Grunbergs stijl niet leuk op toneel

In het verleden is al enkele malen gepoogd om het dramatische werk van de populaire schrijver Arnon Grunberg op te voeren. Toneelgroep Amsterdam speelde ooit drie van zijn korte stukken, waarvan alleen Kom liefje, mijn beste vrienden walgen van me enigszins geslaagd was. Dit keer doet regisseuse Judith de Rijke een poging met het avondvullende toneelstuk Figuranten.

Grunberg zou voor deze voorstelling zijn tweede roman bewerken voor toneel, maar deed dit zo grondig dat een geheel nieuwe tekst ontstond. Alleen de hoofdpersonen van de roman heeft hij gehandhaafd: de groots en meeslepend levende Broccoli, de mysterieuze schoonheid Elvira en de schlemiel Ewald Krieg. Op toneel wordt dit trio echter op de achtergrond gedrongen door de ouders van Broccoli, het rijke, aan lager wal geraakte echtpaar Eckstein.

Uitgangspunt is het deel van het boek waarin de Ecksteins naar Latijns Amerika moeten vluchten omdat zij zich financieel onmogelijk hebben gemaakt. In een Tsjechoviaans lange afscheidsscène pakken ze hun vele koffers en ontmantelen het huis. Pijnlijk duidelijk schetst Grunberg het sociale en persoonlijke failliet van Eckstein, de man `die de paella naar Nederland heeft gebracht'. In de roman is het prachtig, maar op het toneel blijft er weinig van over. Een groep mensen rent zenuwachtig over het podium, schreeuwt en heeft het moeilijk. Nergens wordt dat pijnlijk ontluisterend en zelfs niet grappig.

Bij het zien van deze nieuwe mislukte poging dringt zich de vraag op: Weet niemand hoe je Grunberg moet spelen of levert hij onspeelbare dramateksten? De waarheid ligt waarschijnlijk in het midden. Grunberg is een schrijver van korte, mooie, grappige zinnen en ook deze voorstelling zit er vol mee. Een boekhouder zegt bijvoorbeeld over zijn bezoek aan een prostituee: ,,ik ga altijd een paar dagen daarvoor naar de kapper. Het is toch een feestelijke gebeurtenis.'' Maar van dramatische ontwikkeling heeft Grunberg minder verstand. Zijn scènes beginnen zomaar ergens en houden zomaar weer op, zonder duidelijke opbouw. Ze kunnen lang of kort duren, dat maakt niet zoveel uit. In zijn romans is dat geen probleem , maar op toneel weet hij hierdoor niet de aandacht vast te houden.

Maar dat is slechts de helft van het probleem. Regisseuse en spelers weten ook geen raad met Grunbergs kortaffe stijl, zijn staccato dialoogjes die nooit tot een gesprek uitgroeien. Zij weten domweg zijn grappen niet te plaatsen. Alles wordt op een vreselijk overdreven manier gespeeld, terwijl de teksten juist een gortdroge behandeling nodig hebben. Ook de slapstick die Grunberg graag gebruikt, slaat dood. Vader Eckstein komt op een gegeven moment poedelnaakt en stomdronken binnenrennen. Zijn zoon slingert hem meteen geroutineerd over de schouders en draagt hem als een plunjezak het toneel af. Dit zou een grappig en ontluisterende toneeltje moeten zijn waaruit het verval van de vader zou moeten blijken, en de gêne van de zoon die in de vaderrol wordt gedrukt. Maar de naaktheid leidt alleen maar af, de vader is helemaal niet tragisch en van de gêne van de zoon is niets te zien.

Voorstelling: Figuranten van Arnon Grunberg. Regie: Judith de Rijke. Spel: Theo Pont, Els Ingeborg Smits, Vincent Croiset, Alice Reys e.a.. Gezien: 12/2 Leidse Schouwburg Leiden. Tournee t/m 23/4. Inl. 020-4211221.