Weg uit de linkse loopgraven

De oude garde van de PvdA kijkt met vaderlijke gevoelens naar twee snelle, goedgebekte jongens uit de Randstad, Erik van Bruggen en Lennart Booy. Zij willen samen voorzitter van de PvdA worden. Wat vinden zij van de sociaal-democratie en haar idealen?

De afdeling Amsterdam Oud-Zuid? Hebben ze daarom afgezegd? K. Beks, afgevaardigde uit Leeuwarden in het partijbestuur van de PvdA, schrikt als hij de campagne-agenda van Lennart Booij en Erik van Bruggen bekijkt. Dat is nou wat hij bedoelt als hij zegt dat hij de jonge kandidaten voor het voorzitterschap van de PvdA niet helemaal vertrouwt. Wekenlang was de PvdA in Leeuwarden bezig geweest met de organisatie van een cultuurdebat. Maar Booij en Van Bruggen kwamen niet. ,,Als het erop aankomt, is een handjevol leden in de Randstad voor hen toch belangrijker dan een provinciaal gewest'', zegt Beks.

Op de bewuste campagne-avond in Oud-Zuid praat Booij aan de bar even bij met oud-burgemeester Ed van Thijn, lid van de partij-afdeling in de Concertgebouwbuurt en aanhanger van het duo. Op de campagnewebsite van Booij & Van Bruggen knippert Van Thijns aanbeveling (,,ze kennen de partijgeschiedenis'') tussen die van prominenten als Ad Dunning (,,hun openheid is een voordeel''), Arnold Heertje (,,een creatief span'') en Maurice de Hond (,,de laatste kans voor overleving van de partij'').

Booij en Van Bruggen zijn hier in het `heartland' van de Randstedelijke partij-elite zichtbaar op hun gemak. Ze dragen vrijetijdskleding en geven vanachter de tafel waar zij hun verhaal doen, geruststellende knikjes naar bekenden op de eerste rij. Leeuwarden? Ze hebben nooit toegezegd dat ze daar zouden komen. Niet dat ze geen belangstelling hebben voor de provincie: ze zijn al zeven keer in Friesland geweest.

Voor nieuwlichters hebben Lennart Booij (28) en Erik Van Bruggen (30) snel carrière gemaakt. In vier jaar tijd schopten ze het van geschiedenisstudenten tot kansrijke kandidaten voor het voorzitterschap van de PVDA. Een goed betaalde functie als tegenspelers van fractieleider Ad Melkert en premier Wim Kok. Ze zeggen dat ze alles bereikten door ,,heel brutaal te zijn, niets te vragen en alles te doen''. Maar de reden voor hun succes is ook dat zij weten hoe je moet samenwerken met de ouderen op het pluche.

Afgelopen zaterdag konden de leden de belangrijkste kandidaat-voorzitters, Booij en Van Bruggen en Marijke van Hees (37) nog een keer met elkaar vergelijken. Komende zaterdag moeten de afgevaardigden op het PVDA-congres hun stem uitbrengen.

Zaterdag bleek net als tijdens eerdere campagnebijeenkomsten, dat de verkiezing meer een kwestie van imago is dan een confrontatie van standpunten. Wil de partij een ervaren vrouw uit de provincie, of heeft zij liever jong elan uit de Randstad?

Het optreden van Booij en Van Bruggen lijkt op dat van showmasters. Ze dragen donkere pakken, Van Bruggen soms met een das, Booij met een wijde, witte kraag over zijn revers. Booij is de vlotste prater van de twee, Van Bruggen lacht het meest. De leden die het duo de afgelopen maanden voor hun campagne zagen langskomen, waren zichtbaar verrast. Dat dit hun afdeling nog mocht overkomen. Plotseling stonden daar twee vlotte jongemannen met rugzakjes om, die het ,,hartstikke tof'' vonden te zijn uitgenodigd. Tijdens een bijeenkomst op 2 januari in Heenvliet, een klein plaatsje onder de rook van Rotterdam, verontschuldigde Van Bruggen zich voor zijn schorre stem. Hij had de vorige avond ,,heel hard gefeest''. Er klonk vaderlijk gelach in de zaal.

De kandidaten moeten het lidmaatschap van de PVDA weer zinvol maken. Sinds Kok in 1991 meewerkte aan de afbraak van de WAO, is de functie van de partij als hoeder van sociaal-democratische principes vervaagd. Het ledental is gedaald van 90.000 naar 62.000. Onder Paars I en II werd de partij steeds meer een machteloos aanhangsel van de fractie en de politieke partijtop. De pogingen van de voorzitters Rottenberg en Vreeman om de partij te revitaliseren, hebben de uittocht van leden niet kunnen keren. De meeste leden zijn ouder dan 45 jaar.

