Experimentele pop met hiphop en techno

Knerp- en knor-, slurp- en smakgeluiden, veertig jaar geleden de triomf van de avantgarde in de serieuze eigentijdse muziek, horen al lang tot het repertoire van de experimentele popmuziek. Zaterdag werd het genre op het Haagse Broad Minded Festival aangevuld met hiphop en techno.

Als een merkwaardige carnavalsoptocht trok het zaterdag door de Haagse binnenstad: tientallen blauwbekkende concertgangers achter de `geluidssculptuur' van Marcel Kaars. De kunstenaar zelf bestuurde het tuffende miniatuurautootje waarachter hij een helse contraptie voorsleepte van een draaiend fietswiel dat tikkende geluiden op een olievat voortbracht.

Het rijdende verschijnsel vormde de verbindende schakel tussen de onderdelen van het Broad Minded-festival voor experimentele popmuziek, dat begon met een rumoerig muzikaal diner in het Korzotheater en dat tot diep in de nacht doorging met Duitse elektronische muziek van Pole, Sun Electric en deejay Thomas Fehlman in popzaal 't Paard. Het even vermakelijke als grensverleggende minifestival nam de vorm aan van een soort anti-Crossing Border: geen poëzie maar volledig instrumentale muziek, geen grote namen maar interessante nieuwkomers en slim gebruikmakend van verschillende Haagse locaties.

De toorn van het keukenpersoneel barstte los in Korzo, waar een muzikaal diner van de Belgische kok en geluidskunstenaar Stéphane Brys werd opgediend door een hekserige `gastvrouw' die de dinergasten op hoge toon uitfoeterde en die onder begeleiding van aanzwellend lawaai met soep morste, wijnglazen leegdronk en mensen de eetlust ontnam met opmerkingen als `lekker hè, zo'n dooie kip?' Ondertussen werden vanuit een boven de eettafels uittronende controlekamer recepten in verschillende talen voorgelezen, afgewisseld met smak- en slurpgeluiden en verontrustende berichten over enge virusziekten. De keuken-kenau keerde bij het dessert terug als een poeslieve nachtclubzangeres, gevolgd door een acrobatische act met een ingenieus gymnastiekapparaat dat uit zichzelf allerlei veelkleurige claxons en blokfluiten liet spelen.

In 't Paard was het podium volgebouwd met deejay-tafels, mengpanelen, samplers en laptopcomputers. De nieuwe lichting van Duitse electronische popgroepen bouwt voort op het pionierswerk van Kraftwerk en Neu! uit de jaren zeventig, maar voegt er hedendaagse hiphop- en techno-elementen aan toe. Thomas Fehlman fungeert als beschermheer van de nieuwe lichting, nadat hij in de jaren tachtig met zijn groepen Palais Schaumburg en Fehlfarben deel uitmaakte van de toenmalige Neue Deutsche Welle.

Fehlmans recente werk als uitvoerend muzikant werd verzameld op de cd Good Fridge, met muziek die de verbanden blootlegt tussen de ambient techno van The Orb (met wie hij samenwerkte) en Duitse minimalen als Kreidler en (Fehlman-protégés) Sun Electric. Als deejay in Korzo beperkte Fehlman zich tot industrieel aandoende omgevingsmuziek bij de live gemixte videobeelden. Later in 't Paard voegde hij ook hiphop en techno toe aan de mix, om het publiek in de stemming te brengen voor de kaleidoscopische dansmuziek van het Berlijnse duo Sun Electric.

Swingend aan de knoppen van hun mengpaneel stelden Sun Electric-muzikanten Max Loderbauer en Tom Thiel de ruimdenkendheid van het Broad Minded-publiek op de proef, met plotselinge stiltes en onverwachte overgangen waardoor danslustigen op het verkeerde been werden gezet. In het originele klankenspectrum van Sun Electric blijven voor de hand liggende drumcomputergeluiden achterwege en speelt de dwarsfluit een opvallende rol, wellicht in navolging van de vroege Kraftwerk-platen waarbij Thiel en Loderbauer ongetwijfeld inspiratie hebben opgedaan. Anders dan bij Kraftwerk was er geen echte fluitist op het podium aanwezig, maar kwamen alle geluiden uit de sampler.

De openbaring van de avond was het korte optreden van de Berlijnse eenmansgroep Pole, die een volstrekt oorspronkelijke combinatie liet horen van instrumentale dubreggae en ritmische knerp- en knorgeluiden. Zijn drumritmes stelt hij samen uit klanken die op het eerste gehoor aandoen als het gekraak van oude platen en die hij op een betoverende manier verwerkt in lome elektronische dansmuziek. Zijn truc, vertelt Pole-man Stefan Berke later op de avond, is dat hij praktisch al zijn ritmes samenstelt uit `gevonden' geluiden uit een oud en kapot toonfilterapparaat. ,,Toen ik dat een keer per ongeluk op de grond had laten vallen, kwamen er opeens prachtige geluiden uit. In dat gekraak bleek een uitstekende groove voor dansmuziek te zitten.''

De Duitse technoscene is schatplichtig aan Kraftwerk, vindt Pole, de naam waarmee hij een door een fan aangereikte cd signeert. ,,Zonder hun pionierswerk op het gebied van elektronica zou Duitsland nooit zo'n vooraanstaande positie hebben ingenomen als nu. Ik ben praktisch van Kraftwerks generatie, maar ik zie om me heen dat veel jonge muzikanten nu weer inspiratie putten uit hun muziek.''

Het nieuwe elan van de experimentele Duitse popmuziek schrijft Pole niet toe aan een nationale beweging. ,,Het beeld van Duitsland als het land van Vorschritt durch Technik is achterhaald. De baanbrekende muziektechnologie komt tegenwoordig uit Japan en het enige wat je in dat verband over Duitsland kunt zeggen, is dat er genoeg mensen wonen met geld om die dure spullen te kopen. Zelf zweer ik bij oude analoge apparatuur. In het ideale geval zou ik niet eens een sampler mee op tournee willen nemen, maar het is helaas ondoenlijk om mijn hele studio op het podium uit te stallen.''

Na drie kwartier intensief draaien aan de knoppen is Pole net zo moe en bezweet als een rockmuzikant na een enerverend optreden. ,,Het liefst spreek ik van tevoren geen vaste duur van mijn optreden af. Als het publiek aanvoelt wat ik doe, kan ik gerust twee uur doorgaan. Maar soms zijn er ook avonden dat ik al na tien minuten aan de deejay vraag om het van mij over te nemen. Het ouderwetse onderscheid tussen live-muziek en platendraaien is hopeloos achterhaald.''