De eerlijkste manier van schaatsenrijden

Publieke belangstelling voor de 100 en de 300 meter was er zaterdag bij de NK supersprint in Utrecht nauwelijks, aan pleitbezorgers voor de korte afstanden ontbrak het niet. ,,Een eerlijker stukje schaatsenrijden is er niet.''

,,Het is een kind volgens Joris van den Bergh; wat goed is komt snel.'' Cock van der Elst, met zijn knickerbockers, grote bril en berenmuts een bijzondere verschijning langs het ijs van de Vechtsebanen, citeert een van Nederlands meest befaamde sportjournalisten. Hij is onder de indruk van de prestaties op de twee keer 100 en twee keer 300 meter van ene Marloes Gelderblom, een verlegen meisje uit Oud-Alblas dat eenmaal op het ijs alle schroom van zich afwerpt. Zodra het Wilhelmus klinkt voor André Zonderland en Gelderblom als de nieuwe supersprintkampioenen, breekt Van der Elst zijn zin af. Hij recht z'n rug, heft het hoofd en drukt het hoofddeksel tegen zijn borst.

Behalve patriot en oud-schaatser is de 70-jarige Rotterdammer liefhebber van het kortebaanschaatsen. ,,Omdat het een stukje oerhollands schaatsen is. Hier moet je als schaatser mee beginnen en het moet rap, rap, rap'', zegt de man die van 1950 tot 1956 in de kernploeg schaatste. In 1952 maakte `Cockie' in Oslo deel uit van de olympische ploeg, met Gerard Maarse, Egbert van 't Oever, Anton Huiskes, Wim van der Voort en Kees Broekman. Van der Elst is zelfs nog even nationaal-recordhouder geweest op de 500 en de 1.500 meter. Over de geschaatste tijden moet hij even nadenken: 44,5 en 2.21,3.

,,Zelf ben ik met het korte werk begonnen. Je schoolkameraad stond naast je op het ijs en dan zei je, `zie je die boom daar? Wie er het eerste is. We gaan ervoor knokken'. Zo hebben we het geleerd. Een eerlijker stukje schaatsenrijden dan dit is er niet. De mensen hebben hier toch ook weer een prachtig stukje strijd gezien?''

Het gloedvolle betoog van Van der Elst ten spijt bleef de belangstelling op de tribunes van de Vechtsebanen zaterdag beperkt tot fanatieke familieleden en een enkele liefhebber. Het kortebaanschaatsen valt wat populairiteit betreft in het niet bij het allroundschaatsen. Maar zo was het een paar jaar geleden ook nog droevig gesteld met de toeschouwersaantallen bij de NK sprint. Vorige maand echter was dat evenement voor het eerst uitverkocht.

Van der Elst: ,,De sprint is altijd een ondergeschoven kindje geweest in Nederland. En omdat we nu een paar talenten hebben, zoals Bos en Wennemars, denken we dat we er zijn, maar er moet ook aanvulling zijn van onderop. Daarom is het goed dat we dit soort dingen doen'', zegt Van der Elst met een blik op het ijs, waar zojuist een einde is gekomen aan negen uur sprinten op de 100 en 300 meter, voor junioren en senioren.

Van der Elst laat zijn pleidooi voor het kortebaanschaatsen vergezeld gaan van een aanklacht tegen het allroundschaatsen en tegen de langste afstanden. ,,Bij de tien kilometer zit iedereen zich stiefmoederlijk te vervelen. Het publiek lijdt een halve middag kou en het enige waar men op wacht zijn de laatste twee ritten. En het allroundschaatsen, dat is toch waanzin kerel. Wat is dat nou, kampioen worden zonder één afstand te winnen. Gelukkig zijn ze daar bij de Olympische Spelen nooit ingetrapt.''

Roelof van Marle is ook zo'n pleitbezorger van het kortebaanschaatsen. In een grijs verleden streed hij op die discipline nog met Hylke Postma, de vader van Ids. Van Marle, voormalig lid van het sectiebestuur kortebaan, herinnert eraan dat net als bijvoorbeeld sprinter Jakko Jan Leeuwangh – vorig jaar supersprintkampioen van Nederland – Ids Postma begin jaren negentig een kampioen op de kortebaan was.

,,Basissnelheid mijne heren'', zegt Van Marle tegen de verzamelde verslaggevers, met een intonatie alsof hij het geheime recept van Coca Cola prijsgeeft. ,,Ik heb in 1994 tegen Jakko Jan gezegd dat hij terug moest naar de basis, de sprint. En dat hij dan Nagano nog kon halen. Hij zal toen gedacht hebben, `meneer Van Marle is gek geworden', maar toen hij hier vorig jaar na zijn overwinning op de 300 meter van het podium stapte, kwam hij met de bloemen en de krans naar me toe en zei `meneer Van Marle, die zijn voor u'. Vlak daarvoor, op de Spelen, was hij op de 1.000 meter toch maar mooi vierde geworden!''

Leeuwangh kon zaterdag in Utrecht zijn titel niet verdedigen: in Calgary bereidt hij zich voor op de WK sprint van volgend weekeinde. Hij geldt als een podiumkandidaat en als de sprinter met een medaille thuiskomt, zal Van Marle klaarstaan om een deel van de eer voor zich op te eisen.

Van Marle vindt dat in navolging van Leeuwangh de nieuwe Nederlandse kampioene Marloes Gelderblom de korte afstanden moet koesteren. Ze geldt als een groot talent en gold voor velen als een verrassende winnares. Ook voor zilveren-medaillewinnares Dianne Kootstra, die favoriet was voor de titel, kwam de 18-jarige winnares uit de lucht vallen. ,,Ik kende haar helemaal niet'', zegt Kootstra, het meisje uit het Drentse Schoonoord in wie Leen Pfrommer een sprintster met een grote toekomst zag.

Pfrommer plukte haar voor het begin van dit seizoen uit het gewest als een van zijn talenten bij Unit4. Kootstra houdt het bij die commerciële ploeg langer vol dan Pfrommer. Wegens meningsverschillen in de ploegleiding moest de coach zijn carrière vorige maand roemloos beëindigen. De enige Pfrommer die zich zaterdag in Utrecht liet zien, was de echtgenote van de oud-coach, als bestuurlijk vertegenwoordigster van het gewest Gelderland. Pfrommer zat thuis, als raadslid van Ermelo gebogen over vergaderstukken.

Net als Kootstra zou de nieuwe Nederlandse kampioene supersprint Gelderblom zich graag verder in de sprintdiscipline bekwamen. ,,Daar hebben we het nog wel over'', lacht haar gewestelijke trainer Jan Aanen. Een detail verraadt de droom van Aanen: op zijn sporttas, waarin zich de schaatsen van zijn pupil bevinden, staan de vijf olympische ringen afgebeeld.