Tegen die achtergrond komen Booij en Van Bruggen volgens velen als geroepen. Ze zijn met hun afstudeerscriptie over Anne Vondeling geschoold in de partijgeschiedenis, maar ze stralen ook de jeugdigheid uit die de partij mist. De gelukkige combinatie van hun karakters is een deel van de succesformule. Booij presenteert zich als ,,de filosoof'', Van Bruggen noemt zich ,,de organisator''. De donkerharige Booij gaat door voor een `beauty', Van Bruggen kreeg door zijn forse postuur en geblondeerde haarpuntjes de bijnaam `the beast'.

Over steun van prominente partijleden hebben ze nooit te klagen gehad. Ex-partijvoorzitter Felix Rottenberg nam hen al in dienst toen ze nog studeerden. Met zijn zegen richtten ze de jongerenbeweging Niet Nix op, die met een groot publiciteitsoffensief moest aantonen dat de verguisde `patatgeneratie' van de jaren tachtig wel degelijk ideeën heeft. Partijleider Wim Kok nam ze vorig jaar op in zijn campagneteam.

Met veel flair wisten ze zich in de media te profileren als de `jonge rebellen' van de partij. Maar het duo verzekert de partijleden ook keer op keer dat hun intenties niet radicaal zijn. ,,Niet met een stoomwals, maar wel die bekende trits van rechtvaardige verdeling van inkomen, macht en kennis'', zegt Booij. Ze willen een ,,mentaliteitsverandering''. Booij illustreert het aan de hand van een schets: om een klein huisje tekent hij een groter huis. ,,Opbouwen zonder af te breken.''

Geen revolutie, dat stelt de leden gerust. Maar er knaagt toch iets. Een voorzitter hoeft niet de politieke koers te bepalen, maar de signatuur van dit duo wel erg vaag.

Hoe links zijn ze? Oudere mannen en vrouwen uit de provincie bekijken de twee `golden boys' uit de Randstad met enig wantrouwen. Ze stralen niet uit dat ze hard hebben moeten vechten om te komen waar ze zijn. Hun vlotte taal over het ,,verkennen van de toekomst'', de PvdA `als ideeënorganisatie', `als service-organisatie' en `als scoutingsorganisatie' klinkt wel aardig. Maar over de echte problemen, dat Kok bijvoorbeeld ,,met zijn poten van de WAO moet afblijven'', hoor je ze niet. ,,Ik ben het helemaal met je eens dat we dat debat eerder hadden moeten voeren'', zegt Booij tegen een lid van de afdeling in Bergen op Zoom die geëmotioneerd het onderwerp ter sprake brengt.

Harde beginselen leiden maar tot starheid, antwoorden ze steevast op de vraag naar waar ze nou eigenlijk staan. Booij, de ongeduldigste van de twee, kan zijn ergernis nauwelijks verbergen als leden hierover doordrammen. ,,Wat wil je nou'', bijt hij een oude dame in Amsterdam-Zuid toe, als zij voor de tweede keer vraagt hoe een volgend kabinet er volgens hen uit moet zien.

In een gesprek met Booij en Van Bruggen blijkt dat ze een uitgesproken hekel hebben aan ,,grote woorden''. Ideologische standpunten vinden ze ,,ongenuanceerd, plat en populistisch''.

Wie zegt dat privatisering van de gezondheidszorg per definitie strijdig is met sociaal-democratie, bedrijft ,,holle retoriek''. De aloude notie dat discussie voortkomt uit confrontatie van standpunten, vinden ze achterhaald. Stellingen staan volgens hen een debat juist in de weg. Hun ideologie komt neer op: als er maar gediscussieerd wordt.

Dat komt veel kiezers van de `paarse' PvdA goed uit. Zij hebben geen behoefte aan starre opvattingen. Maar de leden van de partij willen wel houvast, zo bleek tijdens de optredens van de twee in het land. Als er geen ideologie meer is, waarom zouden ze dan lid blijven? Waar staat de PvdA nog als linkse partij nu zij zo vanzelfsprekend regeert met de VVD? ,,Ik weet het antwoord zelf ook niet'', verzucht een partijlid in Heenvliet ,,maar ik had gehoopt dat jullie het wisten.''

