Personeel El Al snel ter plekke

Drie medewerkers van El Al bezochten kort na de ramp met het vrachtvliegtuig van de Israelische luchtvaartmaatschappij de plek van het ongeluk in de Bijlmer. Dit blijkt uit schriftelijke informatie, die El Al op 10 januari van dit jaar op verzoek van de parlementaire enquêtecommissie Bijlmerramp naar Den Haag heeft gestuurd.

In het vertrouwelijke stuk geeft de luchtvaartmaatschappij antwoord op vijftien vragen van de commissie. Volgens president-directeur J. Feldschuh in Tel Aviv waren de drie medewerkers ,,enkele uren na de crash aanwezig''. Het gaat om U. Danor, vertegenwoordiger van El Al in Nederland, N. Almuzlino, technisch directeur, en M. Weinstein, destijds de El Al-manager op Schiphol.

De volgende dag begeleidde Danor een gezelschap uit Israel tijdens een bezoek aan hangar 8, waar de brokstukken van het toestel werden onderzocht. Het betrof vier medewerkers van het hoofdkantoor van El Al, die gezamenlijk een interne onderzoekscommissie vormden, en zes medewerkers van het ministerie van Verkeer in Tel Aviv. Die laatsten moesten een rapport opstellen voor de Israelische regering en werden geleid door de voormalige oorlogsvlieger A. Lapidot.

Eén van de vragen die in de afgelopen jaren open is blijven staan, betreft het contact tussen captain Fuchs en het El Al-hoofdkantoor in Israel. De president van El Al zegt in zijn brief van zes kantjes dat vanuit het vrachttoestel geen radiocontact is gemaakt met Tel Aviv voor de crash. ,,Met geen enkel kantoor van El Al, noch op Schiphol, noch in Tel Aviv'', aldus Feldschuh. Hij voegt er nog aan toe dat evenmin vanuit het toestel contact is gezocht met de veiligheidsdienst van El Al of met enige overheidsinstelling. Over de aanwezigheid van een cockpit-voicerecorder is hij duidelijk: ,,Die zat er in''. Alle vrachttoestellen zijn volgens hem uitgerust met dergelijke registratie-apparatuur.

De enquêtecommissie, op zoek naar de mannen in speciale witte pakken, heeft de El Al-directie ook gevraagd naar de uniformen van haar personeel. Die zijn overwegend donkerblauw en Feldschuh voegt er nog aan toe dat er op de avond van de ramp behalve de drie genoemde functionarissen, beslist geen medewerkers op de plek van de ramp zijn geweest.

Omtrent de speciale positie van de maatschappij op Schiphol heeft de commissie gevraagd naar bijzondere regelingen met de Nederlandse overheid of met organisaties in ons land. Die vraag heeft Feldschuh doorgeschoven naar de regering van Israel, die er volgens hem op zal antwoorden. Hij is wel bereid uit te leggen dat alle passagiersvluchten van El Al tot het begin van de startbaan worden begeleid door veiligheidsmensen in een busje. Bij vertrekkende vrachttoestellen rijdt de ploeg slechts een eindje mee in de richting van de baan. De El Al-president zal de commissie ook het eigen interne onderzoeksrapport zenden. Daartoe wordt het nu uit het Hebreeuws vertaald.