Walter Lampe heft hiërarchie in trio op

In traditionele piano-trio's speelt uiteraard de piano de melodische hoofdrol en dient de dienstbare ritmesectie het tempo tijdens solo's aan te geven en gaatjes op te vullen met een bescheiden accentje. Zo niet bij het Australisch-Canadese Walter Lampe Trio. De leden hebben een gelijke inbreng en ieder instrument lijkt een percussie-instrument. Improvisaties zijn geen melodische verkenningen rondom thema's maar expressionistische klodders klank, woest tegen het akoestisch behang gekwakt.

Lampe's homogene opeenvolging van dissonante akkoorden zorgde voor een stuwende puls waar bassist Joe Williamson en Tony Buck naar hartelust huppeldende figuurtjes overheen speelden. Het leek alsof Lampe willekeurig bij elkaar gegrepen bosjes noten met kracht langs een rasp haalde, met zekere regelmaat een compact hoopje klankkleur achterlatend. Minutenlang monomaan krabbend aan dezelfde acht toetsen bracht hij zichzelf en het publiek in een trance, om die even later weer bruut te verbreken door als een dolleman van links naar rechts en terug over zijn toetsenbord te hameren.

Pas vlak voor de pauze deed iets dat aan melodie deed denken zijn intrede. Lampe greep bebopriedels bij kop en staart en fileerde die hardhandig tot op het bot. Het skelet van de archetypische melodie die overbleef liep als een manke schim van de swing te tollen rond zijn eigen as. Het fanatieke gepluk aan de snaren van de bas en het getik, geveeg, gekras en geratel voortgebracht door de drummer, die zijn drumkit had uitgebreid met onder andere losse cymbalen, tamboerijnen, tandraderen, een doucheslang en een rieten bezem, zwol ondertussen aan tot een vakkundig dichtgemetselde geluidsmuur.

Dat Lampe's muzikale kracht niet alleen steunt op oorverdovend gestoomwals over minimalistische interpretaties van de jazzgeschiedenis, bleek uit de compositie G. Williamson streek diep hangend over zijn bas breekbare boventonen, terwijl Buck op alle mogelijke manieren kraakgeluiden uit zijn instrument perste. Hier liep op een gure winteravond een psychopaat door het bos. De repetitieve G die Lampe als enige noot speelde, fungeerde als het verontrustende signaal dat waarschuwt voor een onafwendbaar slechte afloop. Nadat de laatste noot had geklonken was de spanning nog zo beklemmend dat enkele seconden wegtikten voordat de eerste luisteraar voorzichtig een applaus inzette.

Concert: Walter Lampe Trio. Gehoord: 13/2 BIMhuis Amsterdam. Herh.: 16/2 Grand Theatre, Groningen; met Fay Citor; 17/2 Café Lichtenstein Amstelveen; 20/2 SJU Jazzpodium Utrecht.