Idealen `dood en begraven' bij jonge groep ontwerpers

Het was een mooie informele dag, afgelopen zaterdag in de Amsterdamse Balie. Dertig presentaties van vormgevers en critici moesten inzicht geven in de relatie tussen idealisme en ontwerpen. Wat is er aan het eind van de eeuw over van de bevlogen dagen waarin grafisch vormgevers hun kunde ten dienste stelden van hun politieke overtuigingen? Is er na de ineenstorting van de Grote Ideologieën nog wel plaats voor engagement? En welke vormen heeft het idealisme inmiddels aangenomen? De sprekers lieten een goochelaar opdraven, speelden absurdistisch en realistisch toneel, toverden met multi-media of filosofische begrippen, toonden indrukwekkende getallen (209 biljoen lettertekens die jaarlijks in de Nederlandse gedrukte media verschijnen) en projecteerden dia's van hun verre reizen. En af en toe klonk de voor Nederlandse ontwerpers overbodige oproep tot dwarsdenken.

De organisatie was in handen van het Sandberg Instituut, de post-doctorale afdeling van de Gerrit Rietveld Academie. In de `Idealisme Sample Show', de afsluiting van een anderhalf jaar geleden begonnen project, was een breed palet van visies in zeven uur samengepakt.

De Rotterdamse filosoof Henk Oosterling verklaarde na de lunch het idealisme dood en begraven. In het verbale spervuur van zijn zoektocht naar een nieuw idealisme raakte hij als bij toeval essenties die door andere `samplers' waren aangedragen. De gedachte bijvoorbeeld dat de nieuwe rebellen niet meer uit zijn op het pluche van de zittende elite. De wereld hoeft in zijn visie niet anders te worden, maar wel diverser. Massale herkenning – die nog van doorslaggevend belang was voor de idealisten van de jaren zestig en zeventig – is niet langer interessant. Het streven is nu om naast de macht te opereren, eigen werkelijkheden te scheppen door traditionele en nieuwe media in te zetten voor de vorming van interactieve netwerken onder gelijkgestemden.

Op de schouders van filosofen als Foucault, Lyotard, Achterhuis en zelfs Habermas bouwde hij een fundament voor wat gedurende de rest van de dag een dolende generatie leek. Een generatie, verloren in algemene clichés, zoals de ontwerpers van het jonge bureau Dept die met een dreunende clip vooral één mededeling deden: `Dept was here'. Van idealen is hier geen sprake, wel van de positionering van een merknaam via video-grafitti. Het gaat om `branding' waarbij het product geen verhaal vertelt en geen ideaal weerspiegelt, maar uitsluitend identificatie met succes belooft .

Een goochelaar die uit een lege hand kleurige zakdoekjes toverde, was karakteristiek voor de Idealisme Sample Show. Uit het niets werden kleine juweeltjes geboren, zoals de computeranimatie van Rogério Lira (een student van het Sandberg Instituut) die een tekst van Doris Lessing tot een pulserende aanklacht maakte tegen het verlies van jeugdidealen. En de ijzingwekkende theaterscène `Global life' van Mechtild Prins waarin de Nederlandse vrouw van een Turk probeert te vertellen over haar eerste kennismaking met zijn vreemde thuisland. Het resultaat was vijf minuten kramp van herkenning, zoals Arjen Ederveen die verkent in zijn nieuwe VPRO-reeks `Hallo hier aarde'.

In het boek De wereld moe(s)t anders wordt uitgebreid verslag gedaan van de rol die idealisme in het ontwerpen speelde en speelt. Auteurs Leonie ten Duis en Annelies Haase overhandigden het eerste exemplaar aan scheidend Rietveld-directeur Simon den Hartog. De tekst waarmee dat gebeurde vatte het evenement treffend samen: ,,We hebben het zelf eigenlijk nog niet goed bekeken, maar het ziet er prachtig uit.''

In De Balie in Amsterdam kwamen zaterdag ontwerpers en andere belangstellenden bij elkaar om te discussiëren over de relatie tussen idealisme en ontwerpen. De nieuwe generatie ontwerpers lijkt te blijven steken in algemene clichés.