Weg met het IMF

Wat gebeurt er als de directie van een onderneming vijf keer in twee jaar tijd een reusachtige inschattingsfout maakt, die vele tientallen miljarden dollar kost? Juist, dan sturen de aandeelhouders de directie de laan uit. Dat moet ook gebeuren bij het Internationale Monetaire Fonds, vindt Rudiger Dornbusch, de eigenzinnige Duits-Amerikaanse hoogleraar internationale economie aan MIT in Boston. ,,Ontsla Camdessus en hef het IMF op. Dat zou een goed begin zijn'', zei hij twee weken geleden bij een diner in de marge van het World Economic Forum in Davos.

Michel Camdessus is de directeur van het IMF. Onder zijn leiding – en met ferme sturing door het Amerikaanse ministerie van financiën – zijn sinds de zomer van 1997 vijf grote financiële reddingspakketten opgezet voor Thailand, Zuid-Korea, Indonesië, Rusland en Brazilië. Hoewel in de Zuidoost-Aziatische landen enig economisch herstel in zicht is, heeft het IMF met zijn beleidseisen de crises aanvankelijk alleen maar verergerd. In Rusland en Brazilië heeft het een crisis niet weten te voorkomen.

Niet alleen Dornbusch, maar ook Jeffrey Sachs (Harvard), Barry Eichengreen (Stanford) en Joseph Stiglitz (Wereldbank) hebben bittere kritiek op het IMF-beleid.

Het IMF, zei Dornbusch, schept een vals gevoel van veiligheid. Het zou moeten ingrijpen in de aanloopperiode voordat de eigenlijke crises plaatsvinden, als munten steeds verder overgewaardeerd raken, de looptijd van de schulden steeds korter wordt en de dollarverplichtingen onhoudbaar oplopen.

In het geval van Brazilië hield het IMF niet alleen zijn mond, het moedigde Brazilië vorig jaar zelfs aan met de toezegging van een lening van 41,5 miljard dollar om een crisis te voorkomen. Een deel van dat geld is uitbetaald maar het kon niet verhinderen dat nog geen twee maanden later Brazilië gedwongen was zijn vaste wisselkoers los te laten. Door de – achteraf – zinloze verdediging van zijn overgewaardeerde munt had Brazilië inmiddels 40 miljard dollar van zijn valutareserves verspeeld.

,,Het IMF heeft 41,5 miljard vergokt zodat Brazilië zijn buitenlandse verplichtingen kon blijven nakomen en Brazilië heeft 40 miljard verspeeld in een krankzinnige verdediging van zijn munt'' zei Sachs.

Joe Stiglitz van de Wereldbank zei het nog pregnanter: het IMF en het Amerikaanse ministerie van financiën voeren een beleid waarbij de belangen van de grote financiële instellingen van Wall Street voorop staan. In plaats van schuldherstructureringen te eisen van de banken die geld hebben uitgeleend, legt het IMF de druk voor aanpassingen eenzijdig bij het land dat geld geleend heeft.

Het Fonds bleef maar hameren op de handhaving van een sterke munt. ,,Niemand heeft de Braziliaanse regering gezegd: stop met lenen, stop met korte dollarleningen, stop met die absurd hoge rente om een veertig procent overgewaardeerde koers te verdedigen'', zei Dornbusch. ,,Brazilië heeft alleen maar extra tijd gekregen, tijd waarin president Cardoso zijn herverkiezing kon regelen maar geen enkele aandacht besteedde aan de noodzakelijke financieel-economische hervormingen.''

Volgens Dornbusch heeft het IMF-management bovendien rapporten van stafleden met waarschuwingen over de onhoudbaarheid van de Braziliaanse wisselkoers opzettelijk in de wind geslagen. Financiële crises, betoogde hij, zijn tegenwoordig `snelbewegende crises' die veroorzaakt worden door problemen met de kapitaalbalans. Als het mis gaat, dan gaat het goed mis. De wisselkoers stort in, iedereen vlucht in harde valuta en het financiële stelsel zakt inelkaar.

Alleen al de belofte dat het IMF te hulp zal schieten, moedigt financiële instellingen aan om te blijven gokken op snelle winst en stelt het moment waarop orde op zaken wordt gesteld, uit. ,,Het IMF houdt de muziek gaande. Het zou daarom beter zijn als het IMF wordt afgeschaft'', meende Dornbusch.

De critici van het IMF zijn niet eenstemmig in hun aanbevelingen voor het wisselkoersbeleid van `opkomende landen'.

Voor Brazilië bijvoorbeeld bepleit Sachs een zwevende wisselkoers terwijl Dornbusch voorstander is van een currency board zoals die ook in Argentinië bestaat.

Wat moeten overheden doen om zich staande te houden in de wereld van geliberaliseerde, snel bewegende internationale kapitaalmarkten? Een stabiele wisselkoers, gekoppeld aan een ankermunt, kan kortstondig gebruikt worden om een einde te maken aan een periode van hoge inflatie, maar na ongeveer anderhalf jaar moet de koers vrijgelaten worden, aldus Sachs. Landen – of zoals in Azië de private ondernemingen in landen – moeten er bovendien voor waken om geen hoge kortlopende schulden aan te gaan en tijdig hun bankschulden te herstructureren. Tenslotte moeten ze de rente niet exorbitant hoog opschroeven ter verdediging van de munt, omdat dit de binnenlandse schulden alleen maar opdrijft en daarmee ook het begrotingstekort vergroot.

Volgens het IMF is een hoge rente onmisbaar om het vertrouwen in een munt te herstellen. Sachs gelooft dat in een crisissituatie juist een renteverlaging tot herstel van vertrouwen zal leiden omdat het overheidstekort daardoor minder toeneemt. Dornbusch verwacht voordelen van de instelling van een currency board, waarbij een land zijn monetaire beleid uit handen geeft en zijn munt koppelt aan een ankermunt, gewoonlijk de dollar. Op die manier wordt vertrouwen geïmporteerd.

Beide economen waren het over één ding roerend met elkaar eens: het IMF en de Treasury hebben de financiële crisis van de afgelopen twee jaar schandalig slecht gemanaged. Ontsla de verantwoordelijke managers.