DE CHARME VAN KEREN EN DRAAIEN

Snelheid, spanning en spektakel hebben het kortebaanzwemmen een volwaardige status bezorgd. Toch blijft de vraag wat het nut is van racen in 25-meterbaden zolang er geen olympische roem te behalen is. Portret van een discipline in opkomst.

Jarenlang was hij de enige die het `kortebaanwerk' serieus nam. Ron Dekker zwom bij wijze van spreken de tegels uit de muren, maar mocht de dag erop blij zijn als hij in de krant drie regels terugvond over zijn krachtsexplosie in een 25-meterbad. ,,Het leefde niet. Niet bij de bond, niet bij de zwemmers en daarom dus ook niet bij de media'', herinnert Dekker zich. ,,Het hele bondsbeleid was afgestemd op het langebaanwerk. Daar werden de aansprekende titels verdeeld en deden dus alle toppers aan mee.''

Van die elite heeft Dekker (32) nooit deel uitgemaakt. Zijn kwaliteiten kwamen het beste tot zijn recht op de kortebaan, benadrukt hij tijdens de Nederlandse sprintkampioenschappen, afgelopen weekeinde in Dordrecht. ,,Een snelle start en een bijna vlekkeloos keerpunt, dat was mij wel toevertrouwd'', glimlacht de badmeester die gisteren in zwembad Aquapulca een punt zette achter zijn lange loopbaan.

Het afscheid van schoolslagspecialist Dekker valt ironisch genoeg samen met het moment dat het kortebaanzwemmen in aanzien stijgt. Gold de discipline een paar jaar geleden nog als het stiefkindje van de wedstrijdsport, tegenwoordig halen de toppers op de langebaan (50 meter) niet langer hun neus op voor wedstrijden in een 25-meterbassin. Zelfs wereld- en olympisch kampioen Alexander Popov, de Russische grootmeester onder de zwemmers, maakt zijn opwachting in Hongkong, waar over ruim anderhalve maand de vierde wereldkampioenschappen kortebaan worden gehouden.

Ook Nederland verschijnt op volle sterkte in de voormalige Britse kroonkolonie. Liefst 25 zwemmers vaardigt de zwembond (KNZB) af, van wie Inge de Bruijn, Pieter van den Hoogenband, Mark Veens en Marcel Wouda serieuze kandidaten zijn voor eremetaal. Ter vergelijking: bij het eerste officiële WK, zes jaar geleden in Palma de Mallorca, stuurde de KNZB nog slechts drie zwemmers op pad: Dekker vergezeld van twee vrouwen, Angela Postma en Marianne Muis. Twee jaar later in Rio de Janeiro was het drietal uitgedund tot een tweetal, met Postma en Carla Geurts die twee jaar geleden in Gothenburg ook de Nederlandse afvaardiging vormden.

Bondscoördinator Ad Roskam verklaart het toegenomen belang van de kortebaan door te wijzen op de wedstrijdkalender. ,,Korte- en de langebaanwedstrijden zaten elkaar tot voor kort in de weg'', zegt de Fries. ,,Zwemmers moesten daarom een keuze maken. Of het een of het ander. Niets was logischer dan te kiezen voor de langebaan. Daar immers valt olympische eer te behalen, het hoogste wat een zwemmer kan bereiken.''

Op initiatief van de wereldzwembond (FINA) zijn beide disciplines nu beter op elkaar afgestemd. ,,Het WK kortebaan past dit jaar bijvoorbeeld goed in onze voorbereiding op het EK langebaan van eind juli'', zegt Roskam, die het toernooi in Hongkong verder ,,een ideale manier voor zwemmers om zich te verkopen'' noemt. ,,Wij streven naar semi-professionalisme. Dat lukt steeds beter sinds de sponsors ons weten te vinden. Om die belangstelling minimaal vast te houden is het van belang dat onze zwemmers van zich doen spreken bij grote internationale toernooien.''