Booij noemt zichzelf een ,,typisch voorbeeld van een geslaagd sociaaldemocratisch droompje''. Zijn opa was automonteur, hij zelf schopte het tot academicus. Ook leraarszoon Van Bruggen is een product van ,,drie generaties verheffing''. Thuis kenden ze weinig strijd. Van Bruggen ging aan de hand van zijn ouders demonstreren tegen de kruisraketten. Hij had wel conflicten over laat thuiskomen. De ouders van Booij gaven hem ,,enorm de ruimte'': op zijn twaalfde verzamelde hij wijnflessen en art-deco glaswerk.

De kandidaat-voorzitters geloven niet in strijd. Van Bruggen is teleurgesteld in het effect ervan: hij ondervond aan den lijve dat een miljoen demonstranten tegen kruisraketten niets uithaalde. Booij voelt zich ,,gewoon niet thuis in een vechtcultuur''. Hij meent dat de politieke confrontaties in de jaren zeventig veel ,,kapot'' hebben gemaakt. ,,Er is toen heel hard met elkaar omgegaan. Ik houd daar niet van.'' Over de zittende partijleider Kok zegt Booij: ,,Ik heb hem leren kennen als een buitengewoon inspirerende man.''

Hun afkeer van vechten blijkt ook uit het boekje `Niet Nix', waarmee ze twee jaar geleden hun ideeën presenteerden. ,,We gaan ervoor'', schrijven ze ,,als we maar niet, zoals in de jaren zestig, een harde strijd moeten voeren om de macht te veroveren. Als de oude garde niet wil wijken (...) stoppen we onze energie in andere organisaties.'' Die flexibiliteit is tekenend voor Booij en Van Bruggen. Ze beschouwen de politiek als een interessante baan, niet als een roeping. De voorstellen die ze doen, wijken niet ver af van de gangbare gedachten in PvdA-kringen. Ze roemen het `onderwijs op maat', bepleiten de ontwikkeling van Nederland `van mainport tot brainport' en ze willen vermogenswinst belasten. Slechts één stelling is radicaal: Nederland moet een republiek worden. Hoe zit dat? ,,Dat was een grapje'', zegt Booij nu. ,,Het is ook geen belangrijk thema'', vindt Van Bruggen.

Vice-partijvoorzitter Ruud Vreeman geeft de jeugd graag de ruimte, zegt hij. In zijn burgemeesterkamer te Zaanstad blikt hij met een glimlach terug op de tijd dat hij als voorzitter met Booij en Van Bruggen samenwerkte op het partijbureau. Nee, nieuwlichterij is het niet waar de jongens mee bezig zijn, zegt hij. Maar daarom zijn ze ook juist geschikt als partijvoorzitter. ,,We hebben 2,5 miljoen kiezers, we zitten niet te wachten op een partijorganisatie die Kok voor de voeten gaat lopen'', zegt hij.

Bronnen binnen de fractie bevestigen dit beeld. De partij is op zoek naar een voorzitter die samen optrekt met fractieleider Melkert en partijleider Kok. Niemand zit te wachten op een waakhond. Daarom is er binnen de partij ook geen harde strijd rond de verkiezing. Ieder heeft zo zijn voorkeur, maar met beide kandidaten die volgens het partijbestuur geschikt zijn, valt te leven.

Die houding zal de partij nog lelijk opbreken, voorspelt hoogleraar politicologie Bart Tromp, PvdA-lid en criticus van de partij. Hij vindt de serieuze kandidatuur van het duo Booij en Van Bruggen (,,hun politieke profiel is inhoudsloosheid'') tekenend voor de crisis in de partijorganisatie. Alle macht is aan de fractie en de partijtop, de leden worden koest gehouden met debatjes maar hebben niets in te brengen. In de jaren zeventig was de situatie omgekeerd: toen hield de ideologisch bevlogen partij zijn bewindslieden in een weinig productieve gijzeling. Maar volgens Tromp leidt de huidige situatie tot de ondergang. ,,Een sociaal-democratische partij kan niet zonder inspraak en betrokkenheid van haar leden.''

Booij en Van Bruggen zijn verbaasd over de kritiek dat ze weinig revolutionair zijn. Ze hebben ,,keihard gewerkt tegen de stroom in'', zeggen ze. Booij kijkt mokkend uit het raam. Zo ouderwets, vindt hij die behoefte aan strijd en verzet. ,,Ik ben geïnteresseerd in oplossingen vooraf'', zegt hij. ,,Ieder standpunt is een voorlopig standpunt'', vult Van Bruggen aan.

Maakt een partijvoorzitter met die houding het de politieke partijtop niet te gemakkelijk? Nee, zeggen ze. Als het moment komt, zullen ze tegenover Kok hun mannetje staan. Booij: ,,Als er onenigheid is, dan bespreek je dat met elkaar.''