ROND DE NAVEL SCHIJNT ALTIJD DE ZON

Een veelbelovende profcarrière staat op springen. Twee kansloze nederlagen hebben bokser Don Diego Poeder (26) ernstig aan het twijfelen gebracht. Over heimwee in Los Angeles, de marathon van Rotterdam en een ontluikende liefde voor het vak van acteur. ,,Op de set kan ik mezelf tenminste zijn.''

Het machteloze gevoel dat een knock-out teweeg brengt, kent hij inmiddels als geen ander. ,,Je bent er wel en ook weer niet. Om je heen hoor en zie je bijna iedereen. Je wilt wat doen of wat zeggen, maar je lichaam weigert die bevelen op te volgen. Mijn hoofd zei: `Sta op! Doe iets! Word wakker!' Maar ik was totaal verdoofd. Ik kon niks meer. Heel bizar.''

Deelde Don Diego Rivelino Alfredo Poeder nog niet zo lang geleden de klappen uit, de laatste twee keer dat de 26-jarige Rotterdammer tussen de touwen verscheen fungeerde hij zelf als de punching bag. Achtereenvolgens Robert Daniels, in mei vorig jaar, en Terry Pitts, vijftien dagen geleden in het Amerikaanse Ledyard, joegen hem genadeloos tegen het canvas. De nederlaag tegen Daniels, bijgenaamd The Preacherman, markeerde het einde van een zegereeks die tot dat moment twintig profgevechten omspande, waarvan Poeder er vijftien op (technisch) knock-out won.

Een veelbelovende profcarrière staat op springen. Twee nederlagen in evenzovele gevechten hebben Poeder ernstig aan het twijfelen gebracht. De goedlachse reus bevindt zich naar eigen zeggen op een kruispunt in zijn leven. Over een maand hoopt hij de knoop door te hakken. ,,Of het blijft boksen of ik richt me op iets totaal anders'', zegt hij onder het genot van een cappuccino.

Niemand die overigens medelijden met hem hoeft te hebben. ,,Veel mensen denken dat ik zielig ben of aangeslagen rondloop. Het tegendeel is waar. Ik ben juist blij om weer terug te zijn in Nederland. Opgelucht zelfs. Lange tijd heb ik gedacht dat mijn leven alleen maar uit boksen bestond. Nu weet ik beter. Ik ben 26, ik heb nog een heel leven voor me. Ik kan werken, ik kan studeren, noem maar op. Keuze genoeg.''

Zijn profloopbaan voortzetten lijkt een weinig aanlokkelijk perspectief. Het zou zoveel betekenen als helemaal opnieuw beginnen, beseft Poeder wiens reputatie na twee nederlagen aan duigen ligt. Niet voor niets is zijn naam inmiddels niet meer terug te vinden bij de dertig beste boksers op de onafhankelijke, `computergestuurde' wereldranglijst. ,,Het bokswereldje is heel kortzichtig. Er wordt gekeken naar je proflijstje en wanneer ze zien dat je de laatste twee gevechten verloren hebt, tel je niet meer mee. In die zin ben ik nu weer een nobody.''

Zo voelt hij zich overigens allerminst. Zeg dat hij geflopt is en Poeder haalt bijna demonstratief de schouders op. ,,Als jij dat zo wil zien, prima. Moet jij weten. Interesseert mij niets. Ik ken de achtergronden van mijn nederlagen, jij mag het opschrijven.'' Genoegdoening vindt hij in de constatering dat hij ,,toch maar mooi wereldkampioen'' is geweest. Dat die kampioensgordel uitgereikt werd door een weinig aansprekende bond, de World Boxing Union (WBU), beschouwt Poeder als een irrelevante voetnoot. ,,Kampioen word je niet zomaar. Elke prestatie, op welk niveau dan ook, is er een die inzet en doorzettingsvermogen vereist.''

Een cynicus zou kunnen opmerken dat anno 1999 alleen rond de navel van Poeder de zon nog schijnt. Het is één van de twee versieringen die de olijke reus vorig jaar liet aanbrengen op zijn imposante torso. Als aandenken aan het memorabele jaar 1997 toen hij op de drempel leek te staan van een internationale doorbraak. Zijn glansrijke overwinning op de Amerikaan Terry Ray, goed voor de WBU-titel, werd door het gezaghebbende Engelse tijdschrift Boxing News destijds uitgeroepen tot het op twee na beste gevecht van het jaar.

Boksminnend Nederland bleef verstoken van de bewuste tv-beelden, reden waarom Poeder bij thuiskomst een bioscoop afhuurde. Om vrienden en bekenden alsnog te vergewissen van zijn heroïsche strijd in het indianenreservaat Mashantucket. Die stralende dag in hartje Rotterdam is inmiddels niet meer dan een vage herinnering in het geheugen van de voormalige topamateur. Laconiek: ,,Een mens heeft niet alles in de hand, dat blijkt maar weer eens.''

Mocht hij zijn profloopbaan voort te zetten, dan gebeurt dat vanuit Nederland, bezweert Poeder. ,,Van buitenlandse avonturen heb ik mijn buik vol. Thuis voel ik mij op mijn best, dus waarom zou ik elders gaan wonen en werken?'' Een eerste aanbieding voor een gevecht in eigen land ontving hij vorige week al. Wegens een startverbod – een knock-out betekent automatisch drie maanden verplichte rust – moest hij het aanbod van de hand wijzen.

