning van Manchester United op Nottingham Forest en oppert dat Manchester die monsterzege niet had moeten accepteren en overspelen had dienen aan te bieden, dan zie ik een appel en een peer op Jans bordje liggen die hij met wanhopige moed met elkander vergelijkt. Het kan best zijn dat de keeper van Sheffield United de bal in de tribune gejaagd heeft omdat een van zijn spelers geblesseerd was en hij dus tijd wilde rekken. Maar wie kan dat bewijzen? Misschien heeft die doelman helemaal niets gedacht. Ook een afwezigheid van denken wordt wel bij sportmensen geconstateerd. Geen gedachten zijn altijd beter dan verkeerde gedachten.

    • Herman Kuiphof