De Haagse Staat

Wij herinneren ons de parlementaire enquête naar de malversaties bij het Nationaal Rampenfonds, nu alweer bijna vijftien jaar geleden. En dan vooral het verhoor van de voorzitter van het fonds, ir. P.B.J. Galesloot, die de onvergetelijke woorden sprak: ,,Alles wat er gebeurd is bij het Rampenfonds was voor of na mijn tijd. Tijdens mijn tijd bij het Rampenfonds is niets gebeurd.''

Nee, dit is geen parlementaire geschiedenis, maar kleinkunst-historie: een klassieker van Van Kooten en De Bie ten tijde van de RSV-enquête.

Een parlementaire enquête heeft theatrale trekken - en zeker de huidige. Want zie: een vliegramp (!), giftige lading en/of radioactieve straling (?), tapes uit een kluis (!), mannen in witte pakken (?), El Al en misschien zelfs de Mossad (?). En: een rechtstreeks televisieverslag vanuit een filmisch aantrekkelijke zaal, met eenlingen aan een tafeltje tegenover een ondervragend college ('the People versus ...').

En ook: typecasting. De Kamerfracties vaardigden hun archetypen af naar de enquêtecommissie. Keurige meneren van CDA en VVD naast een PvdA'er die ietsje minder in het pak zit. Gecoiffeerde doch niet geaffecteerd sprekende mevrouw van D66 naast een mevrouw van GroenLinks die niet in Nederland is geboren. Een ondervraagde onderhoudsmonteur praat bijna onverstaanbaar van de zenuwen; zijn zwetende handen lijken te zoeken naar tabak en vloeipapier. De alwetende vooronderzoeker komt arrogant over, aldus een rampenprofessor in een zondags praatprogramma.

Een karakterrol als `underdog' is weggelegd voor de rampenvoorlichter. Een scenarioschrijver hoeft weinig te schaven aan het script van dit verhoor. Flashback. De voorlichter opent op zondagavond om tien over half zeven zijn postzegelalbum als de telefoon gaat. Hè, nooit rust, denkt de voorlichter. Vliegtuig op flats neergestort, hoort hij, inferno, mogelijk veel doden. Weg zondagsrust.

Vanaf dat moment krijgt de voorlichter zestig, zeventig telefoontjes te verwerken. Tientallen journalisten bellen hem. Hij belt met zijn bazen en vooral met zijn semi-bazen. De voorlichter werkt in een bureaucratisch milieu waarin de taken en bevoegdheden uiterst waterig zijn verdeeld. Hij krijgt van hogerhand allerlei klusjes toegeschoven die eigenlijk niet tot zijn taak behoren: ,,een stuk coördinatie'' dat hij erbij moet doen, terwijl hij – nog een citaat – ,,tot zijn nek vol zit met andere prioriteiten''. Bovendien krijgt hij zwijgplicht. Informatie over mogelijk giftige en gevaarlijke lading van het ramptoestel moet hij `onder de pet houden'.

... TELEFONISCH RAMPTOERISME...

Tot zover de parlementaire enquête als scenario voor een B-film. Het eenvoudige schema van good guys tegenover bad guys werkt niet meer. Hoe, bijvoorbeeld, moet de rol van de rampenvoorlichter in werkelijkheid worden gewogen?

R. Matthijsse, voorzitter van de raad van de Haagse departementale directeuren voorlichting, heeft er geen goed woord voor over. In een vorige week verschenen blad voor vakgenoten spreekt hij van ,,een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de overheidsvoorlichting''. Volgens Matthijsse, zelf de hoogste voorlichter bij Binnenlandse Zaken, en daarmee verantwoordelijk voor het rijksbeleid inzake rampenvoorlichting, had de Bijlmer-woordvoerder nooit mogen zwijgen over de mogelijk giftige lading van de El Al-Boeing. ,,Waarom heeft hij zich in die kwalijke rol laten drukken? Waarom heeft hij zijn minister (...) niet ingelicht? (...) Natuurlijk wordt er nu alom gegeneraliseerd: voorlichters deugen niet. Ik wil daar een krachtig protest tegen laten horen'', schrijft Matthijsse.

