Ruth Bader Ginsburg

Justice Ginsburg (Z 6 febr.) maakt zich wel wat gemakkelijk af van de vraag of benoemde rechters wel op de stoel van de - democratisch verkozen - wetgever mogen gaan zitten. In majeure kwesties is het een democratisch vereiste dat de wetgever zich uitspreekt en niet de rechter interpreteert; een dunne wand scheidt interpretatie van hineininterpretieren.

Een sprekend historisch voorbeelden. In 1857 verklaarde opperrechter Roger Taney bij het arrest inzake Dred Scot v. Sanford dat ,,de oprichters (van de VS) niet bedoeld konden hebben dat de Verklaring van Onafhankelijkheid zwarten insloot, en dat diensvolgens het zwarte ras ... geen rechten had die de blanke gehouden was te eerbiedigen; dat het houden van slaven een grondwettelijk beschermd recht was...''. Er was een burgeroorlog met ruim een half miljoen doden nodig om deze toetsing recht te zetten.

Er bestaat een volstrekt ondemocratische afhankelijkheid van de wetgevende van de rechterlijke macht (en de drogredeneringen van dezelve). Bovendien is de greep van de met een welhaaast absoluut-monarchale uitvoerende macht beklede president op de rechterlijke macht onmiskenbaar. Door politieke benoemingen (waarvan mevrouw Ginsburg er een is) van de rechters van het Hooggerechtshof beínvloedt de president voor langere tijd zelfs na zijn aftreden de rechterlijke macht. Een blaam temeer op het algemeen als onbevlekt geziene blazoen van de democratie in de Verenigde Staten.

Veel van de verbitterde haat die op het moment `God's own country' verscheurt, lijkt te worden verklaard door deze aan het systeem inherente democratische manco's, waardoor (dan de ene partij, dan de andere) gekwetst kan worden in zijn diepste overtuigingen die politiek niet tot gelding, ja nauwelijks tot uiting, kunnen worden gebracht. Dat hadden de Founding Fathers in ieder geval niet bedoeld.

    • F.P. Tros