Verdachte Bols-zaak toch voor rechter

Het openbaar ministerie mag alsnog een verdachte in de BolsWessanen-voorkenniszaak voor de Amsterdamse rechtbank brengen. Het gerechtshof heeft een vonnis van de rechtbank die de zaak tegen A.V. in juli vorig jaar niet-ontvankelijk had verklaard nietig verklaard. Daardoor moet V. zich alsnog voor de rechter verantwoorden voor zijn handel in opties vlak voor en na de uitgifte van een winstwaarschuwing van het dranken- en spijzenconcern BolsWessanen in 1995.

V, een golfvriend van een hoofdverdachte in de zaak die veel stof deed opwaaien, verdiende in juni 1995 4.050 gulden met de aankoop van put-opties op een koersdaling te speculeren. Volgens officier van justitie H. de Graaff was hij op de hoogte van de slechte resultaten van BolsWessanen. Op 10 juli van dat jaar verzilverde hij zijn winsten.

V. werd op 11 september 1997 's ochtends om zes uur door politie in uniform van zijn bed gelicht. Hij vroeg onmiddellijk om zijn advocaat. Pas om half zes 's avonds werd zijn raadsman ingelicht. De rechter vond deze gang van zaken juli vorig jaar reden genoeg de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren. Het gerechtshof oordeelde gisteren dat justitie juist een goede afweging had gemaakt.

Justitie zal eerst de zaak tegen V. voor de rechtbank brengen. Pas als in deze zaak een uitspraak is gedaan, komen de hogere beroepen tegen de zes overige verdachten voor het hof.