Kortebaanzwemmen was tot voor acht jaar geleden een min of meer noodzakelijk kwaad, althans in Nederland. Bij gebrek aan voldoende overdekte 50-meterbanen was de nationale zwemtop in de wintermaanden gedwongen zijn heil te zoeken in 25-meterbassins. De KNZB stimuleerde het niet of nauwelijks, deels uit vrees dat successen op de kortebaan de nekslag zouden betekenen van het toen toch al broze topsportklimaat op de langebaan. Nog altijd hanteert de bond een bonus-systeem dat symbool staat voor die geringe interesse: nationale records op de kortebaan leveren slechts de helft (200 gulden) op van een nieuwe toptijd op de langebaan. Roskam verwacht overigens dat die achterhaalde regel binnenkort uit de boeken wordt geschrapt.

Wereldwijd gaan aanzienlijk grotere bedragen om. In het wereldbekercircuit, een wedstrijdreeks van tien internationale ontmoetingen, ligt voor de overall-winnaar van elk onderdeel bijna 20.000 gulden klaar. Bij de EK, twee maanden geleden in Sheffield, keerde hoofdsponsor Adidas bijna 350.000 gulden uit na een stortvloed aan wereld- (13) en Europese records (21). In navolging van de Duitse sportfabrikant besloot de FINA vorige maand om elk wereldrecord in Hongkong te belonen met 15.000 dollar, bijna 30.000 gulden.

Het zijn bedragen waar zwemmers tot voor kort alleen maar van konden dromen. Het geld is afkomstig van sponsors die gretig inspelen op de groeiende media-aandacht voor het kortebaanzwemmen. Snelheid, spanning en spektakel zijn de kenmerken van het racen in 25-meterbassins en juist die ingrediënten doen het goed, vooral op televisie. Onder druk van de commercie beleeft het EK langebaan dit jaar een primeur: naast de 50 meter vrije slag maken in Turkije ook de 50 vlinder, 50 school en 50 rug deel uit van het programma.

Puristen beweren dat het kortebaanzwemmen afbreuk doet aan de essentie van de sport. Een explosieve start, een lang verblijf onder water, slechts een paar slagen en dan alweer keren – het is sommigen een gruwel. Ron Dekker kent die geluiden, maar wuift ze weg. ,,Starten en finishen horen bij het zwemmen, alleen krijgen ze op de kortebaan extra aandacht. Nou en?''

Het zijn juist die specifieke technische vaardigheden die een zwemmer groot maken, weet Jacco Verhaeren. Reden waarom de trainer van PSV, hofleverancier van de nationale ploeg, zijn pupillen aanmoedigt om een 25-meterbassin in te duiken. ,,Op de kortebaan wordt een zwemmer geconfronteerd met zijn of haar tekortkomingen en dus gedwongen om te werken aan essentiële details als het starten of het keren.''

Pieter van den Hoogenband vormt het beste bewijs van die stelling. De 20-jarige Brabander, een leerling van Verhaeren, staat bekend als een matige starter. Ook zijn keerpunten laten te wensen over. Juist door Van den Hoogenband veelvuldig kortebaanwedstrijden te laten zwemmen, hoopt Verhaeren zijn techniek te verbeteren. ,,Hoe meer Pieter keert en draait, hoe meer baat hij daar van heeft op de langebaan. Al zal hij nooit een keerpuntenwonder worden.''

Toch blijft de vraag wat het nut is van racen in 25-meterbassins zolang er geen olympische roem te behalen is. Verhaeren onderkent deze tekortkoming en beschouwt het kortebaanzwemmen dan ook nog altijd als een veredelde training. ,,Het is een middel, geen doel. Zij het een prettig middel, want het is spectaculair en biedt zwemmers de gelegenheid wedstrijdervaring op te doen. En daar is nog nooit iemand slechter geworden.''

Ook Ron Dekker niet, al bleven zijn prestaties op de langebaan ver achter bij die op de kortebaan. ,,Maar daar kan ik mee leven.'' De voormalig Europees kampioen (100 wissel) voorspelt een verdere groei van het kortebaanzwemmen. ,,Als een topland als Australië al op volle oorlogssterkte in Hongkong verschijnt, dan wil dat wat zeggen. Zij zijn toch een beetje de trendsetters.''

Dat de gestage opmars van zijn specialisme aan hem voorbijgaat, deert Dekker allerminst. ,,Het is mij iets te makkelijk om nu te zeggen: was ik maar wat later geboren. Ik hou sowieso niet zo van `als dit, dan dat'-constructies. Het is gelopen zoals het is gelopen. Punt uit.''