Albright zong Serviërs toe in hun eigen taal

Tijdens haar besprekingen met de Servische delegatie op de Kosovo-conferentie heeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright herinnerd aan haar eigen Oost-Europese verleden, om aan te tonen dat zij niet anti-Servisch is, zoals de Serviërs voortdurend beweren.

In het gesprek met de Servische president Milan Milutinovic en zijn delegatie vertelde de als Tsjechoslowaakse in Praag geboren Albright dat ze in haar jeugd, toen haar vader als diplomaat was verbonden aan de Tsjechoslowaakse ambassade in Belgrado, enkele jaren in de Joegoslavische hoofdstad heeft gewoond en dat ze het Servokroatisch verstaat. ,,Ik weet dat u allen denkt dat ik anti-Servisch ben. Maar mijn vader zei dat als hij geen Tsjech was geweest, hij een Serviër had willen zijn.'' Ze zong vervolgens voor de verbaasde delegatie een Servisch liedje dat ze in haar jeugd had geleerd.

Later, op een persconferentie, zei Albright dat ze tijdens het overleg met de Serviërs ,,geen woede'' had bespeurd over de harde boodschap waarmee ze was gekomen: de Serviërs moeten rekenen met luchtaanvallen als ze niet binnen een week instemmen met een vredesplan voor Kosovo. ,,Ik denk dat ze heel verbaasd waren over mijn verleden als kind, toen ik in Belgrado woonde, en over het feit dat ik alles kon verstaan wat ze in het Servisch tegen elkaar zeiden'', aldus de minister.

Volgens een Amerikaanse diplomaat die bij de scène aanwezig was waren de Serviërs ,,stomverbaasd dat minister Albright haar hele leven al van de Serviërs afweet en dat ze geen haat tegen hen voelt - en dat ze daarentegen hoopt dat Servië zijn goede reputatie in de wereld herstelt.''

,,Maar ze maakte wel duidelijk dat de weg daarheen via Kosovo loopt'', zo voegde de diplomaat daaraan toe.

(Reuters)