Van manager Stan Hoffman, de markante Amerikaan met de paardenstaart, kreeg hij één opdracht mee toen hij veertien dagen geleden op het vliegtuig stapte. ,,Stan zei: `Bel me als je er weer klaar voor bent. Geniet tot die tijd van je rust.' Voor Stan moet ik me opnieuw bewijzen. Pas als mijn motivatie weer helemaal in orde is, pak ik de telefoon. Eerder niet. Want we praten hier wel over boksen, toch een gevaarlijk spel. Wie onvoldoende gemotiveerd is, neemt onnodig veel risico.''

Hoewel hij allesbehalve van een zorgeloze toekomst kan genieten, spelen financiële overwegingen volgens Poeder geen rol bij zijn besluit. ,,`Binnen' ben ik nog lang niet, al denken sommige mensen dat alle boksers bakken met geld verdienen. Ze vergeten dat ik in het begin zelf in mijn carrière heb moeten investeren. En al zou ik `binnen' zijn, dan nog. Ik ga toch niet de rest van mijn leven stilzitten.''

Heimwee werd de afgelopen twee jaar de grootste vijand van de vijfdejaars prof. Vaker dan hem lief was zat hij eenzaam en alleen in een hotelkamer in Los Angeles. ,,Als ik een wandeling ging maken en in het park ging zitten, zag of hoorde ik niets. Alleen het gefluit van de vogeltjes. Ik heb drukte nodig, mensen om me heen. Iedereen komt op de sportschool met zijn vrouw of zijn vriendin binnen, sommigen met kinderen en al. Ik was maar alleen. Dat werd me op gegeven moment gewoon te veel.''

Zijn eenzaamheid was deels het gevolg van het uiteenvallen van het `Team-Tuur', de Nederlandse enclave profboksers in Amerika onder aanvoering van bokser-zakenman Regilio Tuur. Sinds het afscheid van de grote roerganger, inmiddels alweer drie jaar geleden, viel het kwartet uiteen. Orhan Delibas kon niet aarden in New York en brak met manager Hoffman, korte tijd later gevolgd door Raymond Joval voor wie de Amerikaanse droom eveneens te hoog gegrepen bleek.

Poeder bleef alleen achter. ,,Orhan mis ik niet, Raymond wel. Hij was een soort broer voor me. We woonden naast elkaar. Samen trokken we er vaak op uit. Filmpje pakken, beetje winkelen of een eindje lopen. Heel gezellig.'' Sind het vertrek van Joval ging het steeds slechter met Poeder. ,,Mentaal stortte ik heel langzaam ineen. In Los Angeles kwamen de muren het afgelopen jaar steeds vaker op me af. Het spijt me om te zeggen, maar 't is ook echt een klotestad.''

Don Diego Poeder was Don Diego Poeder niet meer. Tekend voor het wankele gemoed van het cruisergewicht, de op één na zwaarste klasse (tot 86,183 kilogram) in het profboksen, was zijn gewicht vlak voor het treffen met Pitts. ,,Tot voor kort kon ik bij wijze van spreken eten wat ik wilde en nog bleef ik op gewicht. Dit keer niet. Ik was ruim vier kilo te zwaar! Was me nog nooit gebeurd. Om te voorkomen dat het gevecht afgelast zou worden, moest ik twintig minuten de sauna in. Zweten om kilo's kwijt te raken.''

Poeder rekende op een eenvoudige partij – `een koekie' in bokstermen – niet in de laatste plaats vanwege de bescheiden staat van dienst van de 31-jarige Pitts (slechts elf keer winst in negentien profgevechten). Hij kwam bedrogen uit. In Ledyard bleek hij geen schim meer van de bokser met de verwoestende stootkracht - de Poeder Power! zoals dat tot voor kort langs de ring heette. Na amper zeven minuten staakte de scheidsrechter het eenzijdige duel. ,,De twijfel was in mijn lichaam geslopen. Ik was niet aanwezig. Ik wilde liever naar huis dan die partij winnen.''

Terug in Rotterdam doodt hij de tijd met lezen (,,Ik ben gek van de boeken van Stephen King''), past hij op de dochter van een goede vriendin (,,Een heel leuk maar eigenwijs meisje'') en ligt hij als het even kan languit voor de televisie (,,Ik ken bijna alle speelfilms''). Nieuwe uitdagingen zijn snel gevonden in het leven van de ambassadeur van de stichting Rotterdam Topsport. Morgen maakt Poeder zijn debuut als atleet bij de tien kilometer-stratenloop in zijn woon- en geboorteplaats. ,,Mijn doel is de marathon, half april in Rotterdam. Ik hoop op een tijd binnen de vier uur. Dan ben ik blij.''

Nog verleidelijker dan kilometers afleggen is het vak van acteur. Vorig jaar liep de voormalige kickbokser in een Rotterdamse filmstudio regisseur Chiem van Houweninge tegen het lijf. ,,Hij vroeg of ik een gastrolletje wilde spelen in een comedy, Ben Zo Terug. Nou, daar hoefde ik niet lang over na te denken. Voor ik het wist stond ik voor de camera's.'' Een wereld ging open. ,,Nooit geweten dat acteren zo leuk kon zijn. Het ging bijna als vanzelf. Later kreeg ik van een paar collega's te horen dat ik talent had.''

Maar wat heet acteren? In de bewuste tv-aflevering speelde hij zichzelf: Don Diego Poeder, bokser van beroep. Vraag is hoe lang hij zichzelf nog kan spelen nu zijn profloopbaan op de tocht staat en hij opnieuw een uitnodiging van Van Houweninge heeft ontvangen. Poeder weet het niet. ,,Het enige wat ik weet is dat ik op de set tenminste nog mezelf kan zijn. In de ring was daar de laatste jaren geen sprake meer van.''