Vorm en vermomming

Piet Schreuders kijkt en kijkt en kijkt, in de documentaire De bril van Piet Schreuders die vanavond wordt uitgezonden in de NPS-rubriek Het uur van de wolf. Hij tuurt door de zoeker van een Leica en een Rolleiflex, hij spiedt door een loep en hij kijkt op en neer, van de foto's in zijn handen naar de straat, de gebouwen en de openbare typografie om hem heen. Hij bestemt plekken met een onvermoed verleden tot historische locaties, en beleeft daarbij naar zijn zeggen de sensatie tegelijkertijd in het heden en in het verleden te zijn. En wat hij vastlegt, is te vinden in het zojuist verschenen negentiende nummer van zijn zeer onregelmatig verschijnende eenmanstijdschrift Furore.

Schreuders, de vormgever die als geen ander vorm weet te geven aan zijn eigen fascinaties, is langdurig door documentarist Koert Davidse gevolgd tijdens de voorbereidingen voor die nieuwe Furore, het eerste nummer sinds augustus 1992. Maar oorzaak en gevolg lopen door elkaar, want blijkens het voorwoord is de wederopstanding van het blad ook te danken aan de film die ervan werd gemaakt. Door het budget dat Davidse tot zijn beschikking had, kon er immers worden gereisd – en dat leidde onder meer tot een nieuw bezoek aan Culver City, waar een nauwgezet onderzoek kon worden ingesteld naar de straat die zo vaak het decor van Laurel & Hardy-films heeft gevormd. Schreuders kon nu niet alleen van deur tot deur vaststellen hoe deze Main Street er destijds heeft uitgezien, maar zelfs voldoende gegevens verzamelen voor de driedimensionele computerreconstructie die het hoogtepunt van de documentaire vormt.

Schreuders moet in Koert Davidse een geestverwant hebben gevonden, die net als hij op vormbewuste wijze verslag wilde doen van zijn naspeuringen. Het zou makkelijk zijn gewoon maar de camera te laten draaien terwijl de hoofdpersoon aan het werk is – die werkzaamheden zijn immers op zichzelf al schilderachtig genoeg. Maar daarmee was Davidse kennelijk niet tevreden. Met een scherp oog voor details en een knipoog naar eigenaardige stijlverschijnselen van vroeger (de korte biografie wordt opgedist als een stukje Polygoon-journaal) heeft hij het materiaal gemonteerd zoals Schreuders dat zelf zou doen: hij laat oude en nieuwe beelden met elkaar corresponderen, koos precies de muziek die daarbij past, en houdt mooi het midden tussen ernst en ironie. Ook krijgt Schreuders de ruimte uit te leggen dat zijn vormgeving niets met nostalgie te maken heeft – integendeel: nostalgie is het streven nieuwe dingen een oude vermomming te geven, terwijl hij zijn best doet oude vormen er als nieuw te laten uitzien.

De nieuwe Furore opent met foto's van de onooglijke kruising van Hubbard Street en Foothill Boulevard in Sylmar, Californië, waar ook de film begint. Twintig jaar geleden was Schreuders voor het eerst in Amerika, zegt hij, ,,en alles wat ik daar zag, vond ik mooi.'' Dan gaat het verder, naar Londen, voor nieuw onderzoek naar de precieze locatie van de stapel ligstoelen aan Russell Square waar in 1963 publiciteitsfoto's van de Beatles werden gemaakt, en voor een speurtocht in een hotelgang waar de groep eveneens werd gefotografeerd. Ter plekke legt Schreuders vast, dat de belettering op de deur van kamer 114 is gemoderniseerd; alweer een nieuwtje voor de rubriek over `dingen, personen en gebeurtenissen die van belang kunnen zijn voor de Furore-wereldopvatting'.

Ook in Londen is het optreden gefilmd van het Nederlandse orkest The Beau Hunks, dat dankzij Schreuders' zorgvuldige reconstructies de Laurel & Hardy-muziek van de herontdekte componist Leroy Shield kan spelen. En thuis, in Amsterdam, vertelt Schreuders over zijn onderzoek naar de voor- en achterkantjes van Amerikaanse pockets uit de jaren veertig en vijftig.

Als tenslotte de nieuwe Furore (ƒ19,99) van de pers rolt, is het alsof Davidse eigenlijk één lange reclamespot voor dit tijdschrift heeft gemaakt. Dat is ook wel zo, maar daarmee is tevens Piet Schreuders geportretteerd.

Het uur van de wolf: De bril van Piet Schreuders. Ned.3, 23.06-0.01u.