Cheryl Studer kan zingen maar doet dat wisselvallig

Sinds Cheryl Studer vorig jaar oktober bij de Opera in München tijdens repetities werd weggestuurd wegens onvoldoende prestaties, is het nog meer dan voorheen telkens de vraag hoe goed de Amerikaanse sopraan kan zingen. Zelf vindt ze dat ze het kan op het vereiste niveau, zei ze zaterdag in een interview in deze krant. Ze zong toch in Bayreuth, waar ze weer zal zingen, net zoals in de Met in New York? Maar net als bij beleggingsfondsen bieden prestaties uit het verleden geen garanties voor heden en toekomst. Wat er per optreden uit een zangersstrot komt blijft deels onvoorspelbaar. Net als wijn is zingen een natuurproduct van variabele kwaliteit, beïnvloed door tal van factoren.

Gistermiddag zong Studer, die doorgaat voor een mega-operaster, een micro-operaconcert in het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg, dat morgenavond door de radio wordt uitgezonden. Ze kan nog steeds zingen, althans haar strot opentrekken. Want eerder nog artistiek dan technisch bleken haar prestaties voor een wereldvedette veelal ondermaats. Dich teure Halle uit Wagners Tannhäuser werd gekenmerkt door veel vibrato, een eenvormige expressie en een gebrek aan verfijning, die hier op haar plaats is ondanks de juichende exaltatie. Mein Elemer uit Strauss' Arabella klonk soms scherp en de wat zachter gezongen passages misten draagkracht. Het geheel was erg wisselvallig zonder daarmee recht te doen aan de wisselende languissante stemmingen in de twijfels over de ware liefde. En toen was het alweer pauze.

De zeer lastige Juwelenaria uit Gounods Faust werd erg hard gezongen zonder effectieve stemmingsomslag. Hier hoorde men in de coloraturen vooral helle blikkering in plaats van warme fonkeling. In In quelle trine uit Puccini's Manon Lescaut klonken een paar redelijk mooie passages, een voorafschaduwing van wat zou komen in Un bel di vedremo uit Puccini's Madama Butterfly. De beroemde aria kwam er gelukkig goed uit en Studer wist daarin ook wat noodzakelijke expressieve aangrijpendheid te leggen. Daarna was het officiële programma voorbij met Io son l'umile ancella uit Cilea's Adriana Lecouvreur, goed gezongen, al klonk de extatische slotnoot laag geïntoneerd.

Eén rode roos kreeg Studer tijdens het slotapplaus vanuit het publiek – kon het gebrek aan furore treffender worden gesymboliseerd? Een toegift was niet ingestudeerd, zodat Studer opnieuw Dich teure Halle zong. Nu klonk het nummer aanmerkelijk beter, heel goed eigenlijk. Was Studer voorheen meer bevangen geweest door zenuwen dan door een echte stemcrisis? Of was ze na die zes korte nummers eindelijk op temperatuur gekomen en goed ingezongen? We zullen het niet weten, want de rest van het programma werd niet meer herhaald.

Wat Studer ook tegenwerkte was de slechte programmering van het geheel. De instrumentale delen van het concert leken vrijwel alle uitgekozen als vervaarlijk luidruchtig tetterende bijdragen aan de carnavalsviering. Het Radio Symfonie Orkest kan echt beter spelen in Wagners ouverture Die Meistersinger von Nürnberg, in Chabriers Fête polonaise en in Puccini's Preludio sinfonico, maar dirigent Eri Klas wilde dat kennelijk niet.

Salomé's dansen uit Strauss' Salome, hier nuchter en zonder zwoele spanning vertolkt, moeten natuurlijk niet worden gevolgd door een onschuldig naïef stukje uit Arabella, maar door de weerzinwekkend-fascinerende slotscène uit Salome. Precies twee jaar geleden zong Studer die nog op hoogst opmerkelijke wijze bij het Concertgebouworkest onder leiding van Riccardo Chailly, met ijzingwekkend krachtige, strakke en stralend hoge noten.

Concert: Radio Symfonie Orkest o.l.v. Eri Klas m.m.v. Cheryl Studer, sopraan. Programma: operamuziek van Wagner, Strauss, Chabrier, Gounod, Puccini en Cilea. Gehoord: 14/2 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Radio: 16/2 20 uur Tros Radio 4.

    • Kasper Jansen