Kwaadaardige domheid

Soms brengt een eenvoudige gebeurtenis het slechtste in de mens boven. Vooral het verkeer heeft de neiging vol te zitten met dergelijke gebeurtenissen. Gebeurtenissen in de vorm van onbehoorlijke domkoppen tot aan de rand gevuld met aanvalslust. Je steekt bijvoorbeeld een straat over met de fiets, een eindje verderop is een rood stoplicht waarvoor auto's staan te wachten. Komt er langs die wachtende auto's een andere auto aangereden, ook op weg naar het rode stoplicht. Die rijdt niet op normale stadssnelheid maar met een vaart of hij zich te Zandvoort op het circuit waant. Een fikse sprong brengt redding. Bij het stoplicht eens kijken wat er eigenlijk in die auto zit dat zo'n haast heeft.

En jawel, een nieuwe patser in iets dat hij zelf ongetwijfeld voor een net pak houdt. Eentje die als hij mij ziet kijken meteen zijn raam opendraait, begint te schelden en te gebaren en mij stikkend van bedwongen agressie achterlaat.

Dat gebeurt vaak, en niet alleen in het verkeer, dat mensen er meteen op los schelden als ze zelf een fout maken. En wat dan ook altijd gebeurt, mij althans, in reactie, zijn fantasieën die weinig met beschaafde omgang te maken hebben.

`Kom maar op'-achtige gedachten die vervolgd worden met voorstellingen waarbij die man naar adem snakkend dubbelklapt na mijn welgemikte dreun in zijn maag. Dick Bos-gelijk zal ik lachen ,,zo wou je dansen'' en hem over mijn schouder zwiepen. Natuurlijk begint het foute type altijd zelf in die voorstellingen, ik stel me nooit voor dat ik zijn portier openruk en hem naar buiten sleur – dat gaat zelfs mijn krachtpatsersfantasieën te ver. Wèl dat hij zijn auto uitgestapt komt om er op los te slaan. Soms ben ik realistischer en zie mijzelf gekreukeld naast mijn fiets liggen, wat de innerlijke woede nog weer eens zo hoog opstookt. Want die dingen gebeuren ook echt, en niet eens zo weinig.

Nog geen drie minuten na die rijdende autobom, werd ik door een andere auto gesneden. Het liep net goed af en ik fietste door. De auto reed mij achterna, kwam naast mijn fiets, draaide het portierraampje open en zei : ,,Sorry hoor, ik had u niet gezien.'' Een keurige dame uit Amsterdam-Zuid, van de soort waar men graag grappig over doet omdat ze zo truttig zou zijn. Maar behoorlijk is ze wel. Leve Amsterdam-Zuid, leve goede scholen en beschaafde ouders – die mevrouw zal zich heus niet schuldig maken aan `zinloos geweld'. Ze zal ook niet doorrijden nadat ze een voetganger of fietser heeft aangereden, zoals in sommige kringen in de mode is.

In Plato's dialoog Protagoras vertelt Protagoras hoe de mensen aan het vermogen om met elkaar samen te leven gekomen zijn, want daar was het aanvankelijk maar slecht mee gesteld. Zo slecht dat de hele menselijke soort verloren dreigde te gaan. Zeus stuurde Hermes om de mensen te voorzien van respect voor elkaar en rechtsgevoel. Hermes wilde graag weten hoe hij die kwaliteiten moest verdelen: alleen aan sommigen geven zoals talenten ook niet evenredig verdeeld zijn, of aan iedereen? Aan iedereen, vond Zeus, anders heb je er niets aan. En hij voegde eraan toe: ,,Je kunt op mijn gezag als wet invoeren dat mensen die niet in staat zijn tot respect en rechtsgevoel ter dood gebracht moeten worden, omdat ze een pest zijn voor de gemeenschap.''

