Op Palestijnse scholen ligt Israel nog in Palestina

In de Palestijnse schoolboeken is Israel nog steeds niet te vinden, en dat bevalt de Israeliërs niet. Maar de Palestijnse boeken zijn niet Palestijns: het gaat om Jordaans en Egyptisch materiaal.

Aardrijkskundeles op de Al-Nizamieh-school in Palestijns Oost-Jeruzalem. De meisjes slaan hun gloednieuwe schoolboeken open op een bladzij met een kaart van het Midden-Oosten. Op die kaart staat Israel niet vermeld. ,,Waar Israel ligt?'' zegt een 13-jarige leerlinge. ,,Hier!'' Ze wijst met haar vinger op het land waar in het Arabisch bijstaat: `Palestina'.

Israel beschuldigt het Palestijnse Gezag herhaaldelijk van `opruiing' van het Palestijnse volk. Nog steeds, klagen de Israelische politici, wordt in de Palestijnse media en op scholen opgeroepen tot de vernietiging van Israel, en op zijn best doen de Palestijnen alsof Israel niet bestaat. Wekelijks stuurt het kantoor van premier Netanyahu e-mails rond met bewijslast: controversiële uitspraken van Palestijnse politici in kranten, op radio en televisie, en citaten uit Palestijnse schoolboeken. De laatste e-mail, van deze week, bevat een uitspraak van de Palestijnse minister van Vluchtelingenzaken, die in het Engelstalige weekblad The Jerusalem Times zegt dat het geduld van de Palestijnen op den duur zal worden beloond omdat Israel eens zal verdwijnen: ,,Israel is als een boom die in verkeerde grond is geplant''. Op Israels verzoek hebben de Amerikaanse bemiddelaars in oktober tijdens de vredesonderhandelingen in Wye Plantation ingestemd met de oprichting van een `anti-opruiingscommissie', waarin prominente Israelische en Palestijnse journalisten, politici en academici zitting hebben. De commissie is al herhaalde malen bijeengekomen, maar ging steeds weer uiteen na heftige beschuldigingen over en weer. ,,De Israeliërs willen alleen onze schendingen bespreken'', klaagt de Palestijnse parlementariër en presidentieel adviseur Marwan Kanafani, een van de commissieleden. Volgens een ander Palestijns commissielid doet Israel op zijn beurt geen enkele moeite om de `geest van de vrede' (een sleutelwoord in de vredesakkoorden van Oslo in 1993) onder het volk te propageren. ,,In hun schoolboeken wordt ook met geen woord over de Palestijnen gerept. Hun weerberichten tonen kaarten waarin de Palestijnse autonome gebieden niet staan aangegeven – alles hoort kennelijk bij Israel, wij zijn lucht voor hen. En hun politici zeggen de meest racistische dingen over ons!''

Met het lesmateriaal dat de Palestijnen gebruiken is echter iets vreemds aan de hand: er is niets Palestijns aan. Sinds Israel in 1967 de Westelijke Jordaanoever en Gaza bezette, mochten de Palestijnen geen eigen schoolboeken hebben. Palestijnse scholen konden kiezen: of ze bleven de bestaande schoolboeken gebruiken – Jordaanse boeken in de Westelijke Jordaanoever, Egyptische boeken in Gaza – of ze namen Israelische boeken af. Vrijwel alle scholen kozen de eerste optie. Tot op de dag van vandaag leren kinderen in Gaza over ,,onze voorouders de farao's''. Op de Westelijke Jordaanoever prijken Jordaanse vlaggen op de boekomslagen, en krijgen leerlingen Engelse les aan de hand van een boek getiteld Relevant Activities for Jordan. ,,Ik heb de Israelische boeken bekeken'', zegt Alia Nusseibeh, hoofd van de lagere meisjesschool al-Nizamiyeh in Oost-Jeruzalem. ,,Mijn leerlingen zouden teksten moeten opdreunen als `Ik ben een Israeliër'. Geen sprake van, dacht ik. Dus wij bleven de Jordaanse boeken gebruiken.''

Nu Gaza en acht Palestijnse steden op de Westelijke Jordaanoever sinds enige jaren autonomie hebben, staat Israel het Palestijnse Gezag toe zijn eigen schoolboeken te fabriceren. Het ministerie van Onderwijs heeft daartoe een Curriculumcommissie in het leven geroepen. De voorzitter van die commissie, een voormalig rector van de Palestijnse Bir Zeit-universiteit, is een verklaard voorstander van meer realisme (ofwel: kaarten van Israel) in Palestijnse schoolboeken. ,,De commissie is hard bezig'', zegt een hoge functionaris van het ministerie. ,,Maar het is een delicate klus. Nieuwe geschiedenis- of aardrijkskundeboeken schrijf je niet in een week als je het goed wilt doen. Wat erger is: politiek is alles onduidelijk, nu het vredesproces met Israel in een impasse zit. Elke nieuwe kaart in een aardrijkskundeboek is per definitie omstreden, en niet acceptabel voor de Israeliërs die onze nieuwe boeken moeten goedkeuren voor ze mogen verschijnen. Waar, bijvoorbeeld, liggen de grenzen van de Westelijke Jordaanoever?''

Deze functionaris, wiens vriendenkring ook enige Israeliërs telt, geeft toe dat het verkeerd is dat de meisjes op de Al-Nizamieh-school nog steeds geen Israel in hun aardrijkskundeboeken hebben staan. Het is net zo verwerpelijk, zegt hij, als het boek Israels Jubileum dat in 1998 op Israelische scholen werd verspreid ter gelegenheid van 's lands 50-jarig bestaan, en waarin met geen woord van de Palestijnen of de Oslo-akkoorden werd gerept – terwijl de vredesakkoorden met Egypte en Jordanië wèl uitvoerig werden vermeld. Hoewel dat boek door een voormalige Israelische onderwijsinspectrice werd geschreven, wees een pedagoog op het ministerie elke verantwoordelijkheid van de hand: ,,Als wij geen klachten van ouders krijgen, kunnen wij niet ingrijpen. De schoolboekenmarkt in Israel is voor 73 procent geprivatiseerd. Wij kunnen niet alles inspecteren.'' Het stemt hem daarom extra bitter dat Israel bij de Palestijnen blijft protesteren tegen aardrijkskundeboeken waarin heel Israel nog steeds als `Palestina' wordt aangeduid, en niet bij degene die de boeken maakt en verspreidt: het ministerie van Onderwijs in Jordanië.