Paardenstaart, kannewasser, schaafstro

Ja, schaafstro, zo heet deze soort paardenstaart officieel. Op het Archeon, in Alphen a/d Rijn, in een geënsceneerde werkplaats uit de Steentijd, waar benen voorwerpen werden gladgeschuurd, zag ik de plant voor het eerst. De tweede keer merkte ik het op in Groningen, in het atelier van de altviolist en vioolbouwer Cees Dekkers (52), die met schaafstro zijn viool polijst alvorens deze te lakken.

In The Secrets of Stradivarius (Cremona, 1972) van Simon F. Sacconi, in leven leraar aan de vioolbouwschool in Cremona, las Dekkers over schaafstro, dat overvloedig groeit op drassige grond langs rivieren en kanalen in de Po-vlakte.

Antonio Stradivari (1644?-1737) werkte ook in Cremona, bij Milaan, en hij polijstte zijn violen met schaafstro en hondshaaihuid, die hij beide in water dompelde en in een linnen lap droogde voor gebruik. Dekker oogstte zelf zijn schaafstro op een vuilnisbelt in Italië, waar het anderhalve meter hoog stond. Thuis liet hij het drogen, en pas bij het polijsten drukt hij het plat.

Schaafstro is een paardenstaart, een voorwereldlijk ogende sporenplant, die al in het Carboon bestond, met overlangs geribbelde stengels en opgebouwd uit leden die je met een lichte plop uit elkaar kunt trekken. Op elke knoop zit een krans van schubben, die een schede om de stengel vormen. De sporen, stoffijne deeltjes waarmee paardenstaarten zich verspreiden en voortplanten, zitten in doosjes aan de aar van de stengel.

De leden van Equisetum hyemale (schaafstro) of Equisetum arvense (heermoes of akkerpest) bevatten kiezelaarde, silica, fijne korrels siliciumoxyde (SiO2 zoals zand of kwarts), dat vroeger werd gebruikt door kastenmakers, draaiers en vergulders bij het polijsten van hout of voor het schuren van tin, vandaar nog een oude Nederlandse naam: kannewasser.

Benieuwd naar de oudste formule van het `botanische Jif' uit de Po liet ik een monster van het plantaardige poetsmiddel prepareren door Freark Dijk, analist-microscopist, die het in een scanning-elektronenmicroscoop van de Rijksuniversiteit Groningen fotografeerde. Een scanning-elektronenmicroscoop tast met een smalle bundel elektronen oppervlakken af. Je kunt er goed diepte mee zien.

Op de linker foto ziet u in een schuin doorsneden stengel een tussenschot, een soort spons met laagjes waar korrels tussen zitten. De vergroting is zo'n 80 maal. Op de middelste foto ziet u de vele korrels zitten die zo'n 1/100 mm in diameter zijn. En op de rechter foto zijn de korrels 1000 x uitvergroot.

Newman, een Engelse botanicus uit de negentiende eeuw, meldt dat schaafstro in Nederland als zandbinder werd aangeplant op dijken en wallen. In het Engels heet ons `schuurriet' daarom wel Dutch ruches (Hollandse biezen), in het Duits Zinnkraut – tinnen borden werden ook in Duitsland met paardenstaart gepoetst.

Wat zou de functie van de kiezeltjes zijn? Zouden ze de plant soms behoeden tegen opeters, zoals slakken en insekten of zelfs herkauwers? Koeien moeten er in elk geval niets van hebben.