Een andere bron geraadpleegd: ir. H.N. Wolleswinkel, ooit onderzoeker naar de toedracht van de ramp. In een vorige week donderdag verstuurde brief aan de enquêtecommissie herhaalt hij nog eens wat hij in het verhoor zei: het was een daad van `telefonisch ramptoerisme' dat verkeersleiders bij El Al informeerden naar de aard van de lading. Het is maar goed geweest dat zij en de rampenvoorlichter verder hun mond hebben gehouden, want de informatie was onjuist. ,,Er zou alleen maar verwarring zijn gesticht'', aldus Wolleswinkel, die in deze lezing afgelopen vrijdag werd bijgevallen door de Amsterdamse brandweercommandant Ernst en door voormalig hoofdcommissaris Nordholt.

...KNECHTEN VAN DRIE MEESTERS...

En wie heeft het gedaan, in beide gevallen? De boodschapper. De rampenvoorlichter zal het nooit goed doen. Het is meer dan een verzuchting. Het blijkt ook uit `de literatuur'. In een vorig jaar verschenen boek, `Crisis in het nieuws', van rampenonderzoekers uit Leiden, wordt beschreven hoe voorlichters in noodsituaties altijd klem zitten. Zij zijn knechten van drie meesters: ze moeten de media bedienen (en dus ook adequaat kunnen reageren op een stroom van theorieën en geruchten), ze moeten het publiek informeren (`blijft u vooral kalm, er is geen reden voor paniek...') en ze moeten hun politieke superieuren bijstaan in het kanaliseren van de chaos.

Het probleem is voor iedere voorlichter natuurlijk niet even groot. De ene is gespecialiseerd in media, de andere in burgers, de derde in bobo's. En wees gerust, zo weten departementale voorlichters te vertellen: het voorlichtingsdenken heeft sinds de Bijlmerramp niet stilgestaan. Zoals er rampenplannen zijn, zijn er inmiddels ook rampenvoorlichtingsplannen - met draaiboeken, met cursussen, met alarmoefeningen in crisisvoorlichting zelfs.

...DE KOPPEN ZULLEN ROLLEN...

Het ziet er op papier allemaal prachtig uit. Maar de praktijk is vele malen ingewikkelder. Om te beginnen zijn die scenario's op circa de helft van de ministeries vooral een dode letter, zo weten enkele ter zake deskundigen los van elkaar te melden. Het zijn dikke boeken in de kast en niemand die ze ooit inkijkt. (`Nee, niet citeren, anders kan ik aan mijn eigen crisisvoorlichting beginnen...')

Bovendien zijn voorlichters bij rampen zo langzamerhand geen partij meer tegenover de media. Een gemiddelde gebeurtenis van nationale opwinding (wateroverlast, Dakota-ramp, Hercules-ramp) brengt tegenwoordig al gauw zo'n tweehonderd journalisten op de been. Ze zijn bij verschillende gelegenheden geteld door het Crisis Onderzoeks Team in Leiden. Pers, radio en televisie, plaatselijk, regionaal en landelijk, 's ochtends, 's middags en 's avonds: het moet allemaal vol - and please stay with us! Suggestieve muziek in ooit serieuze nieuwsrubrieken op televisie is regel geworden. Het NOS-journaal brengt flitsende montages waarmee onmiskenbaar een stap is gezet in de richting van manipulatie.

Misschien is het inderdaad beter te geloven dat ir. Wolleswinkel een schurk is. Misschien wordt hem wel de hand boven het hoofd gehouden door die andere hoge heren, die van de brandweer en de politie. Misschien was die rampenvoorlich- ter op 4 oktober 1992 een dienstkloppende Dorknoper. Misschien hebben Israeliërs geknoeid met vrachtbrieven. Misschien was die El Al-Boeing een vliegende bom.

Of hebben de premier en zijn raad van ministers zich misschien laten opfokken door halfbakken nieuws? Misschien zijn ze wel verkeerd geadviseerd door hun eigen rampenvoorlichters. De koppen zullen rollen straks, als het enquêterapport klaar is. Maar waar?