OUD EN KINDERLOOS 4

Mijn grootmoeder is 97 jaar en heeft vier kinderen. Zij is dus oud maar beslist niet kinderloos. Veel lezers van de bijlage van 9 januari hebben op soortgelijke wijze zichzelf of oudere vrienden en familieleden beoordeeld om de door mij geponeerde wetmatigheid te toetsen. Sommigen vonden zichzelf of anderen zo extreem dat zij daar op deze pagina of via brieven melding van maakten. Oudere mensen met kinderen zouden immers niet passen in deze wetmatigheid.

Wat mijn grootmoeder betreft zit het probleem niet in het bepalen van haar leeftijd. Die 97 jaar is een bijzonder hoge leeftijd. Het probleem zit ook niet in het bepalen van het aantal kinderen. Het echte probleem zit in het aantal van vier kinderen. Is vier veel of weinig? De evolutionaire theorie voorspelt dat langlevendheid gepaard gaat met een verminderde vruchtbaarheid. Vruchtbaarheid is niet direct te meten. Daarom nemen wij het aantal kinderen als afgeleide maat voor vruchtbaarheid. Direct voelt iedereen hier een groot probleem. Immers, het aantal kinderen, dat bepaal je toch zelf? Het antwoord is ja en nee. Ja, dat aantal bepaal je zelf, want een kinderwens is je eigen idee en onderdeel van de macht der gewoonte. Dit is dan ook de belangrijkste reden waarom de relatie tussen langlevendheid en vruchtbaarheid onder gelijkgestemde mensen bestudeerd moet worden. Nee, dat aantal kinderen bepaal je niet zelf, want sommigen ouders willen veel kinderen, maar krijgen die niet.

De vraag of vier kinderen veel of weinig is, moet dus worden toegespitst. Veel of weinig in de tijd dat mijn grootmoeder en grootvader hun gezin stichtten. Eigenlijk zou ik mijn grootmoeder de vraag moeten stellen of zij meer kinderen had willen hebben. Een volgende vraag is of haar gezin met vier kinderen in die tijd (in Twente) een groot gezin was. Nee, dat was daar toen een klein gezin. Zou zij dan toch verminderd vruchtbaar zijn geweest?

We moeten mijn grootmoeder vergelijken met al haar vriendinnen van school die in dezelfde tijd getrouwd zijn. Zij vertelt mij dat al die vriendinnen al dood zijn. Hoe moeten we al haar vriendinnen opsporen? Zou er nog ergens een schoolregister zijn? Wanneer we eenmaal de namen hebben gevonden, moeten we haar vriendinnen `door de tijd' volgen. Hoe oud zijn ze geworden? Hoeveel kinderen kregen ze? Een nieuw onderzoek is geboren.

Samen met collega's in Leiden heb ik de handschoen opgepakt om de theorie nogmaals te toetsen. Wellicht moeten we in ons oordeel over de wetmatigheid niet laten leiden door de leeftijd van enkele oudere vrienden of familieleden. Laten we onderzoek doen!