Oudkerk

In zijn Hollands Dagboek (Z 6 febr.) presenteert het Kamerlid Oudkerk zich nadrukkelijk als een soort advocaat en soms zelfs hulpverlener van de slachtoffers. Het wemelt van zinnetjes als: ,,Deze mensen (de slachtoffers) hebben er recht op te weten waarom. En hoe. En wat. Daar zit mijn drijfveer ...'', zinnetjes met de comminatoire toon en de suggestie van een veroordeling vooraf: hier zijn de goejen, daar de kwajen.

Bij een rechter - en die functie vervult Oudkerk tenslotte, en zelfs een procedure zonder hoger beroep - zou men spreken van bevangenheid. Door zichzelf vooral te zien als een pleitbezorger en helper van de slachtoffers - een dankbare rol - ontstaat de indruk dat hier iemand gaat oordelen in een zaak waarin hij, behalve rechter, ook nog advocaat is van één der betrokken partijen. Leuk voor die partij, maar slecht voor het recht.