`Beetje toegeven aan het water'

Het kabinet presenteerde vorige week het beleid voor de waterhuishouding in de komende jaren. Staats-

secretaris Monique de Vries (Verkeer en Waterstaat): ,,De burger zal in de toekomst een hogere prijs moeten betalen voor zijn veiligheid.''

Ze wil niemand bang maken. Toch beseffen de Nederlanders onvoldoende hoezeer het water nog altijd een bedreiging vormt, vindt staatssecretaris Monique de Vries (Verkeer en Waterstaat). ,,Na de Deltawerken dachten we alles in de hand te hebben. Dat is niet waar gebleken.'' De evacuatie in 1995 van meer dan 200.000 mensen in het rivierengebied en de recente wateroverlast in het zuidwesten en het noorden van het land lieten volgens haar zien dat het gevaar op overstromingen niet is verdwenen. ,,Welke maatregelen we ook nemen, honderd procent garantie kan ik niet geven.''

De wateroverlast in afgelopen jaren zorgde voor een omslag in het denken over waterbeheer. Stilaan drong het besef door dat voortgaan op de huidige weg zinloos is. De Vries: ,,Als er ergens water is, zetten we er een dijk omheen. Dat is altijd het beleid geweest. Gaandeweg kwamen we er achter dat je die dijken ook telkens moet verhogen. We zien nu dat dit eindig is. Je kunt dijken niet alsmaar ophogen. Ze staan op slappe grond en zakken weg onder hun eigen gewicht.''

In het nieuwe beleid is daarom afscheid genomen van het almaar verhogen van de dijken en het insnoeren van de rivieren. In plaats van een snelle afvoer wordt nu gezocht naar mogelijkheden om het water juist langer vast te houden, zodat stroomafwaarts minder problemen ontstaan op plaatsen waar de rivier als het ware door een trechter moet. Ook de rivieren zelf krijgen meer ruimte door onder meer het verbreden van de uiterwaarden. De plannen staan in de Vierde Nota Waterhuishouding die de VVD-staatssecretaris vorige week presenteerde. In de nota Waterkader staan de kabinetsplannen voor de periode tot 2006. Tegelijk schept het een kader voor het waterbeheer voor de eerste decennia van de volgende eeuw.

Opvallend in Waterkader zijn de plannen voor `gecontroleerde overstroming'. De staatssecretaris wil gebieden aanwijzen die bij extreem hoge waterstanden onder water gezet kunnen worden, zodat overstromingen elders worden voorkomen. Deze zogeheten overlaten houden het water vast totdat het peil in de rivieren weer gezakt is. De Vries denkt daarbij aan landbouwgronden en recreatiegebieden, maar sluit niet uit dat ook bebouwde gebieden worden aangewezen. ,,Daar begin ik niet mee. Maar het kan op een gegeven moment best zo zijn dat we moeten zeggen: er zit niets anders op.''

Bij het nemen van zulke beslissingen zal volgens De Vries altijd een afweging gemaakt worden tussen verschillende belangen. Zij wil daarom dat er een betere afstemming komt tussen het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. ,,Water is een volwaardig onderdeel van de ruimtelijke ordening waar je rekening mee moet houden als je ergens iets onderneemt. Maar het kan natuurlijk niet de enige bepalende factor zijn. Gemeenten willen uitbreiden en bedrijven groeien. We hechten aan een goed draaiende economie. Het waterbeheer is echter ook niet ondergeschikt. Dat is nu nog wel het geval. Nu denken we vaak: als we die sloot dichtgooien zijn we hem kwijt.''

De staatssecretaris wil dat de waterschappen, die in Nederland verantwoordelijk zijn voor de regionale waterhuishouding, meer invloed krijgen bij de wijziging van streek- en bestemmingsplannen door provincies en gemeenten. Ze denkt daarbij aan het opnemen van een waterparagraaf in bouwplannen. Volgens De Vries is het ook belangrijk dat het waterbeleid wordt opgenomen in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening die het kabinet later dit jaar presenteert. ,,Dat geeft mij de wettelijke mogelijkheid in te grijpen wanneer gemeenten of provincies hun verantwoordelijkheid laten liggen.''

De wateroverlast in de jaren negentig was statistisch gezien vrij uitzonderlijk. Toch gaat De Vries er van uit dat zulke extreme situaties in de toekomst vaker zullen voorkomen. De zeespiegel stijgt de komende vijftig jaar zo'n 25 centimer, terwijl de bodem naar verwachting ongeveer 25 tot 50 centimeter inklinkt. Deskundigen verwachten als gevolg van de klimaatverandering bovendien een forse toename van neerslag. Met het oog op die veranderingen zal een onafhankelijke commissie de regering adviseren over noodzakelijke aanpassingen van de waterhuishouding in de volgende eeuw, zo kondigde de staatssecretaris aan bij de presentatie van Waterkader.

De staatssecretaris zet er vaart achter. Hoewel de commissie `Waterbeheer 21e eeuw' nog voor het eerst moet bijeenkomen, wil De Vries al dit najaar de eerste resultaten op haar bureau hebben. Nog voor het einde van deze kabinetsperiode moet duidelijk zijn welke ingrepen in de waterhuishouding de komende dertig jaar moeten gebeuren. ,,In het waterbeheer hangt alles met alles samen. De commissie zal het waterbeheer ook in die samenhang bekijken: van een beekje op de Veluwe tot het Amsterdam-Rijnkanaal. In principe is alles mogelijk, maar het moeten wel betaalbare voorstellen zijn, die tevens politiek verdedigbaar zijn. Overigens denk ik dat de tijd van de Grote Werken voorbij is. We kijken immers hoe we een beetje toe kunnen geven aan het water.''

De financiële gevolgen van de noodzakelijke ingrepen in de waterhuishouding zijn volgens De Vries pas aan te geven als de commissie haar werk heeft afgerond. Toch is het volgens haar ,,reëel'' te zeggen dat de waterschapslasten omhoog gaan. Op basis van een uitgebreide inventarisatie van de knelpunten komt de Unie van Waterschappen op de voorzichtige schatting dat alleen al voor de regionale waterhuishouding ongeveer een miljard gulden extra nodig is. Voor de hoofdwaterhuishouding – waarvoor het rijk verantwoordelijk is – moet naar verwachting eenzelfde bedrag worden gereserveerd. Het geld komt bovenop de drie miljard gulden die nu al is vrijgemaakt voor de waterhuishouding. ,,De burger zal in de toekomst een hogere prijs moeten betalen voor zijn veiligheid. Hoe snel die kosten omhoog moeten gaan, is een keuze van het hele kabinet.''