Dat is een mythische verklaring voor het ontstaan van het rechtsgevoel, maar de gedachte erin, dat iedereen tenminste over respect en rechtsgevoel moet beschikken wil het iets kunnen worden met de samenleving, is zo weinig verouderd dat hij eerder op een cliché is gaan lijken. De consequentie dat wie dit gevoel mist meteen ter dood gebracht moet worden geniet minder populariteit. Die is ook wel drastisch. Maar wat Zeus daar zegt, dat die lui `een pest zijn voor de gemeenschap' dat is helemaal waar. En het is eigenlijk ook raar om het maar bij die constatering te laten.

Niet dat ik de doodstraf wil invoeren voor verkeersovertreders, ruitenvernielers, bierflesjesmeppers, messendragers, klappenuitdelers, schelders, pistoolbezitters, zakkenrollers, hondenpoepverspreiders, postkantoorovervallers en al die anderen die niet in staat zijn om zich behoorlijk te gedragen en die andere mensen het leven verpesten. Wat dan wel. Zeker weer `meer blauw', `strengere straffen' en `opvoedingsgestichten' (dat laatste lijkt me trouwens wel wat).

Protagoras was van mening dat moreel besef weliswaar de mensen gebracht was maar dat het toch ook door studie en onderwijs ontwikkeld kon worden. Dat is ook de reden dat mensen die in dat opzicht tekortschieten, gestraft worden, zegt hij, anders zou die straf onzinnig zijn, dan zou het net zoiets zijn als iemand straffen omdat hij lelijk is, of klein.

Hij heeft gelijk, maar eenvoudig is dat niet altijd. Sommige mensen zijn immuun voor opvoeding, voor waarden als tolerantie en respect. Sommige ouders zijn niet in staat bij hun kinderen de van Zeus gegeven vermogens te activeren.In die opzichten valt er niet veel te doen. Maar bij de meeste mensen hebben `studie en onderwijs' wel effect en daar rekenen we ook op.

Als het enigszins goed blijft gaan in de samenleving is dat voor een belangrijk deel te danken aan al diegenen die op scholen proberen te laten zien wat beschaving betekent en wat respect, rechtsgevoel, solidariteit. Toch worden onderwijzers slecht betaald, niet goed voorbereid op de enorme problemen waarvoor ze komen te staan, nauwelijks ondersteund met hulp en geld. Blijkbaar heerst er meer ontzag voor de omhooggevallen sociale mislukkeling die een paar draagbare telefoontjes kan verkopen en dus een auto moet krijgen die sneller rijdt dan hij kan hanteren, dan voor mensen die zich inzetten voor wat werkelijk belangrijk is. Die moeten staken voor een miezerig beetje geld. En daarna weer lang onderhandelen en wachten of er wat extra's voor ze overschiet. Leve de onderwijzers, die onze belangrijkste kans zijn op een zo gering mogelijke omvang van het hufterdom.

En wat nu de hardnekkig onbeschaafden betreft, of degenen die na degelijke scholing toch besloten hebben alle beschaving aan hun laars te lappen, die zijn natuurlijk werkelijk angstaanjagend. En ik vrees dat daar weinig tegen te doen is, we willen ook geen politieman op elke straathoek en dan nog: schelden is niet verboden, met vijftig kilometer per uur op een voetganger afstormen ook niet, zolang je die maar niet platrijdt. En ze moeten ook niet met gelijke munt terugbetaald worden, zelfs niet in de geest, al was het maar omdat dat slecht is voor ziel en zelfrespect van de bijkans-overredene. Wellicht is het het beste om gelijk een personage van Nabokov tegen ze te zijn, snijdend hautain. Zoals de grote dichter John Shade uit Bleek vuur zich voorstelt dat hij zal doen als hij (zijn dagdromen zijn een graadje erger) `naar de muur wordt gemarcheerd/ Op last van (-) een baviaan in uniform'. Hij zal niet slaan of tieren of zich op een of andere wijze verlagen: ,,je sart/ Dat knechtenslag, je lacht ze uit, je tart/ Die vastberaden clowns, je spuwt ze in 't/ Gezicht – omdat je dat vermakelijk vindt.'

Verpletterende minachting, dat is het enige wat overblijft tegenover kwaadaardige domheid. Maar eerst veel tijd, geld en aandacht voor scholen waarop men probeert Zeus' wetten te handhaven.