Pop-arrangementen

,,Bij een orkestbewerking van rockmuziek is het de kunst om de kracht van de elektrische gitaren te vertalen naar de orkestbezetting. Het Metropole Orkest is in essentie al heel goed uitgerust voor popmuziek, met versterkte strijkers en een drummer die alle stijlen beheerst. Als ik zeg dat ik de percussieklank van Sonny Rollins nodig heb, dan begrijpen ze wat ik bedoel. Zoiets schrijf ik gewoon op in de partituur. Dat hoef ik bij het ASKO-ensemble of het Concertgebouworkest niet te proberen, want dat zijn heel andere beesten. Voor een arrangeur is het belangrijk om te weten wat de middelen zijn die je in het orkest tot je beschikking hebt.''

Componist en muzikant David Dramm is een van de vijf arrangeurs die meewerken aan de zevende editie van With A Little Help From My Friends, een jaarlijks concert in Paradiso waarbij popmuzikanten begeleid worden door het Metropole Orkest. De van origine Amerikaanse Dramm studeerde compositie aan de Yale-universiteit, speelde in popgroepen, werkte met Louis Andriessen en woont sinds tien jaar in Nederland. Bij With A Little Help bewerkte hij eerder muziek van Nerve, John Cale, dEUS en Junkie XL. Voor de komende editie schreef hij partituren voor Ilse de Lange, Supersub, De Heideroosjes en Carleen Anderson.

,,Ik streef zo veel mogelijk naar een nieuwe benadering van een muziekstuk, en niet naar een bombastische orkestversie met keurig uitgeschreven strijkerspartijen. Als ik een nummer van Junkie XL bewerk, dan gaat zo'n stuk niet naar de kapper voor een nieuw kapsel, maar dan leg ik het op de operatietafel. De blindedarm moet eruit en er moet een nieuw hart in. Het is niet zo dat je de partijen op een muzieklessenaar zet en dat het vanzelf goed komt. Bij de repetitie verandert er vaak nog van alles aan het arrangement. De muzikanten dragen zelf suggesties aan, hoe ze de heftigheid van het oorspronkelijke muziekstuk met hun instrument kunnen benaderen. Zo heb ik de hele trombonesectie een keer door gitaarpedalen laten vervormen.

,,Mijn voorkeur gaat uit naar avantgarde en modern-klassiek, maar dat sluit niet uit dat ik countrymuziek mooi kan vinden. Niet die gladde muziek uit Nashville maar de western swing uit de jaren dertig een veertig, wat een wonderlijke mengeling was van elektrische blues, bebop en bluegrass. Bij Ilse de Lange heb ik een nummer gezocht dat ik een beetje in die stijl kon bewerken. Supersub vind ik een goed voorbeeld van een groep die zelf al heel goed weet hoe ze een compositie moeten opbouwen. Wat dat betreft zijn ze hun Britpop-invloeden ontgroeid, want bij die Engelse groepen weet ik meestal in de eerste maat al precies hoe het hele nummer in elkaar zit.

,,Bij With A Little Help zie ik het als mijn verantwoordelijkheid om de zangers het gevoel te geven dat ze ook buiten de gebruikelijke context de zaal plat kunnen spelen. Het mag niet te gelikt worden, geen brave vertolking van iets dat al bestaat. Ik heb in Hollywood als kopiïst gewerkt voor de Academy Awards, partijen uitschrijven voor het orkest bij de Oscar-uitreiking, dus ik weet wat kitsch is. Uit die tijd heb ik een aversie overgehouden tegen het uitschrijven van partijen. Bij een modern-klassiek stuk kan dat oplopen tot duizenden noten per pagina. Tegenwoordig laat ik dat allemaal door de computer doen en heb ik me voorgenomen om nooit meer een potlood aan te raken.''

With A Little Help From My Friends: 18 febr. Paradiso, Amsterdam. Televisie-uitzending 8 maart, 20.26 uur Ned. 3.